Twaalf molens heeft Molenstichting Midden- en Oost-Groningen in beheer. Om ze onder de aandacht te brengen werkt de stichting aan ommetjes. De eerste is af, die langs poldermolen Westerse Molen in het niemandsland bij Nieuw Scheemda.

Een wervend verhaal over de ommetjes waaraan Molenstichting Midden- en Oost-Groningen werkt: Reint Huizenga ziet de pagina in de krant al voor zich. En als daarin ook nog eens subtiel een oproep molenaars gezocht verwerkt kan worden … Kort, met onversneden Groningse tongval: ,,Dat zou mooi wezen.’’

loading  

Ach, waarom eromheen draaien? Gewoon opschrijven hoe het zit. Als verslaggever word je natuurlijk wel eens voor een karretje gespannen in de hoop dat je aandacht wilt schenken aan een onderwerp. Dat snapt iedereen. En als het je wat lijkt, hap je toe – ook dat snapt iedereen. Of het recent geopende Ommetje Westerse Molen iets is voor Mijn Streek , mailde Huizenga, de voorzitter van de molenstichting. Er zijn meer routes in de maak, deze eerste is klaar. Prima: de poldermolen kwam in deze serie nog niet aan bod.

Onder de aandacht

Met hoge stappen baant Huizenga (1950) zich een weg door het gras langs de sloot dwars door het bieten- en graanland. Medebestuurslid Bert Steenhuizen (1955) volgt in zijn kielzog. De zon brandt, het zweet gutst, de klei oogt als een drooggevallen rivierbedding.

De vlakte is immens en de stilte is oorverdovend – op de momenten dat er niets wordt gezegd. Voor ons doemt de Westerse Molen op. Huizenga, inmiddels drie jaar voorzitter van de molenstichting, legt uit wat hij ziet als zijn belangrijkste uitdaging: de molens onder de aandacht brengen bij het publiek.

Cultureel erfgoed

Ommetjes zijn leuk, maar spekken de kas natuurlijk niet, geven beiden toe. Ze zijn vooral een middel om mensen in aanraking te laten komen met ,,misschien wel het belangrijkste culturele erfgoed van ons land’’. Goodwill is nodig, in de hoop dat bij instanties geld kan worden losgepeuterd. ,,Uiteindelijk draait het om de centen.’’

De Westerse Molen uit 1862 is wat dat betreft een goed voorbeeld. ,,Een molen moet draaien, anders vervalt-ie, maar ja’’, zegt Steenhuizen, wijzend naar de kap van de molen. ,,Boktor’’, vult Huizenga aan. ,,Deze molen durven we niet eens in beweging te zetten, we zijn als de dood dat-ie het dan begeeft.” Het is in tegenspraak met de naam op de baard van de molen: Zeldenrust. ,,Wat denk je dat het kost om dit te restaureren?’’ Huizenga wacht het antwoord niet af: ,,Tussen de 80.000 en 100.000 euro. Voor je dat geregeld hebt …’’

loading  

Minst toegankelijk

De mannen maken een rondje. ,,Zie je?’’ wijst Steenhuizen naar de achterzijde van het bouwwerk, ,,twee vijzels zelfs om het water omhoog te pompen. Dit was een pracht van een poldermolen.’’ Huizenga, wijzend naar het landschap: ,,Er loopt geen verharde weg hiernaartoe. Dit is onze minst toegankelijke molen. Hier kom je niet, tenzij je een reden hebt. Daarom hebben we deze molen uitgekozen voor het eerste ommetje.”

Eén molen voor één wandeling: het is misschien wat weinig. Maar daaraan weet de molenstichting een mouw te passen: ‘stationnetjes’, plekken die onderweg kunnen worden aangedaan. Vier staan er op de route: galerie Waarkunst, de kerk in Nieuw Scheemda uit 1661 (voor wie binnen kijkt: het zweepje onder de preekstoel heeft niets met SM te maken, de dominee kon daarmee honden de kerk uitjagen!), de Westerse Molen zelf en als laatste fruitbedrijf Bosschaart.

Leuke ontmoetingen

Het levert leuke ontmoetingen op. Zoals bij de kerk, waar we aan de praat raken met een dame uit Buitenpost. Ze heeft net een goede vriendin uit Amerika bij de kerk afgeleverd. Ze chauffeert haar gast kriskras door het Noorden om overal op Schnitgerorgels te spelen. ,,Meestal is een belletje met de koster voldoende. Wil je haar horen? Ga maar naar binnen.’’

In de kiosk bij het fruitbedrijf accepteren we dankbaar het sap van eigen bodem. Fruitteler Gerrit Bosschaart is een man van weinig woorden, maar wat hij zegt snijdt hout. Twintig jaar geleden verkaste hij zijn bedrijf in verband met de uitbreiding van Utrecht. ,,Ik wil hier nooit meer weg.’’

loading  

De toevallige ontmoetingen; het is hoe Huizenga de ommetjes het liefst ziet. ,,Zet er maar bij: voor groepen van acht tot vijftien personen zorgen we voor een gids bij de wandeling. Dan zorgen we ook dat die stationnetjes open zijn.’’

O ja, en dan is er nog het tekort aan molenaars. ,,Momenteel hebben we zo’n tien vrijwilligers die de molens kunnen laten draaien. Liefst zagen we per molen twee molenaars. Mensen die als gids op een molen willen meehelpen zijn trouwens ook van harte uitgenodigd.” Ter afsluiting: ,,Weet je, molenaars zijn voor onze stichting veel belangrijker dan een bestuur.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra