Sander Schimmelpenninck.

Sander Schimmelpenninck: ‘Mijn vriendin vond Op1 te dom voor mij, ze had het goed in de peiling’

Sander Schimmelpenninck. Foto: Emiel Muijderman

Voor de menigte was 2020 het jaar van zijn doorbraak. Sander Schimmelpenninck (36) was een van de gevierde presentatoren van de talkshow Op1 . Maar hij werd ook vaak met de dood bedreigd door rechts-extremisten. De journalist en ondernemer vond het dat niet waard. Hij stopte en kiest voor de vrijheid om te maken wat hij wil. En te zijn waar hij wil zijn.

Welk woord wil je het liefst nooit meer horen?

„Ophef.”

Daar hoefde je niet lang over na te denken…

„Ik heb het idee dat we in Nederland alleen nog maar bezig zijn met ophef. Ophef is niks, ophef bestaat niet. Er zijn allemaal mensen op social media of op televisie die wat vinden. Het nieuws wordt alleen nog maar bepaald door ophef. Dan heeft Lubach iets gezegd, Derksen, Akwasi of ik en is er weer ophef. Het moet stoppen, omdat het dom is."

Wat is ophef?

„Het is een soort van moderne variant van de middeleeuwse heksenjacht. Er hangt een hele ongezonde sfeer in de samenleving, alles leidt tot ophef.”

Je lijkt het ongemakkelijke in de huidige maatschappij in een woord samen te vatten.

„Ik ben ook erg met dit onderwerp bezig. Ik schrijf er over, ben er zelf onderdeel van. Ik ben een soort ophef-deskundige geworden, ongewild overigens.”

Ben je dat vooral het afgelopen hectische jaar geworden, waarin je volop in beeld was als presentator van Op1?

„Ik heb altijd wel kritiek gekregen. En word al langer aangevallen vanwege mijn meningen en uitspraken, met name vanuit de rechts-extreme hoek. Die mensen vinden mij afschuwelijk. Maar de mate waarin het dit jaar gebeurde, was vrij ongekend. Dat had natuurlijk te maken met Op1 , omdat ik zo zichtbaar was. Mensen vinden dat als je een televisieprogramma presenteert bij de publieke omroep, je publiek bezit bent. Ik betaal jou, dus je mag niet iets vinden wat ik niet vind.”

Dat past totaal niet bij jou.

„Nee, Sonja Barend presenteerde ook een talkshow, zij had een ontzettend sterke mening en dat was toen prima. Mensen dachten: ‘goh, die mevrouw heeft een andere mening dan ik. Prima, maar ze is een goede presentatrice’. Dat kan dus niet meer in deze tijd. Als je het oneens bent met iemand dan moet diegene weg. Weg.”

Dat komt door social media?

„Ja, dat komt echt daardoor.”

Maar je bent zelf ook heel fanatiek op social media.

„Social media heeft enorme invloed. Het is als journalist heel interessant, omdat je ideeën en argumenten kan toetsen. Het is zinnig om te zien wat er borrelt. Maar het aparte is dat je er veel onderstromen ziet, die ik in het dagelijks leven nooit zie of tegenkom.”

Je bent zelf ook een uitdager toch?

„Ik vind het geen uitdagen. Ik geef mijn mening. En ja, die is soms bijtend, scherp of ironisch. Mensen mogen wat van mijn mening vinden natuurlijk, maar wel op de inhoud alsjeblieft. Ik heb het niet vaak over mensen. Ja, over Thierry Baudet en de clowns die om hem heen hangen.
Maar het fundamenteel problematische ding van Twitter is dat je in gesprek raakt met mensen die wel alles van jou weten, maar jij niet van hen. Het is altijd een ongelijke strijd. Al die mensen beginnen over mijn achternaam en hebben vooroordelen, omdat ze wel weten wie ik ben. Ik ben er heel erg voor dat anonimiteit online niet meer kan. Weg met die anonieme profieltjes, de overheid moet dat verbieden.” loading

Terug naar Op1, waarom heb je ja gezegd?
 

„Het zou een experiment zijn van drie maanden en dat was het ook. Niemand wist wat er ging gebeuren, omdat het toch een beetje een noodgreep was. Het werd een onverwacht succes. In de maand maart zouden we evalueren, maar toen kwam corona. Corona zorgde ervoor dat het een megahit werd, omdat iedereen weer tv ging kijken. We gingen door, we moesten door. Dat was een beetje de sfeer.”

Toch besloot je als eerste van de vele presentatoren te stoppen.

„Opeens was het diep in het voorjaar en bedacht ik me: het kost veel energie, er zijn veel mensen die iets van me vinden en agressief tegen me doen. Wil ik dat nog?”

Maar in de talkshow gaf je niet heel uitgesproken je mening.

„Nee, ik was best braaf. Je kon als kijker echt niet zeggen: hij is een links-extreme activist, maar dat kreeg ik wel naar mijn hoofd. Een luidruchtig deel van het publiek, dat actief is op social media en rechts-extreme sympathieën heeft, kon mijn rol als presentator niet scheiden van mijn andere rollen. Ik werd aangevallen, ze wilden niet dat ik onaardige dingen zei over Thierry Baudet.”

Ergens op zo’n site stond inderdaad een stuk dat ze heel erg blij waren met je vertrek bij Op1 . ‘Nou doei de groetjes’ en daarna veel onaardige dingen.

„Het was heel naar. Sites als Geen Stijl en De Dagelijkse Standaard zijn kanalen van Forum voor Democratie. Zij hebben veel invloed op social media waar vooral veel extreemrechtse mensen zitten. De sites worden gemaakt door lasteraars, die onder pseudoniemen schrijven. Dat is toch wel een serieuze tegenstander. Ergens maak je dan de afweging voor jezelf: is dit het waard?”

Niet dus?

„Het gaat ook om je eigen geloofwaardigheid. Welke rol past het best bij me? Niet die van neutrale presentator, daar ben ik wel achter. Al blijf ik presenteren heel leuk vinden, maar niet in een dagelijkse talkshow. Ik heb respect voor het vakmanschap van Eva Jinek en Jeroen Pauw, wat zij doen is extreem knap. Zie ik mezelf dat doen? Vind ik mezelf daarin uitblinken? Nee, ik wil niet de nieuwe Pauw of Jinek worden. Op1 is te groot om als bijbaantje te doen.”

Je doet veel, maar waar hou je nou het meeste van in je vak?

„Schrijven is mijn ambacht. Columns en verhalen maken voor de Volkskrant . En de podcast die ik maak met mijn beste maatje Jaap Reesema. Daarin ben ik echt Sander. Ik kan vrij praten, zit niet in een keurslijf en heb niet te maken met uitgevers of omroepen. Ik ga vol voor de podcast, je kunt er serieus geld mee verdienen. Het is het enige medium waar de gemiddelde leeftijd jonger is dan ik zelf en dat flink groeit.

We hebben 200.000 luisteraars per week, dat is extreem veel. Adverteerders worden wakker, het werkt waanzinnig. Het is vet. We hebben betalende leden en gaan live podcasts opnemen. Dat hebben we door corona nog maar een keer gedaan, het was binnen een kwartier uitverkocht. Jaap en ik hebben voor ons gevoel de podcastcode gekraakt. We gaan ook andere makers faciliteren. Mijn vriendin zei vier jaar geleden al dat ik een sukkel was dat ik nog geen podcast had. In Zweden was het daar al groter dan tv.”

Maar ook daar ontkom je niet aan haters. Je vond wat van een Nederlandse prinses en kreeg iedereen over je heen.

„Het past heel erg in het ophefverhaal waar we mee zijn begonnen. Het werd opgepikt door rellerige media. Iedereen die luistert zegt: ‘er is niets aan de hand’. Maar het wordt groot gemaakt. Onze podcast is een kroeggesprek, dat wil zeggen dat je niet alles uit de context moet rukken en opbakken als een serieuze mededeling. Dat kan niet, dan maak je het medium kapot. Naar aanleiding van die relletjes heb ik mijn vriendin gevraagd of dat in Zweden ook gebeurde. Ja, zei ze, vijf jaar geleden was het aan de orde van de dag, maar inmiddels begrijpen mensen daar het medium.”

Vlak nadat je stopte bij Op1 , kondigde je ook je afscheid bij Quote aan. Het idee bestaat dat je het rustig aan gaat doen. Wonen in de buurt van het Zweedse Göteborg, bij je vriendin Lotta, die naar wilde oesters duikt.

„Stoppen bij Quote staat los van Op1 . Het is puur toeval dat het samen valt. Ik zag op LinkedIn dat ik zeven jaar bij Quote werkte, waarvan vier jaar als hoofdredacteur. Dat vond ik een mooi moment om aan te geven dat ik zou vertrekken. Er is zoveel gebeurd in die jaren. Ik heb zoveel gedaan. Televisie gemaakt, een boek geschreven. Het is veel sneller en intensiever geworden dan ik had gedacht, het was een natuurlijk moment om te stoppen.”

Maar het stapje terug, maak je dat?

„De altijd wijze Albert Verlinde zei dat ik de anonimiteit in ga en een stap terug ga doen in mijn carrière. Die man leeft van ophef naar ophef en zou eigenlijk werkeloos moeten worden. Het is onzin, ik kies juist voor dingen waar ik toekomst in zie. Dat is geen laffe keus, maar een ambitieuze keus. Er zijn veel mensen die opkijken tegen tv, geen idee waarom. De waarheid is dat de mediawereld extreem snel aan het veranderen is. Ik heb nu nog de leeftijd om wat te wagen, ik ga niet defensief vastklampen aan mijn veilige baantje.”

Ga je de aandacht niet missen?

„Nee, totaal niet. Een goed verhaal schrijven is pas mooi werk. Ook al leest geen hond het, nou ja, dat zou ook niet echt leuk zijn. Maar ik hoef niet met mijn hoofd in beeld om een paar simpele vragen te stellen aan mensen aan een tafel.”

Maar hoe zit dat met je emigratie naar Zweden?

„Wat me afgelopen jaar ook tegenstond, was dat ik te weinig tijd en vrijheid had om mijn eigen tijd in te delen. Ik had een contract voor 40 uur bij Quote en moest elke donderdag op komen draven bij Op1 . Ik heb wel de behoefte om minimaal de helft van mijn tijd in Zweden te zijn. Voorlopig blijf ik in Amsterdam, omdat het makkelijk is. Maar ik ben op een leeftijd dat ik wat serieuzer ga nadenken over een gezin. Dan moet je een thuisbasis kiezen, dat wordt Zweden. Het is een fijn land.
Iemand als Albert Verlinde denkt nog dat we in de jaren vijftig leven, maar je kunt tegenwoordig werken vanaf elke plek op de wereld. Alles wat ik nu doe kan op afstand. Ik emigreer niet, ik ben een Europeaan. Göteborg is een uurtje vliegen, bij Groningen ga je rechtsaf. En als de tunnel tussen Duitsland en Denemarken klaar is, ben ik er in 7,5 uur vanuit Twente. Als ik goed gas geef.”

Waar voel je je het meeste thuis?

„Ik hoor nergens bij, dat is mijn tragiek. Niet bij links, niet bij rechts. Niet bij Twente, niet bij Amsterdam. Niet bij Zweden, niet bij Nederland. Ik voel me het meest Twents en Europees, dat zijn mijn identiteiten. Twente omdat ik er ben opgegroeid, ik kom er vandaan. Niet omdat er de meest geslaagde homo sapiens wonen die er zijn. Mijn familie woont er, en ik blijf er terugkomen. Zo simpel is het. Dat vind ik tegelijk heel Europees, dat je zo’n plek hebt. Dat bestaat in Amerika amper, daar is alles inwisselbaar.”

En je vriendin Lotta?

„Die heeft meer met Zweden dan met Nederland. Ze komt vijf of zes keer per jaar deze kant op, het liefst naar Twente. Daar heeft ze meer mee dan Amsterdam, dat vindt ze een vieze stad. Het stinkt er naar frituur en wiet. Toen ik haar leerde kennen werkte ze bij H&M en speelden we met de gedachte dat zij de move zou maken naar Nederland. Nu duikt ze op wilde oesters, dat was haar droom. Daar kan ik niet van winnen. Ze wil haar ding doen en is totaal niet onder de indruk van mijn werk. Ze is belangrijk geweest in mijn keuzes. Het presenteren van Op1 vond ze niet bij me passen. ‘Te dom en iedereen kan dat’. Ze was hard, maar ze had het goed in de peiling.”

Ben je opgelucht?

„Ja, ik hoop dat er minder heftig op me wordt gereageerd. Als je politicus bent en strijdt voor iets dat groter is dan jezelf, kan het gebeuren dat er heftige dingen worden gezegd. Maar ik presenteerde een talkshowtje en werd met de dood bedreigd. Dat is te dom voor woorden en was het niet waard.”

menu