Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra.

Zittingszaal 14: Niet zot of bezopen

Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra. Foto: Marcel Jurian de Jong

Ze hebben een niet al te best imago. Ze zijn kneiterduur, rijden in patserige auto’s, praten recht wat krom is, helpen moordenaars en verkrachters en – dat vooral – ze verdienen aan de ellende van anderen. Zo raak je niet geliefd.

De advocaten.

Er zijn er die 500 euro per uur verdienen. Dat wil zeggen, zo veel vragen ze en er zijn anderen zo gek, bereid en en zo vermogend dat ze dat betalen. Het zijn de enkelingen, de onbekenden bij het grote publiek ook.

Het zijn ook niet de advocaten die je tegen kunt komen in de gerechtsgebouwen. Daar lopen vooral de advocaten die deel uitmaken van de sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, de raadslieden die tegen de stroom in durven te roeien, zij die dikke dossiers meezeulen in versleten boodschappentassen, zij die toga’s huren in plaats van er zelf eentje aan te schaffen.

De strafrechtadvocaten moeten het hebben van de zittingen in de rechtszalen. Daar verdienen ze hun geld. Veel van hun cliënten – strafrechtadvocaten zeggen nooit klanten – hebben weinig te makken zodat de overheid het grootste deel van de rekening moet betalen.

Dat laatste is niet zot of bezopen. Dat is goed, want op deze manier houden we een gewichtig grondrecht overeind: iedereen heeft recht op een eerlijk proces. Je kunt ook zeggen: iedereen heeft recht op bescherming. Dus ook zij die aan het einde van de maand geen geld over hebben.

Rob Geene – de voormalig deken van de orde van advocaten in Noord-Nederland – kon dat mooi en zo waar verwoorden. Hij zei dan dat advocaten zorgen voor sociale hygiëne in het rechtsverkeer, een groot goed voor een samenleving die corruptie buiten de deur wil houden.

Maar nu is het crisis, is alles anders. Van de een op de andere week is niets meer vanzelfsprekend. Half Nederland is in ons aller belang op slot gezet en zij die een cruciaal beroep uitoefenen krijgen – nooit eerder, maar nu wel – lof en applaus van afstand toegezwaaid. En ook bescherming: kassamedewerkers in supermarkten doen hun werk vanachter plexiglas.

Iedereen in de zorg, maar dus ook de kassamedewerkers, de vakkenvullers en de boodschappenbezorgers, zij allen lopen risico’s, maar de rechterlijke macht zit ondertussen thuis. Hun rechtszalen gesloten.

De strafrechtadvocaten zijn daardoor brodeloos. Zij klagen niet, zij luiden de noodklok. De strafrechtadvocaten hebben niet alleen meer het belang van hun cliënt te dienen, zij moeten ineens ook aan hun eigen financiële belang denken.

Ik belde zittende aan de keukentafel de afgelopen dagen in de rondte, om de stemming te peilen, om de stand der zaken te kunnen noteren. Ik belde bijvoorbeeld met de nieuwe deken van de orde van advocaten van Noord-Nederland, dat is Eef van de Wiel. Zij is als arbeidsrechtadvocaat nu ook toezichthouder, belangenbehartiger, aanvoerder, het geweten en het gezicht van alle advocaten in Noord-Nederland.

Was alles nog normaal geweest dan had wellicht in de krant gestaan dat zij – na honderdduizend jaar mannen – de eerste vrouwelijke deken is. Maar dit bedenkelijke feit heeft de krant niet gehaald, want nog bijna niemand weet dat zij de opvolger is van de hiervoor genoemde Rob Geene.

Ik zeg dat het wel een beetje gek is, dat je als deken moet beginnen in crisistijd met een ongewis verloop.

De nieuwe deken: ,,Het is bizar. Ik heb nog met bijna niemand kennis kunnen maken. Een deken wil ook een beetje een soort uuh… moeder zijn, maar ik heb nu het gevoel dat ik een deken ben met een plastic zak over mijn hoofd. Ik kan bijna niks.’’

Ze kan wel iets zeggen.

Ze zegt: ,,De sociale advocatuur, de strafrechtadvocaten, wordt keihard getroffen. Als er niets wordt gedaan dan vrees ik kaalslag. Er zullen advocatenkantoren omvallen, maar de criminaliteit die blijft, de vreemdelingen blijven en de verwarde mensen blijven ook. En dan heb je advocaten nodig, zonder advocaten stagneert het hele systeem. Het is echt zorgelijk. Als de crisis straks voorbij is, hebben rechtzoekenden niemand meer.’’

Dan kan het recht dat iedereen recht heeft op bescherming niet meer worden waargemaakt. Dan winnen de schreeuwers en loert om het hoekje de rechtsongelijkheid.

De nieuwe deken pleit voor een noodfonds.

Strafrechtadvocaat Jan Vlug te Deventer pleitte deze week op Twitter een andere koers te varen: ‘Gooi open die rechtszalen!’ Ik belde met Vlug. Hij zei: ,,Ik wil ook niet aan de beademing, maar er kan veel meer dan er nu gebeurt. De rechtszalen zijn groot genoeg voor voldoende afstand, plaats desnoods plexiglazen wanden op wieltjes voor de rechters. Handschoenen, maskertje, als er een wil is, valt het te organiseren.’’

Ik bel met Leeuwarden, met Tjalling van der Goot van advocatenkantoor Anker en Anker. Hij zegt: ,,Helemaal eens met Jan Vlug.’’ Van der Goot constateert dat er bijna geen verdachten meer worden aangehouden, dat er op het kantoor heel af en toe nog een urgente zaak binnensijpelt.

Ik bel met Assen, met strafrechtadvocaat Robert Eefting die als verdienstelijk speler van het tweede ijshockeyteam van GIJS, met dank aan corona, de halve finalewedstrijd tegen Den Haag aan zijn neus voorbij moet laten gaan. Eefting kan dus tegen een stootje, maar ook hij zou graag zien dat de rechtszalen de deuren weer openen. Eefting: ,,Maar al die rechtbanken doen maar wat.’’

Eefting geeft een voorbeeld. Hij deed deze week een klaagschrift invordering rijbewijs van een cliënt die in de zorg werkt en zonder rijbewijs niets kan betekenen. ,,De rechtbank zei, dit moet maar wachten tot na de crisis. Terwijl de rechtbank in Den Bosch dit soort eenvoudige zaken telefonisch afhandelt. Het kan dus.’’

Judith Kwakman, ook uit Assen: ,,Advocaten krijgen het dringende verzoek standpunten schriftelijk of telefonisch kenbaar te maken, terwijl officieren van justitie wel in persoon in de rechtszaal aanwezig zijn. Dat klopt niet.’’

Ik bel Groningen, advocaat Maartje Schaap van het gerenommeerde De Haan Advocaten, zo ongeveer de uitvinders van de strafrechtadvocatuur. Ze heeft niets te doen, maar wel voorbeelden van hoe het niet moet. ,,Het is momenteel een crime. Als dit zo doorgaat, als ze de gerechten niet opengooien, dan zijn wij de pineut.’’

Ondertussen horen de advocaten via hun cliënten over de nooit eerder geopenbaarde problemen die in de gevangenissen ontstaan: de drugs raken op nu bezoek niet is toegestaan.

Onrecht is overal. Ook daarom: was je handen en koester de strafrechtadvocaten, de specialisten van de zelfkant.

menu