Nergens ter wereld vind je zoveel pingoruïnes als in Drenthe. Deze bodems bevatten een schat aan informatie over de geschiedenis van het landschap. Fysisch geograaf Anja Verbers leidt rond in de omgeving van Zeijen.

De hunebedden kunnen hun borst natmaken. Hun positie staat op de tocht, binnenkort zijn ze zelfs icoon-van-Drenthe af. Er is een landschapselement dat veel meer kan vertellen over de geschiedenis van Drenthe, een landschapselement bovendien dat veel meer voorkomt dan de ruim vijftig grafmonumenten uit de prehistorie.

Nou ja, binnenkort… aan Anja Verbers (1959) zal het in elk geval niet liggen. Als fysisch geograaf in dienst bij Landschapsbeheer Drenthe werkt ze hard om van de pingoruïnes in de provincie ‘de nieuwe hunebedden van Drenthe’ te maken, want die potentie hebben ze volgens haar. Maar voor het zover is, kan ze nog wel even vooruit.

Liefst 2500 ‘depressies’ – ,,meestal worden ze gewoon veentjes of vennetjes genoemd” – telt de geo-morfologische kaart die in 2012 door de provincie werd opgesteld. Verbers: ,,Wat is de oorsprong van die depressies? Om dat uit te zoeken ging in 2015 het Pingo Programma Drenthe van start. Er is inmiddels van 125 locaties bekend wat het zijn, 80 daarvan zijn pingoruïnes.”

loading

Inuit

Voor we op stap gaan: wat is een pingoruïne? Een goede vraag bij een kop koffie in het café aan de brink in Zeijen. Verbers legt een paar afbeeldingen op tafel. ,,Het woord pingo is afkomstig uit het Inuit, de taal van de Eskimo’s, het betekent: heuvel die groeit. Permafrost is een voorwaarde voor pingo’s. Boven de poolcirkel, in Noord-Canada bijvoorbeeld, tref je ze ook nog aan. Omstandigheden als daar deden zich zo’n 15.000 jaar geleden ook in onze streken voor, aan het einde van de laatste ijstijd, het Weichselien. De pingo’s hier smolten zo’n 14.700 jaar geleden. Dat gebeurde vrij abrupt toen het klimaat plots opwarmde.”

We hebben nu een beeld van de pingoruïne. Maar er zijn ook andere depressies?

Verbers: ,,De vennetjes kunnen natuurlijk ook op een andere manier zijn ontstaan. Meestal zijn het dan uitblazingskommen. Die ontstonden in dezelfde periode als de pingo’s, op plekken waar de wind in het kale landschap het zand tot de grondwaterspiegel wegblies.”

Pingoruïne of uitblazingskom, to be or not to be , daar draait het dus om. We gaan op pad. Op de kaart die Verbers bij zich heeft staan zeven plekken omcirkeld. Het Holtveen is eerste op de route. Verbers drukt het sprankje hoop van de verslaggever meteen de kop in als hij denkt dat hij het onderscheid wel kan maken door te kijken naar een randwal. ,,Vaak denken mensen: een rond watertje met een randwal. Maar daarvan kun je niet op aan. Meestal is die wal verstoven of vlakgeploegd door de boeren en dus niet of nauwelijks zichtbaar.”

Natte laagte

Het Holtveen blijkt een natte laagte met bomen aan de rand van de Zeijer Strubben. Het is geen pingoruïne, verklapt Verbers. Ze vertelt hoe ze langs een lijn om de 10 meter een boring zet, om zo de identiteit van een laagte te achterhalen. ,,Als ik met de grondboor 2,5 meter of nog dieper veen aantref, weet ik genoeg, dan is het een pingoruïne. Ze kunnen zelfs tot 20 meter diep zijn. In Drenthe is het Mekelermeer bij Nieuw-Balinge met 12 meter de diepste.”

Op naar het Witteveen, waarvan Verbers door boringen zeker weet dat het een pingoruïne is. Onderweg hebben we uitzicht op een bijzondere laagte in het grasland, Verbers’ handen jeuken om de plek te onderzoeken. Even verder passeren we hunebed D5.

loading  

Het Witteveen is een slaperig moerasbosje aan de rand van heideterrein het Noordsche Veld. Dat is het niet altijd geweest. Verbers weet dat het tot de jaren zestig een heideterreintje was. We lopen een stukje de pingoruïne in, net voldoende om te zien dat we afdalen.

Hoe het terrein de laatste eeuw ook van uiterlijk veranderde, het is Verbers om de bodem te doen. ,,Hoewel door drainage van het omringende land de bovenste laag van de veenbodem veraard is en er op sommige plekken veen is gewonnen, is dit een behoorlijk gave pingo.” Ze legt het belang van de bodem uit. ,,Alle sedimenten, al het stuifmeel van planten en gewassen – dus de geschiedenis van het landschap – is in zo’n pakket veen terug te vinden. Zo’n goed archief vind je nergens.”

De Mijn Streek-reeks Leestekens van het Landschap komt tot stand in samenwerking met het Kenniscentrum Landschap van de Rijksuniversiteit Groningen. De website www.leestekensvanhetlandschap.nl is het platform voor informatie over landschapselementen in Nederland. Iedereen kan hierop zijn kennis delen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra