Jean Pierre Rawie.

Column van Jean Pierre Rawie: Maagden

Jean Pierre Rawie. Foto: Marcel Jurian de Jong

Onlangs deed ‘een anonieme bewonderaarster’ (zo noemde ze zichzelf in de begeleidende brief) een boekje in mijn bus, dat de herinneringen bevatte van een jeugdige Zwitserse advocate die een tijdje als typiste voor Rilke gewerkt had.

Ofschoon ik beschik over een aanzienlijke verzameling omtrent de Oostenrijkse dichter, kende ik deze Arbeitsstunden mit Rainer Maria Rilke niet.

De schrijfster, Marga Wertheimer, leerde Rilke twee jaar voor zijn dood kennen. Ze trad blijkens haar aantekeningen niet alleen op als zijn secretaresse, maar heeft ook met hem over van alles diepgaand van gedachten gewisseld. Dat is niet verwonderlijk, want hij voelde zich bij (jonge) vrouwen het meest op zijn gemak. Daarin stond hij niet alleen.

Rilke, Dickens en Christie waren allemaal voor de de doodstraf

Een onderwerp waar ik in verband met Rilke nooit over gedacht had, en dat in dit geschrift aan de orde komt, is de doodstraf, waar hij, zo lees ik, een overtuigd voorstander van was. Niet na een rechtszaak waarbij uitsluitend indirect bewijs tot een veroordeling leidde, en ook niet wanneer iemand ‘vanuit barre omstandigheden’ of ‘toevallig’ een moord had begaan, maar wel waar het moralisch Debile betrof, tegen wie de maatschappij beschermd moest worden.

Na aanvankelijke verbazing over deze stellingname bedacht ik dat ook de goede Charles Dickens, na eerst afschaffing van de doodstraf bepleit te hebben, er bij nader inzien zo over dacht. Waar hij weerzin tegen bleef voelen was de publieke executie, die het laagste in de massaal erop afkomende toeschouwers naar boven riep.

In Nederland is de doodstraf in 1870 afgeschaft, een eeuw eerder dan in het Verenigd Koninkrijk. Een fervente tegenstandster van die Engelse afschaffing was Agatha Christie, wier misdaadromans het juist van de strop moesten hebben; van de gemiddeld drie moorden per pocket werden er twee gepleegd om te voorkomen dat de eerste uit zou komen. De dader, indien betrapt, zou immers onherroepelijk worden opgehangen.

Bij ons heeft Gerrit Krol destijds de ultieme vergelding aan de orde gesteld. Hij was niet uitdrukkelijk voor de doodstraf, maar vond dat die als ijkpunt gehandhaafd moest worden. Er waren misdaden, betoogde hij, waarbij een gevangenisstraf het rechtsgevoel niet bevredigde. Thans wordt die discussie in ons deel van de wereld nauwelijks meer gevoerd, maar daarmee is de kous niet af.

In Noorwegen is men bijvoorbeeld zo humaan dat het maximum waar iemand toe veroordeeld kan worden, 21 jaar cel is. Dat betekent dat Anders Breivik, die 77 mensen omgebracht heeft, in beginsel over een jaar of tien vrijkomt. Dat is moeilijk uit te leggen. Er schijnt wel een mogelijkheid tot verlenging te zijn, maar dat betekent dat men elke vijf jaar de hele zaak weer moet oprakelen.

Nu denk ik dat veel booswichten een levenslang verblijf in de petoet afschrikwekkender vinden dan de tegenwoordig pijnloos ten uitvoer gelegde doodstraf. Zeker de godsdienstig bevlogenen, die voor het heroïsch onthoofden van weerloze oude vrouwtjes beloond worden met een enkeltje Paradijs, waar 70 maagden popelend op hen wachten.

Dat laatste berust volgens geleerden overigens op een interpretatiefout, dus de kans bestaat dat die geloofshelden in het Hiernamaals lelijk op hun neus kijken. Dat is wel weer een argument vóór de doodstraf.

menu