'Minister moet beter onderhandelen over prijs nieuwe medicijnen’

Verschillende medicijnen bij een apotheek in het LUMC. Foto: ANP

De minister voor Medische Zorg moet tijdens onderhandelingen met farmaceuten over nieuwe medicijnen hogere kortingen bedingen, vindt de Algemene Rekenkamer. Zelfs eens ‘nee’ zeggen tegen een fabrikant die het onderste uit de kan wil halen, moet kunnen.

Sinds 2012 onderhandelt de minister met farmaceuten over de prijs van nieuwe, peperdure geneesmiddelen. Denk aan behandelingen voor kanker, die het leven van mensen kunnen verlengen. Of vernieuwende behandelingen, zoals gentherapie.

Afgelopen november maakte het ministerie zelf bekend dat zo tussen 2012 en 2018 een totale besparing op de zorgkosten van bijna 600 miljoen euro is behaald.

Kosteneffectief

Ondanks dat vaak een miljoenen­kor­ting wordt bedongen op de vraagprijs van farmaceu­ten, wordt het punt van kostenef­fec­ti­vi­teit lang niet altijd bereikt

De Algemene Rekenkamer heeft de prijsafspraken nu vergeleken met de adviesprijzen van Zorginstituut Nederland, een adviesorgaan van het ministerie van Volksgezondheid. Als de afgesloten deal daaraan voldoet, is behandeling met het geneesmiddel zijn prijs dubbel en dwars waard. Kosteneffectief heet dat.

Maar ondanks dat vaak een miljoenenkorting wordt bedongen op de vraagprijs van farmaceuten, wordt het punt van kosteneffectiviteit lang niet altijd bereikt. Sterker nog, soms doet de minister niet eens een poging om zo’n lage prijs te krijgen.

De onderzoekers bekeken uiteindelijk dertien onderhandelingstrajecten verder, op voorwaarde dat specifieke informatie over de geneesmiddelen en prijzen geheim zou blijven. Wat bleek: in totaal in vijf onderhandelingen was het resultaat niet kosteneffectief, zes keer was het middel zijn prijs wél waard. Bij twee middelen bleef onduidelijk of het behaalde resultaat voldoende was.

Nauwelijks te beoordelen

De Algemene Rekenkamer constateert dat de minister nu nauwelijks kan beoordelen welke prijs voor fabrikant rendabel is. Tegelijk zeggen de rekenmeesters dat de inzet van de minister altijd minstens zou moeten zijn dat een middel kosteneffectief is.

Daarnaast vindt collegelid Ewout Irrgang dat de minister voor Medische Zorg de Tweede Kamer best wat meer informatie over onderhandelingstrajecten kan geven. En de bewindsman, momenteel Martin van Rijn, moet nagaan onder welke omstandigheden hij bereid is ‘nee’ te zeggen als een farmaceut onvoldoende korting geeft. Irrgang: ,,Het gevolg daarvan kan zijn dat een geneesmiddel niet in het basispakket van verzekerde zorg wordt opgenomen.”

Minister Van Rijn stelt in een reactie op het rapport dat onderhandelen over medicijnprijzen ‘een noodzakelijk kwaad’ is. ,,Helaas kan er een moment komen dat ik ‘nee’ moet zeggen tegen een bedrijf dat niet wil zakken met hun prijs. Natuurlijk wil ik dat niet, maar iedereen zal begrijpen dat het linksom of rechtsom wel betaald moet worden. We mogen ons (ik, de patiënt én de premiebetaler) niet laten chanteren", aldus de bewindsman.

Zo transparant mogelijk

De minister snapt de aanbeveling om de Tweede Kamer meer te informeren over het bereiken van kosteneffectieve prijzen. ,,Ik wil zo transparant mogelijk zijn zónder schending van de geëiste geheimhouding. Ik ga uitzoeken hoe ik nog meer inzicht kan geven en zal de Tweede Kamer daar later dit jaar over informeren.” 

Nederland geeft per jaar ruim 6,5 miljard euro uit aan geneesmiddelen.

menu