Renske de Greef: Ik durf nu te zeggen dat ik striptekenaar ben'.

Renske de Greef loodst mensen met haar stripcolumns via absurde zijpaadjes langs de valkuilen van het moderne bestaan

Renske de Greef: Ik durf nu te zeggen dat ik striptekenaar ben'.

Waarom is het stoer als een meisje wiskunde gaat studeren en is maximaal genieten een bizarre opdracht? Renske de Greef (36) kan over dat soort dingen dagen nadenken. Deze week verscheen haar tweede bundel stripcolumns. 'Soms werk ik de hele dag aan het verschuiven van een dinonek'.

Die ene woonrubriek waaraan je je zo heerlijk kan ergeren. Wat er mis is met nieuwjaarsborrels. Dat eenhoorns een beetje moeten dimmen. Een voorzichtig pleidooi voor schaamte, of waarom ouders over zichzelf praten in de derde persoon. Allerlei valkuilen van het moderne leven, waar scenarioschrijver en striptekenaar Renske de Greef sinds 2015 de NRC-lezer kundig langs heeft gegidst.

Haar tweede bundel stripcolumns is deze week verschenen. Het is een snikhete donderdagmiddag. In haar huis in Amsterdam Oost, vlak bij de Weesperzijde, vertelt De Greef over tekenen tijdens corona en het belang van bewegende dinosaurussen.

We moeten het even over uw nagels hebben.

,,Ja, die zijn heftig hè? Het is tie-dye in vier kleuren, en één daarvan is met blacklight, maar ik weet niet welke, want ik kom nooit in een club. Het is de coronahobby van een vriendin. Ik heb nooit nagellak op, maar na de afgelopen weken kon ik wel wat uitbundigheid gebruiken en zei tegen haar: maak een feest van mijn nagels! En kijk, ik neem nu een slok water, heel gewoon, maar door die nagels ziet zo'n daad er toch uit als een spectaculair minifeestje. Volgens mijn vriendin werkt nagels lakken ontspannend. Je bent heel geconcentreerd bezig op een heel klein stukje lijf. Ik snap dat wel. Ik heb zelf een tijd tatoeages ontworpen en gezet. Dat heeft inderdaad iets meditatiefs.’’

Vond u dat niet doodeng?

,,Ook. Ik werd er helemaal misselijk van elke keer. Het gekke met tatoeëren is dat je leercurve op mensen is.’’

Kun je niet beginnen op een varken?

,,Dat schijnen mensen wel te doen. Maar ik had geen varken - en ik zou dat ook nooit doen. Het lijkt me vrij zielig. Maar of je het nou leert op een varkenshuid of op een nepmensenhuid, de moeilijkheid is echte huid en echte mensen. Want die bewegen, die hebben haartjes en poriën. Ik had wel een online tattoocursus gedaan, maar die bereidt je niet voor op hoe ingewikkeld het is om een echt mens te tatoeëren.’’

Hoe was uw eerste tatoeage?

,,Mijn beste vriend, die al heel veel tatoeages had, riep een keer in onze vriendengroep: wie wil er op mij oefenen? Niemand wilde, mij leek het superleuk. Ik had al een tijd het idee dat ik tattooartist wilde worden, maar ik vond mezelf niet stoer en ruig genoeg.’’

U ziet er niet uit als Henk Schiffmacher.

,,Precies. We hebben eigenlijk best een nauwe bepaling van wie tattooartist mag zijn. Dus toen ben ik begonnen. Ik denk dat ik er inmiddels zes of zeven heb gezet. Mijn gevoel erover balanceert tussen hoe gaaf en bijzonder het is om iets nieuws te leren en oh my god, ik zit nu voor de rest van iemands leven iets op zijn lijf te kalken terwijl ik niet de universiteit voor tatoeeren heb gevolgd.’’

loading  

Dat konijn op uw arm heeft u vast niet zelf gezet.

,,Nee. Dat vragen mensen weleens: of ik op mezelf heb geoefend. Vanwege die moeilijke leercurve, dus. Maar die behoefte heb ik nooit gevoeld.’’

Ik denk altijd: die tatoeage zit er nog als je tachtig en gerimpeld bent.

,,Zo'n tatoeage is iets wat mee vergaat. Ik was zelf bezig met het concept: hoe weet je of iets voor eeuwig is? Toen zei mijn beste vriend: dat weet je niet, je doet het gewoon en daarna hoort het bij je, ook als het iets is waar je minder blij mee bent. Net zoals er wel meer delen van je lijf zijn waar je minder blij mee bent. Toen dacht ik: met deze theorie kan ik wel verder.’’

Deze week verscheen Gewoon even optimaal genieten , de tweede bundel strip-columns die Renske de Greef de afgelopen jaren maakte voor NRC Handelsblad. ,,Toen ik net een baby had, bogen mensen zich vaak over de kinderwagen, keken me daarna indringend aan en zeiden: wel genieten hè? Na een tijdje begon ik dat verontrustend te vinden. Als je net een baby hebt gekregen, spelen er zo veel dingen in je leven, en die zou ik lang niet allemaal categoriseren als heerlijk genieten. En als je erover na gaat denken: ben ik nu wel aan het genieten, wat is eigenlijk het maximale genieten, vergeet je niet te genieten? Het is zo'n onmogelijke opdracht.’’

Dat moeten genieten is een sociale dwang, zoals ze vaker in haar columns onderzoekt. ,,Dat je altijd maar het maximale uit je leven moet halen. Hoe je altijd om de oren wordt geslagen met mensen die nu het stralende levensgeluk hebben gevonden doordat ze heel veel yoga zijn gaan doen. Geen suiker meer eten. Twee boeken in de week lezen. Allemaal opdrachten voor het optimaliseren van je bestaan, terwijl je je dan zelf een beetje mislukt voelt, en een beetje geen zin hebt, en denkt: had ik maar mindfulness gedaan, dan was ik nu niet zo moe geweest.’’

Waar halen die mensen de tijd vandaan?

,,Precies. Misschien is het ook wel gewoon niet waar. Maar het idee wordt wel de wereld in gepompt: dat het mogelijk is een nieuwe graad van geluk te halen. En dat het dus aan jezelf ligt als het niet lukt, als je gewoon moe bent, of een beetje chagrijnig.’’

Is dit hoe uw strips ontstaan? U wordt aangesproken op straat, iets blijft er hangen en u gaat aan de slag?

,,Het gaat bijna altijd zo dat ik een gevoel overhoud aan een ontmoeting of aan iemand die iets zegt. Dan probeer ik te onderzoeken waar dat gevoel vandaan komt: is het politiek, of persoonlijk? Vaak hangt het samen. Je kunt natuurlijk reageren met het idee: zo ben ik gewoon, ik ben nu eenmaal een beetje jaloers, of snel van mijn stuk te brengen. Maar ik probeer altijd na te gaan of die reactie een symptoom is van hoe wij onze cultuur hebben ingericht. Als ik me verplicht voel te glimlachen als een man tegen me zegt: 'Wel even lachen hè?', kan dat zijn omdat ik een pleaser ben. Dat is helemaal waar, maar we hebben óók ergens geleerd dat dat glimlachen erbij hoort. En dat het mijn probleem is als ik dat niet fijn vind. En zo'n onderwerp probeer ik dan helemaal uit te pluizen.’’

Hoe werkt dat?

,,Ik schrijf het eerst uit, ik wil eerst mijn gedachtegang helder hebben. Dan bedenk ik ook meteen hoe ik mijn vertelstem met de illustraties een beetje belachelijk kan maken. En daarna mag ik beginnen met tekenen. Dat is het leukst, dan kan ik los op sikkeneurige, afgewezen eenhoorns. En daarna maak ik de compositie van de strip - het ritme en de timing moeten goed zijn. Uiteindelijk zijn het niet zo veel woorden, het is echt uitbenen, maar met de illustraties heb je de rijkdom en de fantasie van een heel nieuwe wereld erbij. Ik heb altijd van absurde zijpaadjes gehouden.’’

Renske de Greef begon op haar zestiende bij het jongerenmagazine Spunk . Ze schreef een jaar lang een column over seks, die ook in boekvorm verscheen, en werd, zoals haar man het formuleert, daarna het meisje dat zo goed over seks kon praten. Later schreef ze nog een aantal boeken, waaronder de roman Was alles maar konijnen . Vanaf 2010 had ze een dagelijkse column in NRC Next. In 2014 besloot ze daarmee te stoppen, omdat ze het idee had dat ze er niet veel meer van leerde. Met haar vriend, de acteur Sieger Sloot, ging ze op wereldreis, onder meer naar de Galapagoseilanden.

Sieger vertelde dat u daar bent begonnen met tekenen.

,,Ik wilde mijn herinneringen aan die reis bewaren, maar schrijven voelde als een taakje. Als werk. En mijn eigen vertelstem, die columnstem, die paste ook helemaal niet bij de Galapagoseilanden. Dus toen ben ik die reis gaan tekenen. Dat voelde bevrijdend. Ik had veel getekend toen ik klein was, en ik wilde altijd striptekenaar worden. Maar toen ik een jaar of twintig was, besloot ik dat ik technisch niet goed genoeg was. Dus toen had ik het laten varen, maar nu kwam die liefde weer terug. Na een tijdje ben ik met een rolletje getekende columns onder mijn arm naar NRC gegaan. Ik ging er volledig van uit dat ze zouden zeggen: ah, wat schattig, heel leuk dat je zoiets leuks voor jezelf hebt gevonden voor in de avonduurtjes. Maar ze waren meteen enthousiast.’’

Eén stripcolumn gaat over de vraag welke smaak bij welke kleur paaseitje hoort.

,,Dat was een heel dankbaar onderwerp. Ik kon eindelijk de definitieve paaseitjes-legenda tekenen. Maar het heeft ook wel iets lulligs. Ik vind het fijner als een onderwerp vragen oproept.’’

Ik kon eindelijk de definitieve paaseitjes-legenda tekenen

Kunt u ook over zwaardere onderwerpen, zoals racisme, tekenen?

,,Zeker. Ik heb een keer een column gemaakt over dat zo veel mensen moeite hebben met het woord wit. 'Ik ben niet wit,' zeggen mensen dan - alsof we het over een Historkleurenwaaier hebben. Dan mis je toch wel enigszins het punt.’’

Bent u nooit bang om mensen boos te maken?

,,Helaas wel. Ik wou dat dat minder was. Ik kan slecht omgaan met anonieme woede, ik schrik ook altijd als mensen zomaar boos worden in het verkeer. Het is ook nooit mijn bedoeling om mensen boos te maken. Mijn strips zijn altijd een zelfonderzoek over de vraag waarom iets is zoals het is, en of dat eigenlijk wel prettig is, en dat je er ook op andere manieren naar kunt kijken. Maar dat is niet echt iets waarover mensen massaal met hooivorken komen aanstormen.’’

De laatste jaren heeft u vaak verteld dat u uw dochters genderneutraal opvoedt.

,,Zodra dat woord valt, worden mensen boos. Dat heeft met dat neutraal te maken, denk ik, dan denken mensen meteen aan beige. Aan iedereen hetzelfde windjack. Alsof de uitbundigheid verdwijnt. Terwijl we juist de andere helft van de wereldbevolking de kans geven op meer uitbundigheid, als ze daar zin in hebben. Veel van wat wij aan meisjes koppelen is gewoon feestelijk, en daar houden jongens ook van. Kleine kinderen willen allemáál glitters en gek en veel.’’

Het is ook het onderwerp van de korte film Tienminutengesprek , waar u het scenario voor schreef.

,,Die was naar aanleiding van de Sire-campagne 'Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?'. En daarom mochten jongens buitenspelen. Dat mogen meisjes dus blijkbaar niet. Ik probeer dat ook in mijn strips te onderzoeken. Dat een meisje van 17 of 18 tegen mij zei dat ze wiskunde ging studeren, en ik reageerde met: wat stoer! Daarna bedacht ik pas wat een achterlijke opmerking dat van me was, alsof het stoer is dat zij iets gaat doen waar ze goed in is en wat ze leuk vindt.’’

Hoe bent u zelf opgevoed?

,,Met veel creativiteit en fantasie. Mijn ouders houden erg van verhalen bedenken. Mijn vader is dol op fantasy en sciencefiction. Ik denk dat mijn liefde voor het bizarre en het Roald Dahlachtige gruwelijke van hem komt. Hij werkt als zelfstandige in de medische wereld, mijn moeder is grafisch vormgever. Ze vindt het heel leuk dat ik nu teken. Toen ik net was begonnen, kwam ze aanzetten met dingen die ik op de basisschool had getekend, zoals een verhaal over een T-rex die vegetariër wilde worden.’’

Dat had u ook best nu kunnen tekenen.

,,Dat vind ik zo grappig eraan. Ik had ook een vrolijk verhaal gemaakt over een lesbisch konijnenstel. Kennelijk was ik daar in groep 7 al mee bezig. Ik heb een halfzus, van het eerdere huwelijk van mijn vader, en een jongere broer. Die woont vlakbij. Hij heeft de filmacademie gedaan, en is gespecialiseerd in visual effects. We zijn nu samen de promotiefilm aan het maken voor mijn boek, ik heb geprobeerd de dino's op de voorkant te animeren. Dat is hij nu netjes aan het maken.’’

Want dat leek u cruciaal voor de verkoop van uw boek, geanimeerde dino's.

,,Oké, goed punt. Het leek me gewoon leuk dat die dino's met hun nek naar beneden gaan en weer omhoog, en dat dan de komeet komt. Daar heb ik nu dus lekker mijn familie voor aan het werk gezet.’’

Toch geinig als dit je werk is.

,,Dat is soms heel fijn. Maar ik heb soms ook wel last van een schuldgevoel: dat ik de hele dag dinosaurusnekken millimeter voor millimeter aan het verschuiven ben. Is dat werk? Of nadenken, dat voelt altijd raar. Dat je dan een beetje zit na te denken, wat echt nodig is, en dat je dan aan het eind van de dag zegt: zo, ik heb weer stevig nagedacht vandaag.’’

loading  

Hoe heeft u de afgelopen maanden ervaren?

,,In het begin van de lockdown voelde het alsof ik smolt. Ik had geen focus, geen concentratie. Alsof je permanent leegloopt op de dag. Later realiseerde ik me dat het paniek was. Iedereen leek lijstjes, schema's en overzichten te produceren, terwijl ik me een pudding voelde.’’

Heeft u over corona getekend?

,,Het duurde eventjes voordat dat me weer lukte. In het begin vond ik alles heel overweldigend. Normaliter kon ik mijn onderwerpen zelf uitzoeken, en nu zat de hele wereld op één thema. Om tien uur 's ochtends waren alle grapjes al verschenen op Tiktok. Het voelde een beetje belachelijk om te denken dat je daar nog iets aan kon toevoegen. En ik moest de cruciaal-vitaalhobbel nemen. In het begin ging het allemaal om cruciale en vitale beroepen, en naar hen, vond ik, moest de ruimte in de krant gaan. Naar mensen die ons iets wijzer konden maken. Op dat moment denk ik niet dat iemand zich afvroeg: goh, wat zou Renske ervan vinden? Maar toen de eerste paniek eraf was, kreeg ik weer behoefte aan dat zelfonderzoek, dus toen lukte het wel om er iets van te maken.’’

U werkt nu aan een graphic novel en schrijft mee aan scenario's. Waar bent u het meest trots op?

,,Toch op mijn stripcolumn. Die column voelt helemaal van mij, en is vormgegeven naar mijn interesses en mijn eigen kunnen. Het is louterend te merken dat je niet per se heel goed hoeft te kunnen tekenen om te tekenen. En dat zeg ik niet alleen vanwege al die mislukte auto's die ik gemaakt heb, ik ben heel slecht in auto's tekenen, maar het gaat veel meer om het verhaal. Om wat je wilt vertellen. Een bevriende tekenaar zei me eens dat iedere tekenaar de stijl krijgt die bij hem of haar past. Dat vond ik een fijne gedachte: de serieuze onderwerpen en de lichte toon en de absurdistische grapjes, die versterken elkaar. Ik heb een eiland voor mezelf kunnen maken waarop alles klopt.’’

Bent u de striptekenaar geworden die u wilde worden?

,,Misschien nog meer als mijn graphic novel af is. Maar ik durf nu wel tegen mensen te zeggen dat ik striptekenaar ben. En dat is heel leuk om te zeggen. Want striptekenaar, dat klinkt toch als het leukste beroep op aarde."

menu