Regisseur Frank Lammers. Foto's Jaspar Moulijn

Rockopera Jumpin' Jack: Middelburg was een extreem kleurrijk figuur in een geheel andere tijd

Regisseur Frank Lammers. Foto's Jaspar Moulijn

Een rockopera op het TT circuit, starring Jumping Jack Middelburg? Regisseur Frank Lammers vindt het een mooi bezopen plan. Een gesprek over nostalgie, heldendom en de waarde van willen winnen.

Hoe mooi kan bezopen zijn?
„D it is een kruising tussen een theatervoorstelling, een rockconcert en een motorrace. Daar kan zoveel misgaan, dat is niet op de vingers van een hand te tellen. Dus dat is heel spannend.”

Een sch raal windje zet de vlaggen op het TT Circuit strak. Regisseur Frank Lammers overziet het speelveld, van de rood-witte linten die de tribunes markeren tot de oude blauwe supportersbrug die bij de Noordlus is neergezet als decorstuk voor de voorstelling Jumpin’ Jack.

Voorstelling? Lammers noemt het liever een rockopera met back-to-the-future element .

„De kleindochter van Jack Middelburg ontmoet in het ziekenhuis haar opa. Hij denkt dat ze haar moeder is. Allemaal heel awkward. Ze heeft haar opa nooit gekend, dus ze vindt het ook wel spannend om een onbekend familielid te ontmoeten die haar meeneemt terug in de tijd. Waarop ze gaat proberen om de geschiedenis te veranderen, hem niet die fatale laatste rit te laten rijden.”

Het verhaal wordt gespeeld door een kleine crew van vier acteurs. „We hebben vorige week een doorloop gehouden. Het verhaal staat. Het publiek was ontroerd, mensen moesten huilen.”

Wat trok jou in dit onderwerp?
„Ik h ou van sport, van alle soorten sport, want sport bestaat bij de gratie van verhalen. Ik hou van theater en ik hou heel erg van stevige gitaarmuziek. En ik weet zeker dat wanneer de mensen straks het terrein oplopen, die band gaat spelen en ze horen de motoren brullen, dat al hun zintuigen in één keer op scherp worden gezet. Die sensatie. Dat is wat dat met je doet.”

Wist jij wie Jumping Jack was?
„Ik he b me moeten inlezen, ik wist niet precies hoe het zat, ik wist dat hij verongelukt was. Hij heeft een turbulent leven geleid waarover je wel drie voorstellingen zou kunnen maken. Wij focussen op die gekte, dat hij wel acht keer in het ziekenhuis heeft gelegen, weer aan elkaar is genaaid, dat hij er half uit elkaar vallend uitkwam en dat hij dan meteen weer op een motor stapte. Ik denk dat hij iemand was met een enorme geestdrift. Laat duidelijk zijn: dit stuk is gebaseerd op Jack Middelburg, maar het is geen documentaire. Wij zijn niet eropuit om de waarheid te laten zien. Het is zijn verhaal, maar door onze ogen. Er zullen ook fictie-elementen in zitten.”

Ik hou van sport, ik hou van theater en ik hou heel erg van stevige gitaarmuziek

Om zich te oriënteren sprak hij onder meer met collega-coureur Wil Witte Reus Hartog. „Er was niemand die verder een bocht indook dan Jack Middelburg. Wil vertelde dat hij hem maar één keer heeft ingehaald in een bocht en dat was toen hij zelf onderuit ging en hem gewoon op zijn pak over de grond voorbijschoof. Jack was iemand die laat remde, hij had niet de beste motor dus dan moest hij een list verzinnen om te winnen.”

Werd hij sympathiek voor je, toen je hem beter leerde kennen?
„Ik p robeer altijd sympathie te kweken voor mijn personages of de personages die ik regisseer. Dat moet. Anders kun je er als toeschouwer niet naar kijken. Middelburg was een extreem kleurrijk figuur in een geheel andere tijd. Op de foto’s zie je dat die renners sjekkies staan te rollen vlak na de race. Dat is puur Andere Tijden Sport .”

Zo’n voorstelling met oude motoren, is dat nostalgie voor jou?
„Ja, er zijn momenten waarvan ik dacht: ooh, daar was ik graag bij geweest. Waarschijnlijk komt er een heel caravanpark in de voorstelling. Ja, dat moet toch een mooie tijd voor die mensen geweest zijn; beetje bier drinken en barbecueën en de volgende dag ging je racen. Het had allemaal wat minder gewicht dan nu, het was gewoon leuk.”

Je verlangt wel eens terug naar de jaren zestig en zeventig, zei je onlangs.
„Ik sn ap niet dat alle vrijheden die in die tijd bevochten zijn, langzaam aan het afbrokkelen zijn. Dat je denkt: hè? Hoe komen we hier nu ineens terecht, wat is dit voor flauwekul. Hier waren we toch vanaf? Dat vind ik verbijsterend. En het gebeurt waar je bij staat. Als ik het thuis heb over pitspoezen op het TT Circuit, word ik door mijn dochter op de vingers getikt: ‘Hoezo! Dat is toch vrouwonvriendelijk!’ Mijn eigen kind, dat ik heb opgevoed in het besef dat iedereen gelijk is. Dan kan ik zeggen: dat bepaalt die vrouw toch zelf? Whatever , alsof ik daarmee iets slechts bedoel, weet je wel.”

Je hebt ook motor gereden.
„Ja.”

Nogal ruig.
„Ja. M aar wat Wil Hartog zei, vond ik een geruststelling. Hij had nog nooit privé gereden, dat is levensgevaarlijk, zei hij: ‘ik kan niet zachtjes rijden; als ik rijd, rijd ik hard. Ik heb mezelf wel onder controle, maar op de openbare weg zijn er zoveel mensen die dat niet hebben, dus daar rijd ik gewoon niet’.

Jij reed met 190 over natte wegen.
Knik t. „Dat was dom, dat heeft niks met mooi motorrijden te maken. Ik heb het geleerd voor de film Wilde Mossels , ik reed op een Harley over de Zeeuwse weggetjes, en na 7 kilometer filmen zei de cameraman: ‘we hebben het wel, we gaan terug naar basecamp’. En dan terug zonder helm. Och heerlijk. Dat was mooi motorrijden.”

Born to be wild.
„Nou, ja. Ja. De wind door je haar.”

Jack Middelburg had maar één doel: de man voor hem inhalen. Herken je dat?
„Ja. Ik wil altijd winnen.”

Echt?
„Altijd. M aakt niet uit. Er moet worden gewonnen. Een heel zieke eigenschap, maar ik kan er slecht tegen als mensen dat niet hebben. Ik kan niet tegen half. Je moet dingen voor 110 procent doen, dan wordt het pas leuk. Alles daaronder schept geen vreugde. Denk ik.”

Maar als je verliest?
„Nou , je moet in elk geval groots verliezen. Vroeger smeet ik met rackets, dat doe ik nu niet meer. Maar het blijft kut. Je kunt dan nog alleen heel erg boos op jezelf zijn. Dat heb ik nog wel.”

Jij was zo’n jongen die het Monopolybord door de kamer sloeg?
„Vo lgens mijn zus wel. Maar de enige manier om veel te winnen is nu eenmaal: te willen winnen. Wij klaverjassen thuis. Dan krijgt mijn vrouw altijd zo’n punt dat ze ’t niet erg vindt dat ze verliest. Dat ze speelt voor de gezelligheid. Ja, dat irriteert me mateloos. We zijn een spélletje aan het doen man! Doe ’ns normaal! Waarom zou je een spelletje doen als je niet wilt winnen? Dan wordt het tijdverdrijf! Nee. Kom. Ik had vroeger twee neefjes met wie ik altijd Risk speelde, dat ging net niet tot bloedens aan toe. En dat is goed. Daarna ben je weer beste vrienden. Ik kan dus ook niet tegen yoga. Dan kun je niet winnen.”

Ri skneef Marco verongelukte. Lammers weet nog wat dat met hem deed.

„Mar co stotterde heel erg, dus hij moest naar de lts, want als je stotterde was je dom, dachten ze vroeger. Dus na de mts en de hts deed hij een ingenieursopleiding in Engeland, hij ging naar een kliniek om van het stotteren af te komen, hij had zich opgewerkt, hij kreeg een vriendin en toen ging hij dood. Toen dacht ik: ik ga niet meer op de rem staan. Die vechtlust die hij had, daarvan heb ik veel geleerd: er is altijd een weg, als je maar wil. Veel mensen zitten stil. Dat is zonde. Je kunt jezelf veranderen, haal alles uit het talent dat je hebt, in plaats van te simmen over dat wat je niet hebt. Na Marco’s dood zei ik tegen mezelf: komaan, ik ga gewoon gas geven en ik hou niet meer op.”

Gas geven, daar maak je nu een voorstelling over.
„Ik kan me in die zin wel met Jack Middelburg vereenzelvigen, ja.”

Was hij een held?
„Op de m otor zeker. Hij was een van de vier Nederlandse TT-winnaars en dan ben je een heel grote. Maar ik denk dat hij door roeien en ruiten is gegaan om te winnen. Ik ben gestopt met motorrijden omdat ik kinderen kreeg en me dat een grotere voorzichtigheid gaf. Maar Jack Middelburg nam alle risico’s, ook tijdens een fucking straatraceje in Tolbert. Het mooie van deze voorstelling is, dat het dat aankaart. Die kleindochter heeft haar opa nooit gezien. Is het dat allemaal waard geweest? Dat is de vraag.”

Zij n telefoon gaat. De fotograaf komt. De wind laat de rood-witte linten rillen. „Winnen hè!”, buldert Frank Lammers over het speelveld. „Denk eraan! Win-nen!”

menu