Francis van Broekhuizen: ,,Naast mijn vrouw en familie is zingen het meest wezenlijke van mijn bestaan.”

Operazangeres en finalist van De slimste mens: 'Met humor en zelfspot kreeg ik de pesters op mijn hand'

Francis van Broekhuizen: ,,Naast mijn vrouw en familie is zingen het meest wezenlijke van mijn bestaan.” Foto: Daniel Cohen

Francis van Broekhuizen, operazangeres en finalist van De slimste mens, is eindelijk blij met zichzelf. „Met humor en zelfspot wist ik de pesters op mijn hand te krijgen.”

De telefoon gaat. „Hoi, met Francis van Broekhuizen. Je zocht contact met mij via een manager, maar ik heb geen manager. Ik ben het gewoon zelf!”

Een paar dagen later, in de rumoerige lobby van hotel Van der Valk in haar woonplaats Nootdorp, praat operazangeres Francis van Broekhuizen (45) met hetzelfde ontspannen gemak met de ober (‘wat heeft u uw haar leuk geprutst zo’) en met bezoekers die haar herkennen van televisiequiz De slimste mens.

Van Broekhuizen heeft in dat programma indruk gemaakt als kluchtige, luidruchtige, alleswetende flapuit.

„Ik wist niet dat het zo’n impact zou hebben als je dagen achter elkaar in beeld bent. De uitzendingen trokken ontzettend veel kijkers, zelfs tijdens de hittegolf keken er meer dan een miljoen mensen. Ik kan niet meer gewoon boodschappen doen, want iedereen houdt me staande.” Ze mimet haar bewonderaars: ‘Wat bent u slim!’ ‘We vinden u zó leuk!’

De overrompelende spraakwaterval die ze op het scherm is, blijkt de operadiva ook in het dagelijkse leven te zijn. „Ik ben een enthousiaste prater. Ik heb de redactie van het programma gevraagd of ze me niet te druk vonden. ‘Nee joh’, zeiden ze, ‘wees jezelf’.” Schaterlach.

loading

U lijkt van veel dingen een grap te maken. Is humor uw wapen?

„In beginsel is dat het. Het hielp me door een moeilijke tijd. Op de lagere school ben ik vreselijk gepest. ‘Je bent lelijk’, ‘je ziet er stom uit’: ik hoorde het dag in, dag uit van de jongetjes met wie ik liever wilde spelen dan met de meisjes – omdat ik een jongensachtig kind was.

Thuis praatte ik niet veel over het verdriet dat ik daarvan had. Ik heb geweldige ouders die me een heel warme jeugd hebben gegeven. Ze hadden veel zorgen om mijn jongere broertje. Hij had dysfasie, een neurologische stoornis waardoor hij nauwelijks praatte. Hij kon erg driftig worden omdat hij niet duidelijk kon maken wat hij wilde, terwijl hij wel een hoog IQ heeft.

Op zijn 4de is hij een jaar uit huis geplaatst. Hij moest naar een pedologisch instituut in Amsterdam en mocht eens in de twee weken een weekend naar huis. Mijn moeder was daar kapot van en daarom wilde ik haar niet lastigvallen met mijn problemen. Met mijn broertje is het trouwens helemaal goed gekomen. Hij ouwehoert nog meer dan ik en is kunstenaar en docent culturele en kunstzinnige vorming geworden.”

Wanneer merkte u dat humor effectief was tegen pesten?

„In de tweede klas van de mavo. Ineens werd ik helderder in mijn hoofd. Als ik me op een andere manier gedraag, redeneerde ik, reageren de mensen ook anders op me. Met humor en zelfspot had ik de lachers op mijn hand en de situatie ín de hand.

Als een docent geen orde kon houden, woedend werd en het net even stil was, kon ik precies op dat moment op z’n André van Duins iets stoms zeggen. Dan lag de hele klas dubbel. Moest ik zwaar aan het strafwerk, maar dat vond ik niet erg. Met die lerares Nederlands om wie het ging heb ik het later trouwens wel goedgemaakt.

Zo vervelend als mijn lagereschooltijd was, zo fijn had ik het op de middelbare school. Ik werd heel actief; ik zat in het leerlingenparlement en de medezeggenschapsraad, verkocht roze koeken achter de bar en zat bij de toneelvereniging. In het dagelijks leven was ik onzeker, maar op het podium kon ik zijn wie ik wilde zijn.”

Hoe valt die podiumdrang te rijmen met die onzekerheid?

„Het zit ín me. Al toen ik 4 of 5 jaar was, wilde ik toneelspelen. Dat hebben die pesters er gelukkig nooit uit gekregen. Ik kom uit een theatraal en creatief gezin. Mijn vader kan prachtig zingen, mijn moeder is een geweldige verhalenverteller.

Met mijn ouders, broers, ooms en tantes vormde ik een familiekoor en tegenwoordig zingen we in een kleinere samenstelling in bejaardentehuizen. Mijn jongste broer is kunstenaar, mijn oudere broer conservator van Museum Beelden aan Zee in Den Haag. We zijn allemaal creatievelingen.”

U werd geboren in Den Haag en groeide op in Wassenaar. Hoe komt u dan aan dat opvallende Rotterdamse accent?

„Dat heb ik van mijn vader, hij werkte als makelaar in Rotterdam en omgeving. En we woonden in de buurt van Leiden, dat accent lijkt op Rotterdams. Misschien komt het ook wel door André van Duin, ik keek altijd graag naar hem.

Hij is de beste komiek aller tijden, met die fysieke humor in de traditie van Snip & Snap en Mini & Maxi. Daar houd ik erg van. Ik heb goed naar hem gekeken. Als ik mijn brilletje vastpak als ik iets geks zeg, heb ik dat van hem.”

Uw allergrootste idool is nog niet ter sprake gekomen.

„Maria Callas! Op mijn 16de zag ik haar voor het eerst op tv. Ik was helemaal ondersteboven. Wát een stem. Mijn hele kamer hing ik vol met posters, ik droeg T-shirts met haar portret, citeerde uit haar biografie, uitspraken als: ‘Luister naar de muziek, daarin zit alles besloten’. Zij maakte opera waarachtig. Zoals zij aria’s zong, zo wilde ik het ook kunnen.”

Wat bedoelt u met: zij maakte opera waarachtig?

„Het zingen kan opera een beetje een gekke uitstraling geven. Waarom zou je iets zingen als je het ook gewoon kunt zeggen? Als je het niet waarachtig speelt, kan dat opera grotesk maken. Dan denk je als toeschouwer: gá dan dood en stop met erover te zingen! Bij Callas vergeet je dat ze zingt. Natuurlijk geniet je van de muziek, maar je gaat mee in het verhaal.”

Kunt u ook zo zingen?

„Ik ben heel trots op mijn rol als Suor Angelica, Zuster Angelica, in de gelijknamige opera van Puccini, over een non die hoort dat haar zoontje is gestorven en zichzelf van het leven wil beroven. Verschrikkelijk dramatisch.

Niemand wist dat ze dat jongetje had, dat was natuurlijk geheim. Ik heb dat zó mooi gedaan. Ik had me grondig voorbereid, zoals ik dat altijd doe, en ik geloofde wat ik zong. Helemaal alleen op het podium bracht ik Senza mamma . Het publiek kon de vertaalde tekst meelezen op een groot scherm: ‘Zonder moeder ben je gestorven mijn kind. Je lippen zonder mijn kussen bleek en koud’.

Nou, iedereen was over z’n toeren. Mijn vader zat in het publiek en vertelde dat mensen huilend de zaal uitliepen. Ik was toen 32 en pas drie jaar eerder uit de kast gekomen. Ik kon me goed inleven in een vrouw die lang moest leven met een geheim. Al die emoties die jaren waren opgekropt kwamen eruit.”

Waarom duurde het lang voordat u openheid gaf over uw geaardheid? U lijkt iemand met het hart op de tong.

„Splinter Chabot beschrijft in zijn boek Confettiregen heel mooi hoe het ook in een liefdevolle omgeving moeilijk kan zijn om uit te komen voor je geaardheid. Ik had een bepaald toekomstbeeld, ik spiegelde me aan ons gezin: vader, moeder, drie kinderen.

Aan dat klassieke beeld wilde ik toch voldoen. En welk kind praat graag met z’n ouders over seksualiteit? Sowieso dacht ik nooit zoveel aan seks, dat stopte ik weg. Seks was niets voor mij, dat was niet voor mij weggelegd, daar was ik te lelijk voor.”

Op uw 22ste sprak u met uw moeder over uw geaardheid. Pas op uw 29ste ging u op zoek naar een partner.

„Ik heb er spijt van dat ik zo lang heb gewacht. Stom. Ja, voor een slimste mens vind ik dat stom.”

Waarom is dat stom?

„Ik vind het zo zonde van al die tijd. Dat realiseerde ik me toen ik de vlinders in mijn buik voelde voor de vrouw die mijn echtgenote werd. Dat voelde zo fijn. Ik ontmoette haar via internet, we zijn nu negen jaar getrouwd.”

U komt uit een katholiek gezin. Ik las dat u vroeger zelfs het klooster in wilde?

„In mijn puberteit sprak dat idee mij aan. Dan was ik meteen af van de vraag: waarom heb je geen vriendje? Ik was ook gek op The Sound of Music en de wijsheid van de moeder-overste in die musical. Van mijn 7de tot mijn 15de heb ik de mis gediend bij de Zusters Penitenten van de Eenheid in een kloostertje in Wassenaar.

Een fijne tijd. Ik hield van de structuur, van het theatrale, de rituelen. Ik ben dan wel extravert, ik geniet ook van een stille kerk met kaarslicht, wierook en muziek. Met een stil gebed terug te gaan naar de basis. Wat meespeelde, was dat de zusters mij wél accepteerden en lief voor mij waren, in tegenstelling tot de kinderen in de klas.

Later verdween dat kloosteridee naar de achtergrond. Ik ben weleens op retraite geweest, maar voor het echte kloosterleven ben ik te druk en te onrustig. Net als Maria in The Sound of Music .”

loading

Sprak de kinderloosheid van het kloosterleven u ook aan?

„Ik heb nooit een enorme drang gehad om kinderen te krijgen, zoals sommige vrouwen die wel hebben. En omdat dat bij twee vrouwen niet vanzelf gaat, moet je er heel bewust over nadenken.

Ik ben een geweldige suikertante voor de kinderen van vriendinnen en voor mijn drie neven. Ik ben gek op die gasten, fungeer graag als die gekke tante die ze meeneemt naar Artis en De Efteling.

Maar verder ga ik helemaal voor het zingen, daar ligt mijn drive. Naast mijn vrouw en familie is zingen het meest wezenlijke van mijn bestaan.”

Bent u nog steeds katholiek?

„Een kennis van mij heeft zich laten uitschrijven omdat zij niet meer tegen al die misbruikverhalen kon. Omdat ik zelf gelukkig nooit zoiets heb meegemaakt, blijf ik graag aan de kerk verbonden. De kerk is ook meer dan een instituut, het is een gemeenschap en iemand moet daarbinnen het goede voorbeeld geven. Ik laat me niet wegjagen, ik heb mijn eigen band met God.”

U bent vaak in Lourdes geweest. Wat bracht u daar?

„Vijftien jaar lang heb ik daar vrijwilligerswerk gedaan, ik begeleidde als ‘brancardier’ de zieken die op bedevaart gingen. Koffers sjouwen, de mensen in hun bed over straat rijden, bingomiddagen organiseren.”

U vertelde dat zingen het meest wezenlijke is van uw bestaan. Bent u daarom tijdens de coronacrisis begonnen met het project Francis zingt voor u!?

„De tournee die ik zou maken met de Nederlandse Reisopera, ging niet door. Ik merkte hoe vreselijk ik het vond om niet meer te zingen voor publiek. Vorig jaar heb ik 150 voorstellingen gespeeld, nu stond het in één klap stil.

Op mijn YouTubekanaal besloot ik daarom Voor haar te zingen, van Frans Halsema. Gewoon, in mijn werkkamertje, zonder opsmuk. ‘Francis zingt voor u’, noemde ik dat. Dat filmpje werd ineens zomaar vijfhonderd keer gedeeld! Tot 1 juni, toen de maatregelen werden versoepeld, heb ik elke dag een lied gebracht, uit liefde voor het zingen en als dagbestedinkje.

Mijn fans vroegen om een cd. Ik ben toen een crowdfundingsactie begonnen en binnen twee dagen had ik de benodigde 8500 euro binnen. Op de cd Francis zingt voor u! staan liedjes die passen bij het gevoel van de coronacrisis, zoals You’ll Never Walk Alone en We’ll Meet Again .

Als er ergens een weg wordt afgesloten, moet je op zoek naar andere wegen. Er moet iemand zijn die zegt: jongens, dit gaat voorbij. Het komt goed. Diegene wil ik graag zijn.”

U staat inmiddels weer voorzichtig op het podium. Hoe voelt dat?

„Ik ben als een veulen dat de wei in mag. Ik durf mezelf te zijn, hoef niet meer per se een rol te spelen. Begrijp me niet verkeerd, ik wil nog heel veel opera’s zingen, maar ik heb ontdekt hoe fijn het is om voor een publiek te vertellen over muziek, als mezelf, zoals ik doe in mijn voorstelling Bij twijfel hard zingen . Ik weet nu wie ik ben en dat is heerlijk.”

menu