De dichter Willem Kloos kon niet fietsen.

Dat hield in dat hij al die hoofdstedelijke gelegenheden moest belopen, wat heen nog wel ging, maar bij terugkeer naar zijn logeeradres (een eigen woning had hij niet) allengs moeilijker werd. Na het zoveelste delirium werd hij opgevangen door Frederik van Eeden, die niet slechts letterkundige en wereldverbeteraar was, maar ook psychiater.

Terwijl hij aan diens zorgen was toevertrouwd, werd Kloos de D.A. Thieme-prijs toegekend voor zijn bundel Verzen . Hij stond onder Van Eedens curatele, maar hoopte door bemiddeling van een wederzijdse kennis, Willem van Meurs, van het hem toegekende eregeld een rijwiel te kopen, door hem avontuurlijk gespeld als phiz , en schreef aan een vriend: ‘Van Meurs zelf kan phizzen, en zal het mij leeren.’ Waar de etymologie van het woord ‘fiets’ in nevelen is gehuld, acht ik deze schrijfwijze alleszins aanvaardbaar.

Dit schoot me te binnen, omdat het tegenwoordig bijna niet voorkomt dat je als volwassene moet leren fietsen, en ik niettemin sedert een paar weken in die ongebruikelijke omstandigheid verkeer. Met het oog op de nationale verkeersveiligheid heb ik tien jaar geleden, door een beroerte wankelmoedig geworden, met bloedend hart mijn herenfiets van de hand gedaan, waardoor mijn actieradius ernstig beperkt werd. Vooral mijn vriendinnetje betreurde het dat we niet meer samen de ommelanden konden doorkruisen.

Het blijkt dat een vierwieler een geheel andere techniek vereist dan een gewone fiets.

Van de zomer ontdekten we dat er te Leiden een rijwielhandelaar gevestigd was, die zich als enige in den lande toelegde op de vervaardiging van vierwielige fietsen. U moet weten dat die stukken stabieler zijn dan de veel bekendere driewieler, die bij al te schielijk genomen bochten nog wel eens om wil slaan; dat kan, verzekerde de handwerksman, hiermee absoluut niet gebeuren. In de goedheid heurs harten schreef mijn levensgezellin terstond het aanzienlijke bedrag uit dat ervoor gevraagd werd, en binnen vier weken zou de levering plaatsvinden.

Dat werden natuurlijk vier maanden, maar nu ben ik in het bezit van een indrukwekkend voertuig, waarmee gezamenlijke verre tochten weer tot de mogelijkheden gaan behoren. Zover is het echter nog lang niet.

Het blijkt dat een vierwieler een geheel andere techniek vereist dan een gewone fiets. Het leren bestaat bovenal uit áfleren, want allerlei dingen die ik van kindsbeen af gewend was, mogen juist niet. Het is bijvoorbeeld ten strengste verboden met je voeten de grond te beroeren, aleer je volledig tot stilstand gekomen bent. Ook het afslaan naar een hoger dan wel lager gelegen straatniveau vergt aanzienlijke oefening.

De Jonge Vrouw heeft mijn onderricht voortvarend ter hand genomen. Zij holt in nauwsluitende hardloopkledij met mijn weifelend getrap mee, mij aansporend en aanwijzingen gevend: ,,Pas op, een auto!” ,,Hier rechtsaf! Nee, réchts!” De fiets trekt gelukkig minder bekijks dan ik gevreesd had; ik was bang dat mijn voortgang alom door joelende jongelingschap zou worden begeleid, maar dat valt mee.

Mijn kennis der verkeersregels dient eveneens danig opgefrist te worden, al ga ik vooruit. Wel droom ik ’s nachts van akelige ongelukken, en moet ik dikwijls denken aan de Franse componist Ernest Chausson, die zich in 1899 met zijn fiets doodreed tegen een muurtje.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra