De vogelwachter bij Donkerbroek.

Mijn Streek: 'Er is geen mens gelijk, dat geldt ook voor kieviten'

De vogelwachter bij Donkerbroek. Foto: Marcel van Kammen

Je zult maar weidevogel zijn; heb je een geschikt plekje voor een legsel gevonden, loop je kans dat dat verloren gaat door landbouwmachines. Gelukkig is er de vogelwacht: die beschermt de nesten en – niet onbelangrijk – vertelt over het landschap van vroeger.

‘Ja Paul, het is met Auke Drenth van de vogelwacht. Hoe is het: zitten er dit jaar nog kieviten bij jullie huis?”

Woensdagochtend. De telefoon gaat. Het kengetal verraadt een beller uit het dorp. De stem herken ik meteen, al heb ik er geen gezicht bij, alleen een silhouet in de verte.

Dat zit zo: vorig jaar deed Drenth zijn best het nestje te vinden van de kieviten op het land waarover wij vanuit huis uitkijken, om het te markeren voordat de loonwerker het ploegde en mais inzaaide. Vanuit huis zag ik hem aan de overkant van het perceel, vaak met een collega, vanuit het dorp op de fiets aankomen. Met zijn gebogen gestalte liep hij het land af, richel voor richel. Als hij weer was verdwenen, volgde een telefoontje zodra hij thuis was, telkens even aangedaan: ,,Ik kan het maar niet vinden, maar het moet er zijn. Als ik die vogels tekeer zie gaan... Morgen probeer ik het nog een keer.”

loading

Het moderne boerenland

Twee weken geleden schreef ik op deze plek over het stelletje kieviten dat juist die dag neerstreek voor ons huis. Hoewel de vogels meteen hartstochtelijk aan het baltsen sloegen, gaf ik ze weinig kans een legsel groot te brengen.

De kieviten vormden aanleiding te schrijven over het moderne boerenland dat niet meer geschikt is voor weidevogels; er zijn geen bloemen, geen insecten, de grond is door drainage te droog, het gras te hoog. Vanuit het raam zie ik een vogelloos grasland, de kieviten zijn verbannen naar het strookje waar mais stond. Ik schreef ook hoe ze daar vorig jaar na het ploegen en het zaaien telkens weer aan het baltsen sloegen, dat het pijn deed hun vruchteloze pogingen te zien. Ik adviseerde de vogels een beter plekje te zoeken. ‘Fijn jullie te zien, maar ga weg hier!’, luidde de kop boven het stuk.

De boer vond het niet leuk

De boer vond het stuk in de krant niet leuk. ,,Mijn contact met de vogelwacht is uitstekend. Als die bij mij op het land een nest met eieren vindt, houd ik daar rekening mee, als er geploegd gaat worden laat ik het altijd weten”, reageerde hij toen ik hem sprak.

Ja, dat aspect had ik niet vermeld, mocht daardoor een verkeerde indruk van de boer zijn ontstaan, dan wil ik dat bij deze rechtzetten.

,,En ik miste de vos, de marter en de ooievaar in dat verhaal van jou. Dat er geen weidevogels meer zijn, komt doordat er te veel predatoren zijn.”

Daar denkt hij dan anders over dan ik, maar dat laten we dan maar zo, is een beetje kip-eiverhaal. Over kippen gesproken: vorig jaar zomer ging een vos er met een van onze Groninger meeuwen vandoor. Ik zie nog precies voor me hoe de rover met een sierlijke sprong over de sloot in de mais verdween, alsof hij een lange neus trok, de hen in de bek. Ik herinner me ook de grijns om de mond van de boer, toen ik hem het voorval vertelde: ,,Mooi hè, die natuur...”

loading

Een nieuw jaar

Een nieuw jaar biedt nieuwe kansen. Ik bel Drenth en vertel dat er sinds een paar dagen weer een stel kieviten is. Hij is blij. ,,Prachtig! Ga ik vanmiddag met een collega kijken. Heb je tijd? Wat mij betreft loop je met ons mee. Maken we kennis. We zien je wel halverwege de bosrand, steken we daarvandaan het weiland over.”

Zo gezegd, zo gedaan. Drenth (1946) is zo enthousiast als ik me had voorgesteld. Halverwege het pad wacht hij me met zijn collega op, een stel bamboestokken in de hand, voor het geval er een nestje valt te markeren. Als we het weiland oversteken, vliegen de kieviten op. ,,Ze zeggen: er is geen mens gelijk, dat geldt ook voor kieviten, ze gedragen zich allemaal anders.”

Drenth staat even stil, steekt zijn hoofd iets omhoog, demonstreert hoe een kievitmannetje op wacht staat. De jongen van een jaar of 10, 11, die met wel twintig eieren thuiskwam, zit nog altijd in hem als hij het over de vogels heeft. ,,Ik weet nog dat dit heide was, er zaten hier toen nog korhoenders.” Als het met de kieviten dan maar niet dezelfde kant opgaat, denk ik bij mezelf.

loading

Lege nestjes

Zes nestjes vinden we, maar allemaal leeg. Niet ver van ‘een prachtig gepolijst nestje’ zet Drenth een stok. ,,Goede kans dat hierin eieren komen. Het mannetje kan wel vijftien nestjes maken, laat het vrouwtje het mooiste uitzoeken. Er zijn mensen die na het eerste het beste lege nestje stoppen met zoeken”, hij zwaait met de stokken door de lucht, ,,sukkels.” Hij nodigt me uit om de volgende dag mee te gaan als hij met een andere collega gaat zoeken aan de andere kant van het dorp.

De korte excursie de volgende dag levert weer een stel nesten op, wederom in een maisveld, en wederom leeg. De percelen gras worden overgeslagen, geen kievit te zien. ,,Een platte plaat”, hoor ik de vogelwachten tegen elkaar zeggen, ,,vroeger kwamen we geregeld stokken tekort”, ,,tja, het is de manier van boeren”, ,,ach, we hebben een uitje.”

Als ik met de mannen op leeftijd meefiets, een praatje met een boer meemaak, begrijp ik dat de vogelwacht meer is dan een een groepje vogelliefhebbers. De mannen vormen de verbinding tussen het dorp en de boeren. Sommige van hen zijn van elders hier komen wonen, horen verhalen die bij het landschap horen en die zij niet kennen. Ik begrijp ook de romantiek van de vogelwacht, het voorrecht alleen in het midden van de open vlakte te mogen lopen. Geen verkeer, alleen de wind en de kieviten.

loading

Ga je mee?

Weer twee dagen later, Drenth belt. ,,We gaan vanmiddag weer bij jou voor het huis. Ga je mee?” Gedrieën trekken we op door het perceel, een meter of drie, vier van elkaar. Bij het nest bij het stokje laat Drenth mij voorgaan. ,,Toe maar, jij mag het vinden”, moedigt hij aan.

Het is leeg.

De teleurstelling druipt van het gezicht als ik het hem meedeel.

,,We zoeken verder”, klinkt het. Ook de andere nestjes zijn leeg. We keren om, lopen terug via een iets hoger deel van het perceel, waar we eigenlijk niets verwachten. Dan gebeurt het, ik knipper met m’n ogen, vlak voor me schitteren vier tere eitjes in een kuiltje, de puntjes naar elkaar toe, een vol broedsel. Het duurt even voordat ik hard ‘gevonden!’ roep. Drenth maakt een sprongetje van blijdschap, huppelt over de maisstoppels.

Als ik een foto naar de boer app, krijg ik een duimpje terug en een berichtje: ‘wat een kievieten dit jaar!!!’ Ik zie zijn grijns voor me.

loading

***

Alles op alles

Wie weidevogels zegt, denkt aan Friesland. Het zoeken van eieren hoort tot de cultuurhistorie van de provincie. De Bond Friese VogelWachten (BFVW) werd in 1947 opgericht om het aaisykjen te reguleren, opdat die traditie kon blijven voortbestaan.

Helaas kon de teruggang van weidevogels niet gekeerd worden, net zomin als het verbod om eieren te zoeken – sinds 2015 is dat van kracht. De organisatie telt zo’n 20.000 leden, van wie circa 3500 zich actief inzetten voor de bescherming van vogels, verdeeld over 108 lokale vogelwachten, een fijnmazig netwerk waar in andere provincies met jaloezie naar wordt gekeken.

loading

Inmiddels zet de BFVW zich niet alleen maar meer in voor weidevogels. Zwarte sterns, uilen en zwaluwen zijn zijn voorbeelden van vogels die aandacht krijgen.

,,In Drenthe zijn zo’n dertig vrijwilligersgroepen voor weidevogels”, vertelt Erwin Bruulsema van landschapsbeheer Drenthe, die namens die organisatie die groepen coördineert. De meeste groepen zijn ongeveer drie tot twaalf man groot. De provincie telt verhoudingsgewijs minder weidevogelgebieden dan Friesland en Groningen. Uiteraard zijn er in Drenthe ook werkgroepen actief die zich richten op anders vogels, de steenuil is zo’n vogeltje dat daarvan profiteert.

In het weidevogelbeheer in de provincie Groningen spelen de zogenaamde agrarische collectieven een centrale rol. De provincie telt er drie, waarvan Collectief Groningen West de grootste is. Deze voormalige agrarische natuurverenigingen stellen namens de aangesloten boeren ‘pakketten’ samen, waarmee een vergoeding voor derving van inkomsten kan worden aangevraagd.

Henk van der Noord, veldcoördinator: ,,Op die manier kunnen boeren bijvoorbeeld ertoe worden overgehaald later te maaien (vogeltjesland), of een deel van terrein in te richten als plas-dras.’’ Voor Collectief Groningen West zijn 14 veldmedewerkers actief, naast circa 150 vrijwilligers die nesten markeren.

Een belrondje langs de verschillende organisaties – vogelwachten, terreinbeheerders, agrarische collectieven – maakt duidelijk dat weidevogels het zwaar hebben, maar dat er veel mensen zijn die alles op alles zetten hen te redden.

menu