Kieviten in de Surhuizumermieden.

Kieviten, fijn om jullie te zien maar ga weg hier, zoek een andere plek!

Kieviten in de Surhuizumermieden. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Juist op de dag die ik heb vrijgehouden om aan mijn een verhaal over weidevogels te beginnen – we schrijven de voorlaatste dag van maart – meldt het paartje kieviten zich dat jaarlijks voor hun amoureuze praktijken de weilanden bij ons huis uitkiest.

Bij het opstaan zie ik ze meteen vanuit de slaapkamer, de sierlijke, hoekige vlucht omhoog, dan de buiteling, de versnelling neerwaarts met daarna de korte glijvlucht laag scherend over het land en iets verderop de herhaling.

Ik schiet in de kleren, rep me naar buiten, om ook hun roep te horen, het geluid dat als geen ander het voorjaar markeert. ,,Kie-ie-wiet!” Of het daadwerkelijk dezelfde vogels zijn als vorig jaar, geen idee, maar ‘ze’ zijn in ieder geval terug en zo te zien gaat het hen goed. Geweldig! Maar of ik echt blij ben...

De kievit als cultuurhistorisch fenomeen

De vraag of de kieviten ook dit jaar zouden terugkeren, hield mij en mijn vriendin al een paar weken bezig. Misschien wel meer dan anders, nu we door corona moeten thuiswerken. Geregeld keken we naar buiten, over een akelig leeg veld.

Ik had, merk ik nu, al afscheid genomen van de vogels. Dat zal de reden zijn waarom ik wilde schrijven over het verleden, de kievit als cultuurhistorisch fenomeen, het zoeken naar kievitseieren, een traditie die met name in Friesland zo diepgeworteld is dat die nauwelijks is te doven.

loading

Fotograaf Marcel van Kammen leende me wat boekjes, van zijn vader, kennelijk net zo’n vogelaar als hijzelf. Ik nam ze meteen door, me verbazend over de handel die eeuwenlang achter de eieren stak. Ze gingen, leerde ik, naar de steden in Holland en overzees naar Engeland, of nog verder.

Niet in tientallen, niet honderdtallen, nee, in duizendtallen werden ze verscheept, honderdduizenden jaarlijks. Menig arbeider verdiende in de maand april zijn boterham met het zoeken. Zoveel eieren; hoeveel kieviten moeten er wel niet zijn geweest?

Maar de kieviten zetten vanochtend alles op zijn kop.

Drie jaar geleden kwamen we hier wonen, een plekje midden in de weilanden aan het einde van een doodlopend pad. De laatste dag van maart kregen we van de makelaar de sleutel. Toen we daarmee dronken van geluk naar ‘ons huis’ reden, hoorden we de vogels meteen toen we van de auto naar de voordeur liepen, alsof ze bij de koop waren inbegrepen.

Terug in mijn jeugd

In een klap was ik terug in mijn jeugd, op de boerderij waar ik werd geboren; met een van de knechten zet ik stokjes bij de nesten van kieviten en grutto’s, om ze te ontzien tijdens het maaien. Uiteraard kende mijn vriendin, opgegroeid in de stad, kieviten ook, maar zo dichtbij dat was nieuw voor haar.

Als we een paar avonden later aan het klussen zijn, gebeurt het: de baltsvlucht pal boven ons huis, rondje na rondje, elke vleugelslag hoorbaar, een geluid als het hijgen van jonge honden, afgepeigerd van het spel. We werden er stil van.

loading

Drie jaar later weten we dat de kieviten zich al die moeite beter kunnen besparen. We zagen het elk jaar weer gebeuren. Het maisstoppelland dat de vogels telkens voor hun nest uitkozen – en waar ik ze nu weer zie – werd bemest, geploegd, ingezaaid en kreeg daarna nog een aantal keren gif over zich heen.

Tussen elke handeling zaten telkens een aantal dagen en elke keer weer begonnen de kieviten daarin opnieuw met hun balts, om opnieuw een nestje te bouwen. Het deed pijn om te zien. Het zal dit jaar niet anders zijn. Daarom kan ik ook niet blij zijn nu ik ze weer zie.

Iets in me wil naar de vogels toe rennen, hen waarschuwen, toeschreeuwen, wegjagen desnoods: ,,Ga weg hier, zoek een andere plek, doe het jezelf niet aan!” Als u een dezer dagen in de omgeving een verwarde man door de weilanden achter een stel kieviten aan ziet rennen, weet u om wie het gaat.

De jaren van Sicco Mansholt

De kieviten stemmen weemoedig. Ik moet denken aan de boerderij, vroeger. Mijn vader, hoe deed hij dat? Het was een bijzondere boerderij waarop hij bedrijfsleider was. Een van de eerste met ligboxstallen en silo’s voor het hooi, een kleine tweehonderd koeien en 90 hectare grasland.

Het zijn de jaren van Sicco Mansholt, van schaalvergroting en mijn vader werkte daar vol overtuiging aan mee, dag en nacht aan het werk. Toch vond hij tijd om kievitsnesten te markeren, in ieder geval bij de nesten in de percelen die bij huis lagen, al vrees ik het ergste voor de percelen verderop. Gekke gedachte: zou hij nu gevraagd worden een modern boerenbedrijf op te richten, hoe zou dat er dan uitzien?

loading

We mogen hem graag, de boer die het land om ons huis in bezit heeft. Twee jaar geleden hield FrieslandCampina een open dag op zijn bedrijf. We werden van harte uitgenodigd. Het was gezellig druk, het hele dorp leek uitgelopen, een springkussen voor de kinderen, volop kalfjes om te aaien.

Heel prominent aanwezig: de vogelwacht met stands en grote posters: kieviten, grutto’s, scholeksters, tureluurs, noem ze maar. Het steekt, want ze zijn hier in geen velden of wegen te bekennen. Nou ja, die twee kieviten dan.

Doods

Het boerenland is doods. Niet iedereen zal het leuk vinden om te lezen, maar het klopt wat gezegd wordt over het resultaat van mestinjectie, ontwatering en Engels raaigras; het slaat al het leven uit de weilanden. Het blok van percelen om ons heen is zo’n 40 hectare groot.

Op al dat land zit geen enkele vogel. Ze vliegen eroverheen, maar landen er nooit, hebben er niets te zoeken. Behalve nu dan, die twee kansloze kieviten. In het theoretische geval dat ze al eieren zouden uitbroeden, maken de jongen geen enkele kans. Ze leven van insecten, die zijn er niet. Maar uiteindelijk gaat het niet om die twee vogels meer of minder, het verlies aan biodiversiteit is een veel ernstiger zaak. Met een blik uit ons raam is de ecologische crisis gevangen.

Dag kieviten, fijn dat jullie even langskwamen, maar wees verstandig en vlieg snel door...

Drie weidevogeltips van Marcel van Kammen

Drie plekken in het noorden, in elke provincie een, waar je weidevogels kunt zien en horen? Laat dat maar aan fotograaf Marcel van Kammen over. Vrijwel dagelijks gaat Van Kammen op stap met de telelens om foto’s van vogels te schieten. Nu Mijn Streek geen tochten kan organiseren vanuit musea, vroegen we hem voor deze rubriek naar zijn bevindingen. Per plek turfde Van Kammen wat hij zag en hoorde in vijf minuten.

menu