Twee verpleegkundigen aan het bed bij een coronapatiënt.

Op deze afdeling in Eindhoven sterft bijna de helft van de patiënten: 'Mensen stikken gewoon'

Twee verpleegkundigen aan het bed bij een coronapatiënt. Foto: Koen Verheijden

De verpleegafdeling orthopedie van het ziekenhuis in Eindhoven is normaal een plek van hoop. Nu krijgt het personeel het ene sterfgeval na het andere te verwerken. Maar ze knokken door, soms met de moed der wanhoop. En de patiënten ook: ,,Ik wil nog niet dood.”

Op het tafeltje van een van de mobiele computers in de ziekenhuisgang ligt een A4’tje. Daarop de namen van de patiënten op cohortafdeling 10-West. En achter elke naam de toevoeging: ‘Reanimeren: nee’, ‘Beademen: nee’.

Dit is een beetje een vergeten deel van de Nederlandse ziekenhuizen. Heel het land legt dagelijks het oor te luisteren bij de voormannen van de Nederlandse Vereniging van Intensive Care: hoeveel bedden hebben we nog? Kunnen we het aan? Maar van die talloze verpleegafdelingen, waar vele honderden coronapatiënten liggen, horen we veel minder.

Zoals deze dus, in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Op 10-West liggen kwetsbare ouderen, van wie vooraf al vaststaat dat ze te zwak zijn voor - of zelf geen trek meer hebben in - een verblijf op de ic. En dus komen ze hier terecht, met twee overzichtelijke opties: opknappen en de afdeling verlaten of overlijden in een ziekenhuisbed. Omdat iedereen op de afdeling bewezen corona heeft, zijn de deuren van de kamers open. Het maakt het makkelijker om de ouderen, die soms hevig in de war zijn, te verzorgen.

45 opnames, 19 sterfgevallen

Op de muur een plaatje met de instructietekst: ‘KWIEK, armen ronddraaien.’ Normaal is dit de afdeling orthopedie. Mensen liggen hier als ze net een nieuwe knie of heup hebben. De verpleegkundigen zijn gewend aan patiënten die tevreden de deur uitgaan, met perspectief op beter. Hoe anders is dat nu. Teamleider Michelle Broeders heeft net de statistieken binnen van de afgelopen twee weken. Ze leest voor: ,,45 patiënten opgenomen, negentien overleden. Moet je nagaan. Normaal hebben we ongeveer vijf sterfgevallen per jaar.”

Het is net alsof ergens daarboven in de hemel tergend langzaam aan een bingomolentje wordt gedraaid. Af en toe valt er een balletje uit: weer iemand overleden. Daar moet je als verpleegkundige maar mee om zien te gaan. ,,Ik heb tijdens mijn diensten nu al vijf mensen meegemaakt die doodgingen”, zegt Sarah Dekker (27), senior verpleegkundige. ,,Bij sommigen durfde de familie niet langs te komen, uit angst voor besmetting. Dan zit je dus als team aan een bed. Je wilt niet dat iemand alleen sterft. Maar het is heel onwerkelijk, met je beschermende kleding aan, bij iemand die je eigenlijk nauwelijks kent. Mensen stikken gewoon, ze trekken je uit wanhoop soms bijna hun bed in. Echt heel naar.”

Het verloop van het coronavirus is soms zo onvoorspelbaar, dat een verpleegkundige aan het eind van de dienst niet weet hoe de afdeling er de volgende dag uit zal zien. Vorige week knokte Sarah mee met een man die de strijd tegen corona absoluut niet wilde verliezen. ,,Hij wilde nog zó graag leven. Dus je geeft hem maximaal zuurstof, helpt om zijn diarree op te ruimen. Dan staat het zweet je de hele dienst op de rug. Aan het eind van de dag leek het de goede kant op te gaan. Maar de volgende dag ging hij plots toch achteruit: overleden.”

Hand in hand

Zo passeren de heftige verhalen hier in sneltreinvaart. Neem de vrouw bij wie Sarah nu het zuurstofgehalte opneemt. Een paar dagen geleden stierf haar man in deze kamer, ze lagen hand in hand. Nu is de vrouw alleen en weet ze niet meer wat links en rechts is. Ze weet niet eens meer waar ze vandaan komt. ,,Uit Eindhoven? Ik weet het niet, hoor.” De vrouw heeft dementie, maar misschien speelt ook een delier (plotselinge verwardheid) een rol.

Het zuurstofpercentage van de oude vrouw is veel te laag, en tot overmaat van ramp doet ze haar zuurstofmasker steeds af. Op deze manier is ze gevaarlijk snel op weg naar de verkeerde uitgang, weet Sarah.

Als 15-jarige lag de verpleegkundige zelf elf dagen onder narcose op de ic, na een zwaar ongeluk tijdens sportdag op school. Door een medische misser kwam er sondevoeding in haar longen terecht. ,,Ik weet dus hoe ingrijpend dat hele traject is. Ik weet hoe het voelt als de beademingsslang uit je keel wordt getrokken. En ook hoelang het duurt voordat je weer de oude bent, fysiek en mentaal. Bij mij duurde dat een jaar.”

Het maakt het voor Sarah eenvoudiger te accepteren, dat hier mensen liggen die de ic niet eens meer halen. ,,Kijk eens naar zo’n vrouw. Stél dat ze het op de ic zou redden, wat is dan nog haar kwaliteit van leven?”

Bewonderenswaardig

Aan dit soort dilemma’s is personeel op de afdeling orthopedie nauwelijks gewend. En ook de zorg die door de verpleegkundigen geleverd moet worden, is totaal anders. Ze worden daarin bijgestaan door verpleegkundigen en artsen van de buurafdeling geriatrie. Het is bewonderenswaardig hoe snel een paar weken geleden de omslag gemaakt werd, zegt Carolien van der Linden, klinisch geriater in het Eindhovense ziekenhuis. ,,Het hele team doet dingen die ze nog nooit hebben gedaan. En het lukt ze wonderwel.”

Natuurlijk, het zijn enorm verdrietige tijden. Niemand had dit zien aankomen, en sommige verpleegkundigen trekken het slecht, de overgang van een afdeling waar de hoop overheerst naar een plek waar de dood om de hoek komt kijken. Anderen zijn bang dat ze zelf besmet raken. Zoals Sarah, die met haar anderhalve long tot een risicogroep behoort. ,,Dan denk je wel even na over hoe ver je wilt gaan. Maar ik voel me veilig en beschermd.”

Om sommige collega’s zijn zorgen: kunnen ze het wel zolang aan, laat deze periode mentaal geen blijvende sporen na? ,,Daarom praten we met het team elke dag na”, zegt Sarah. ,,Soms blijven we ook nog even plakken in de zitjes bij de lift. Gewoon om die dingen die blijven nadreunen, zoals een patiënt die het misschien niet gaat redden, nog even van je af te kunnen praten.”

Barbecueënde buren

Onderweg naar huis, of in de supermarkt, wordt het personeel dan geconfronteerd met mensen die het niet zo nauw nemen met de voorschriften van het RIVM. Teamleidster Michelle klom afgelopen weekend nog op een stoel om over de schutting heen haar buren vermanend toe te spreken, die met meerdere gezinnen in de achtertuin aan het barbecueën waren. ,,Vinden jullie dit maatschappelijk verantwoord?”, vroeg ik. ,,Daarna legde ik even uit wat voor werk ik deed. Ik denk niet dat ze daarna nog een heel gezellige avond hebben gehad.”

Maar toch, hoe gek ook, voor het team orthopedie heeft deze periode ook iets moois. Dat gevoel van samen de strijd aangaan, vechten voor elke patiënt. Michelle: ,,Het geeft zo’n grote saamhorigheid. We vinden het allemaal superleuk om te zorgen, en dat is wat je nu doet. Geen lijstjes invullen, kruisjes afvinken. Nee, zórgen voor mensen. Ik hoop dat we met zijn allen iets leren van deze periode, zien wat we samen kunnen als we al die bureaucratische rommel aan de kant zetten.”

loading

Er zijn hier gelukkig ook patiënten die vrolijkheid brengen. Aan het eind van de gang ‘woont’ tijdelijk mevrouw Meijer (89). In afwachting van haar ontbijt is ze haar lippen aan het stiften. ,,Wat God niet geeft, geeft het doosje”, zegt ze. Dat ze dat op haar leeftijd nog moet meemaken: geveld worden door een vreemd virus dat ze op tv in China zag uitbreken. ,,Ik hou ervan om dingen in de ogen te kijken. Daarom is een virus zo eng. Je ziet het niet.” Maar mevrouw blijft monter. Ze dolt met verpleegkundige Koen, leest een boek van Nora Roberts en houdt de moed erin. ,,Ik denk niet dat het hier ophoudt, hoor. Ik wil nog niet dood.”

Penibel

Corona laat zich niet voorspellen, maar voor mevrouw Meijer lijkt genezing ook echt mogelijk. In de kamer schuin tegenover zijn de zorgen een stuk groter. Het zuurstofgehalte van deze patiënt is weer een procentje gedaald, het wordt echt penibel. Verpleegkundigen Koen en Sarah zijn een rondje met de arme vrouw gaan lopen, en dat ging nog net. Nu zit ze aan tafel, met voor zich de roddelbladen. Schreeuwende koppen: HET VERDRIET VAN DONNY ROELVINK; JAN SMIT – ZIJN GEVECHT MET ZICHZELF.

Hier wordt een ander gevecht gevoerd, op leven en dood. Mevrouw móet drinken, ze heeft vocht nodig. Koen trekt alle registers open – humor, liefde, overredingskracht - en het lukt. De vrouw zet het glas chocomel aan de mond en drinkt het leeg. ,,Dit kleine succes geeft zoveel voldoening hè”, zegt hij. Zijn stralende ogen verraden dat er onder het mondkapje een brede grijns schuilt.

Misschien is deze mevrouw er morgen niet meer, dat kan nog steeds. Maar die waterkans dat ze het wel redt, die maakt al het zweet, alle tranen waardevol. Zolang er zorg is, is er hoop. En zolang er hoop is, is er leven.

menu