Van Gaal onthult nieuwe biografie op 12 mei

Nog een biografie, maar 'het imago van Louis van Gaal oppoetsen, dat is niet nodig'

Van Gaal onthult nieuwe biografie op 12 mei ANP

Ruim tien jaar geleden verscheen al een biografie over Louis van Gaal (68), maar dat weerhield hem er niet van mee te werken aan een nieuwe: LvG. ‘Per slot van rekening ben ik ook weer een paar jaar verder en wijzer.’

Stipt om 16.00 uur licht Facetime op. ‘LvG’ meldt de telefoon, vanuit Portugal, zoals afgesproken. Oorspronkelijk stond een afspraak in de Algarve gepland, om met Louis van Gaal te praten over het boek LvG - De trainer en de totale mens, dat hij samen met Robert Heukels maakte. Covid-19 maakte een persoonlijk gesprek onmogelijk. Facetimen kan natuurlijk ook, liet Van Gaal weten.

Hij oogt kwiek en uitgelaten. Niets wijst erop dat hij na zijn laatste klus bij Manchester United is weggezakt in een kabbelend leven. „Weet je wat gek is? Dat mensen denken dat ik het rustiger heb nu ik geen club meer train. Dat is helemaal niet zo. Als ik in Nederland ben, ga ik van afspraak naar afspraak. Soms wel drie op een dag – dat is bijna intensiever dan een club trainen.’’

 

Wat voor afspraken zijn dat dan?

„Mensen vragen adviezen. Clubs, spelers, trainers, mensen in de sport, het bedrijfsleven. Je kunt het zo gek niet bedenken. Het kost veel tijd, maar tegelijk is het vleiend dat iedereen me om raad vraagt. Kennisoverdracht is belangrijk.’’

 

In ‘LvG’ staat letterlijk: ‘De familie Van Gaal genoot van het leven’.

„Zo was het ook. We waren dag in dag uit bezig met sporten, met spelletjes. Wij kaartten altijd met elkaar. En ook al werkte mijn vader lange dagen – hij was hoofdvertegenwoordiger van de Steenkolen Handels Vereniging – als hij er was, was hij er ook echt.’’

 

Uw vader overleed toen u 11 was. In ‘LvG’ kijkt u opmerkelijk genoeg met genegenheid terug naar de billenkoek die u soms van hem kreeg.

„Het leven moet geleefd worden, maar het kan niet zonder een ritueel van regels en taken. Dat geldt voor voetballers in de topsport, maar net zo goed thuis bij de opvoeding. Ik weet dat een corrigerende tik in deze tijd met argwaan wordt bekeken. Toen ik daar eerder over sprak, kreeg ik veel kritiek. Maar ik schaam me er niet voor te zeggen dat ik mijn dochters zo nu en dan een tik op de vingers heb gegeven.’’

 

U hield toch ook soms hun hoofd onder de kraan?

„Dat weten ze zich nog goed te herinneren. Dat is niet voor niets. De nieuwe generatie, de generatie van mijn dochters, doet dat niet meer bij hun kinderen. Die gaan al heel vroeg de dialoog aan. Tijden veranderen. Maar ik ben zelf niet slechter geworden van een tik op mijn vingers. Kinderen moeten leren waar de grenzen liggen. Dat is zeker op jonge leeftijd een goede manier om te begrijpen wat rechtvaardigheid inhoudt.’’

 

Hoe vond u uw plek, als jongste in een gezin met negen kinderen?

„Ik had als voordeel dat ik overal goed in was. Op de lagere school en ook op de hbs kende ik geen problemen. Met sport won ik alles.”

 

Miste u uw vader niet vreselijk?

„Mijn moeder was alles voor mij. Mijn vader heb ik eerlijk gezegd nooit echt gemist, omdat ik hem nooit goed heb leren kennen. Daarvoor ontbrak de tijd; ik was nog een kind toen hij overleed.’’

 

U introduceerde het totale-mensprincipe in het voetbal – wat betekent dat voetballers alleen hun topniveau halen als ze ook als privépersoon goed in hun vel zitten. Waar kwam dat idee vandaan?

„Ik was jarenlang docent lichamelijk opvoeding, naast mijn carrière als voetballer – zo ging dat toen nog. Die ervaring heeft mij veel gebracht. Ik werkte met allerlei jongens, ook jongens die nu ‘moeilijk opvoedbaar’ worden genoemd. Ik leerde dat een persoonlijke benadering belangrijk was. Waarom gedraagt iemand zich op een bepaalde manier? Wat gaat er om in dat hoofd? Deze analyse van de persoon benoemde ik als het totale-mensprincipe. Ik was in die tijd waarschijnlijk de eerste die dat principe toepaste.”

„Toen ik begon als trainer, wist ik dus hoe ik spelers moest benaderen. Daarin had ik een voorsprong. Het hielp dat ik verbaal sterk was en over overtuigingskracht beschikte, maar de grote vernieuwing was dat ik spelers niet alleen zag als een voetballer die een bal van A naar B kon verplaatsen, maar ook als mens in zijn omgeving.’’

 

Dat klinkt sociaal. Maar er is een keerzijde: wie niet luistert, moet weg.

„Dat is te kort door de bocht; ook een trainer heeft zijn voortschrijdende inzichten. Uiteindelijk moet een speler weg als hij zich niet houdt aan de teamtaken. Als hij zichzelf boven het collectieve belang verheft.’’

In ‘LvG’ beschrijft u dat u die keuzes maakt met pijn in het hart. Dat beseft lang niet iedereen. Veel mensen zien u als dominant en rechtlijnig. Is dat een reden om met dit boek te komen?

„‘Veel mensen?’ Wie bedoelt u dan? Ik ben bang dat u zich vergist. Een een deel van de media zet mij in die hoek. Maar de man in de straat ziet dat echt anders. Die heeft geen probleem met Louis van Gaal. Zelfs bij De Kuip, waar ze doorgaans niet zo enthousiast zijn over Amsterdammers, word ik gegroet en toegeroepen. Dus nee, dit boek is er niet om het imago van Louis van Gaal op te poetsen. Dat is niet nodig.’’

 

Waarom dan toch een nieuw boek, na uw eerdere tweeluik ‘Biografie & Visie’ ?

„Ik heb besloten aan dit boek mee te werken, omdat het ruimte biedt om mijn volledige carrière uit een breder perspectief te zien. Zo komen twintig mensen aan het woord met wie ik heb samengewerkt. Het is, hoop ik, daardoor ook iets beschouwender. Per slot van rekening ben ik ook weer een paar jaar verder en wijzer.’’

 

Bent u eigenlijk met pensioen?

„Dat zou ik zo niet willen noemen; in de wereld van het voetbal is de werkelijkheid nogal onberekenbaar. Maar ik moet zeggen dat het me goed bevalt zonder club. En mijn vrouw Truus is ook niet ontevreden.’’

 

U geniet van de lokale wijn?

„Ik was een fervent liefhebber van Spaanse wijnen, maar ook dat proces evolueert. Ik weet nu meer van Portugese wijnen. Die ben ik ook zeer gaan waarderen, vooral de wijnen uit de Alentejo-regio. Het leven staat in dat opzicht nooit stil.’’

 

 

U combineert hard met zacht?

„Wie niet verder kijkt dan de buitenkant, ziet mij wellicht als een rationele man. In werkelijkheid baseer ik een groot deel van mijn keuzes op mijn gevoel. Ik vind dat logisch. Ratio en gevoel zijn niet los te koppelen. Ik deins er nooit voor terug mijn emoties te laten zien. Zoals bekend schaam ik me ook niet als ik kwaad word op iemand.’’

 

Vandaar dat strenge imago?

„Dat heeft niets te maken met de persoon Louis van Gaal. Weet je wat het is? Ik speel geen rollen. Ik toon blijdschap als ik blij ben. Ik ben verdrietig als ik verdrietig ben. Als ik boos ben of verveeld, dan laat ik dat ook zien.’’

 

Wat vindt uw vrouw, een voormalig pr-manager, daarvan?

„Truus probeert mij zo nu en dan te corrigeren. Zij heeft mij geleerd dat ik in het openbaar best vaker mag lachen. Soms vindt ze dat ik wat minder openhartig had kunnen zijn. Maar ze weet ook: zo zit hij nu eenmaal in elkaar. Ik hecht aan authenticiteit. Dat is in de voetbalwereld niet per se vanzelfsprekend. Maar ik had het nooit zo lang volgehouden als ik niet mezelf had kunnen zijn.’’

 

In ‘LvG’ wordt uitgebreid stilgestaan bij uw rol in de zogenaamde Cruijff-revolutie bij Ajax. U kwam toen, als net aangestelde directeur, in de rechtbank tegenover een deel van de club te staan. Is de liefde daardoor bekoeld?

„Nee. Bij Ajax vierde ik mijn eerste successen en mijn leven is vanaf mijn jongste jaren doordesemd geweest met Ajax – dat gaat er nooit meer uit. Die hele toestand ontstond omdat Johan Cruijff mij niet zag zitten. Voor de goede orde: dat mocht hij vinden, want iedereen heeft recht op zijn mening. Maar het kwalijke is dat mijn imago in die tijd doelbewust is beschadigd door een bepaalde hoek van de media.’’

 

In welke zin?

„Ik werd weggezet als een valsspeler en een baantjesjager. Terwijl het pas vals en slap was geweest als ik niet thuis had gegeven. Voor het geld deed ik het niet, want ik verdiende bij Bayern München tien keer zoveel. Ik wilde dit echt doen uit clubliefde. Ik wilde er bovenop zitten bij Ajax, elke dag, invloed uitoefenen, mensen inspireren, beslissingen nemen. Het werd een korte, nare periode. Al moet ik zeggen dat ik door die zwartmakerij en het geruzie nog wel het Nederlands elftal en Manchester United heb kunnen doen, omdat ik dus een vrij man was. Zo zie je maar: elk nadeel heeft zijn voordeel.’’

 

Beschouwt u het WK van 2014 als uw meesterwerk?

Lachend: „We hebben niet gewonnen, hè?’’

 

Wat is dan uw mooiste herinnering?

„Er zijn veel momenten geweest waarop ik als vakman gelukkig was. Als ik moet kiezen, dan kies ik voor de 0-2 tegen Real Madrid in de winter van 1995. Die avond was Ajax zo dominant. Zelfs de Madrileense supporters gaven ons een staande ovatie.’’

 

U heeft in Spanje gewerkt, in Engeland, Duitsland. Met voetballers uit de hele wereld. Wat heeft die ervaring u gebracht?

„Het is niet per se zo dat de Nederlandse cultuur het beste bij me past. Het belangrijkste is, waar je ook werkt, dat de menselijke verhoudingen goed zijn. Dat het onderlinge vertrouwen er is. Het komt erop aan dat spelers zich zo gedragen dat ze voor elkaar door het vuur gaan.’’

 

U won 25 jaar geleden de Champions League met Ajax nadat u jonge spelers lange tijd had kunnen ‘kneden’. Spelers vertrekken nu eerder en verdienen veel meer dan toen. Wat betekent dat voor de voetbalsport?

„De maatschappij is veranderd. Al in de jaren negentig riep ik dat de permissive society was begonnen, dat is daarna een zapcultuur geworden en een gamecultuur. Mensen worden steeds individualistischer. Hoe verder ik in mijn carrière kwam, hoe meer energie het vak me kostte. Ik moest steeds dieper gaan in het brein van het individu om ze dienstbaar te krijgen aan het collectief.’’

„Het begon allemaal met het laissez faire dat Joop den Uyl in de jaren zeventig predikte. Ineens waren er geen regels meer. We hadden het al eerder over opvoeding – alles kan en mag tegenwoordig. Die cultuur is ook de kleedkamer binnengekomen. De coach moet wel het antigif van de maatschappij zijn. Hij wordt gedwongen de hele tijd te corrigeren. Terwijl het vanuit die spelers zelf moet komen. Daar sprak ik ook al over in de jaren negentig: het grote belang van de intrinsieke motivatie. Maar zo zit de maatschappij niet meer in elkaar, het moet tegenwoordig allemaal passen bij je persoonlijkheid, bij hoe jij je voelt.’’

 

 

Zien we u nog wel terug in Nederland?

„In normale tijden, zonder corona en aangepaste vluchtschema’s, kom ik best vaak langs. We hebben ons huis in Noordwijk, en de kinderen en hun gezinnen leven in Nederland. Maar ik prijs me gelukkig dat ik hier in Portugal de wereld op enige afstand kan beschouwen. Al moet die afstand ook weer niet te groot worden. Ik ben en blijf een mensenmens. Ik vind de relaties die ik heb opgebouwd belangrijk. Ik word pas echt geraakt vanuit het mens-zijn. Ik heb nog veel contact met mensen die ik tijdens mijn carrière of daarbuiten heb ontmoet.’’

 

Bent u trots op uw prestaties?

„Nu zijn het herinneringen, is het verleden tijd. Ik heb altijd gezegd dat ik niet in het verleden leef. Trots voelde ik me op het moment zelf, als we een prijs pakten. Ongelooflijk blij was ik; voor de spelers, voor de club, de voorzitter, de supporters. Maar dat was toen. Ik heb hier honderden dvd’s liggen, maar ik heb ze nog niet teruggekeken.’’

 

Dat moment kan nog komen?

„Daarvoor heb ik ze ook bewaard, maar geen zorgen: ik doe veel andere leuke dingen. Ik wist dat ik het leven zonder vaste baan als prettig zou ervaren.’’

 

Denkt Truus er ook zo over?

„Truus geeft mij ruimte en ik geef Truus ruimte. Dat moet ook wel – ineens is die man altijd thuis, hè. Maar zoals gezegd: ik zit niet stil. Al heb ik een tijdje terug voor de eerste keer in mijn leven een serie gekeken op Netflix: The Good Wife .’’

 

U vertelt in ‘LvG’ dat u ook nadenkt over uw dood.

„Mijn vader, broers en zussen zijn jong gestorven. We hebben zelfs een schoonzoon verloren, veel te jong – verschrikkelijk. Mede daarom heb ik een strategie ontwikkeld hoe ik oud wil worden met Truus. We hebben onze woonhuizen zo geselecteerd dat ze passen bij deze fase van ons leven, met de noodzakelijke faciliteiten en comfort.’’

 

En daarbij hoort ook een plan voor als het misgaat?

„Hoe nemen wij afscheid van elkaar? Daar heb ik met Truus en de kinderen veel over gepraat. Ik heb nu de tijd dat alvast in orde te maken. Veel mensen schuiven het voor zich uit, maar ik wil dat niet. Dat heeft te maken met het overlijden van Fernanda, de moeder van mijn kinderen. Wij hebben toen niet goed afscheid van haar kunnen nemen. Dat is het ergste wat er is. Dat zien en horen we nu ook van mensen die hun naaste hebben verloren door corona zonder afscheid te kunnen nemen. Ik wil voorkomen dat zoiets ook bij mij gebeurt.’’

 

De perfectionist Van Gaal heeft ook dat geregisseerd?

„Ik denk dat dit meer te maken heeft met de gevoelsmens Van Gaal dan met de perfectionist. Laat ik het zo zeggen: ik heb alle voorwaarden gecreëerd en dat was niet makkelijk, want de wetgeving en de procedures zijn veel complexer dan iedereen denkt.’’

Met een lach: „Of het ook zo gaat gebeuren, weet ik natuurlijk niet. Dat heeft ook Louis van Gaal niet in de hand.’’

menu