Suzanna Jansen. Foto Tessa Posthuma de Boer

Schrijfster Suzanna Jansen van bestseller Het Pauperparadijs: 'Wie arm is, geen cent minder waard'

Suzanna Jansen. Foto Tessa Posthuma de Boer

‘We zijn niet dom, alleen maar arm’. Tien jaar na het verschijnen van Het pauperparadijs blijft schrijfster Suzanna Jansen het motto van haar boek onvermoeibaar verspreiden. ,,Het is zo onterecht om neer te kijken op iemand die niet succesvol is.’’

Roza Dingemans had geld nodig. Haar dochters hadden kunnen gaan werken, zoals veel kinderen uit arme gezinnen dat deden. Maar Roza stuurde de meiden naar de mulo. Omdat ze zelf zo graag had leren lezen en schrijven.

Dat geld moest maar ergens anders vandaan komen.

Roza Dingemans was de oma van de Amsterdamse schrijfster Suzanna Jansen. ,,Ik heb mazzel gehad’’, zegt Jansen. Haar familie klom uit de armoede voordat zij werd geboren. De moed van haar oma heeft daarbij zeker geholpen. Om goed te leren lezen en schrijven, dat allereerst, daarna kwamen de kansen.

Armoede is meer dan alleen een gebrek aan geld

Pauperparadijs

Suzanna Jansen brak in 2008 door met bestseller Het pauperparadijs. In het boek volgt ze haar familie tot vijf generaties terug, wanneer haar voorouders als ‘paupers’ in de heropvoedingsgestichten in het Drentse Veenhuizen wonen. Het pauperparadijs maakte zo veel los dat Jansen tien jaar later nog wekelijks bericht krijgt van iemand die door het boek is geraakt. Ze geeft nog steeds regelmatig lezingen over armoede.

,,Ik raak er niet over uitgepraat. We zijn een van de rijkste landen van de wereld en toch gaan er mensen naar de voedselbank, zijn er mensen die elke dag stress hebben, die hun zorgverzekering niet kunnen betalen. We zijn verplicht om daar goed en grondig over na te denken. Wie arm is of laagopgeleid is geen cent minder waard dan wie dan ook. Het is heel erg onterecht om neer te kijken op iemand die niet succesvol is. Ik zal nooit stoppen met dat te zeggen.’’

Jansen spreekt volgende week in Winschoten op een congres van de Alliantie van Kracht tegen armoede in de Veenkoloniën. Bezoekers van het congres krijgen daar ook het boekje Arme Lui , dat is gebaseerd op de theatervoorstelling van Het Pauperparadijs en op zo’n manier is geschreven dat laaggeletterden het ook kunnen lezen.

Armoede is meer dan alleen een gebrek aan geld. Door de leerplicht kan bijna iedereen in Nederland inmiddels lezen en schrijven. Toch zijn 2,5 miljoen volwassenen laaggeletterd, wat betekent dat je basisvaardigheden als taal en rekenen onvoldoende beheerst om je te redden.

,,Mijn oma is geboren in een andere tijd. In 1891. Zij heeft de lagere school nooit af kunnen maken, maar dat gold toen voor veel meer mensen. Nu hebben we zo’n complexe samenleving met elkaar gemaakt dat mensen met weinig opleiding tussen wal en schip belanden.’’

Ongeduld

De verschillen met de armoede van vroeger zijn groot. Er is nu veel meer welvaart, niemand woont in een plaggenhut, vrijwel iedereen heeft te eten. Toch ziet Jansen een duidelijke rode draad in hoe we de afgelopen tweehonderd jaar met armoede omgaan. ,,Mensen die het – om wat voor reden dan ook – zelf niet redden worden niet serieus genomen.’’

Neem Johannes van den Bosch. De generaal, zoon van een chirurgijn, richtte begin negentiende eeuw de Maatschappij van Weldadigheid op om armoedige stedelingen te ‘beschaven’ door ze in Drenthe en Overijssel te leren om voor zichzelf te zorgen. Naast de ‘vrije’ kolonies had de Maatschappij ook strafkolonies voor landlopers, bedelaars en ongehoorzame kolonisten in de Ommerschans en in Veenhuizen – daar waar de familie van Jansen terecht kwam.

,,Johannes van den Bosch dacht dat hij mensen in zes weken kon veranderen. Het probleem is dat je armoede, en zeker langdurige armoede, niet zomaar oplost. Mijn familie heeft er drie generaties over gedaan. Ook als we in deze tijd met alle goede bedoelingen een ‘project’ beginnen om armoede te bestrijden moet dat snel effect sorteren. Sowieso binnen vier jaar, want dan zijn er weer verkiezingen en moet er verantwoording worden afgelegd.’’

Dat maatschappelijk ongeduld is een valkuil waar we volgens Jansen steeds weer intrappen. ,,Dan zeggen mensen: ‘Nou hebben we zo’n mooi project en werkt het niet, ze doen gewoon niet mee. We moeten de duimschroeven aandraaien, straffen als ze niet op tijd dit of dat doen.’ En als dat dan ook niet blijkt te helpen – want dat doet het meestal niet – is de conclusie: ‘Ze zoeken het maar uit’. Totdat er weer iemand opstaat die vindt dat we ze niet aan hun lot kunnen overlaten.’’

Ze. Het gaat altijd over ‘ze’. ,,We hebben een niet zo fraaie neiging om mensen in hokjes te stoppen. Het is veel makkelijker om de armen weg te zetten als lui, dom of asociaal. Dan hoef je het je niet zo aan te trekken, of je schuldig te voelen.’’

Het motto van Het pauperparadijs is een citaat van schrijver Orhan Pamuk: ‘We zijn niet dom, alleen maar arm. Dat is altijd door elkaar gehaald.’

Luisteren

Onlangs gaf Jansen een lezing voor hulpverleners. ,,Professionals uit het ‘sociale domein’, heet dat dan.’’ Iedereen was geïnteresseerd, behalve twee mannen die achteroverleunden en er doorheen praatten. Jansen wilde weten waarom. ‘Er is wéér een ‘deskundige’ ingehuurd om te praten over armoede’, zei een van de mannen. ‘Ik ben opgegroeid in een gezin met zeven kinderen op twee kamers, maar aan mij wordt nooit iets gevraagd.’

,,Ik dacht: wat erg! Ik voelde me enorm misplaatst. Laten we alsjeblieft naar hém luisteren.’’

De hulpverlener van tegenwoordig is allang geen paternalistische Johannes van den Bosch meer. ,,Maatschappelijk werkers leren dat ze mensen ‘in hun kracht’ moeten zetten – ik gniffel even om die term – en dat ze mensen niet moeten wegzetten als dom. We zijn intelligenter gaan denken over armoedebeleid. Toch gaapt er nog steeds een groot gat tussen de wereld van de deskundigen en die van de mensen om wie het gaat.’’

Luisteren is volgens Jansen hoognodig. Vraag aan mensen in armoede of achterstand wat zij nodig hebben. ,,Niet alleen de reddende engel willen zijn – hoe fantastisch dat ook is. Niet vanuit je deskundigheid denken: o, dit is een multiproblem -gezin en daar hebben we een potje voor.’’ Luisteren en serieus nemen. Zoals bijvoorbeeld gebeurt door het inzetten van ervaringsdeskundigen in de hulpverlening.

,,We moeten ons ervan bewust zijn hoe we kijken. We denken snel dat wij beter weten wat goed voor anderen is. Lezers vragen me weleens: en wat wilt u dat arme mensen leren uit uw boek? Ben je gek! Ik wil juist dat alle ándere mensen er iets van leren.’’

Generaties

Jansen zag in haar onderzoek hoe armoede van generatie op generatie wordt overgedragen en hoe moeilijk het is om eraan te ontsnappen. ,,Als je opgroeit in een arm gezin heb je nooit het gevoel dat de wereld van jou is. De buitenwereld bevestigt dat met hulp, extraatjes en regels voor je ouders, die het zelf niet kunnen redden. Dan denk je: sommige dingen zijn niet voor ons.’’

Hoe ver die armoede kan doorwerken heeft Jansen zelf gevoeld. Haar familiegeschiedenis van achterstand heeft haar onbewust gevormd. ,,Mijn moeder heeft het me impliciet meegegeven. Ik was gewend om me bescheiden en klein op te stellen. Als mijn baas een leuke klus had bood ik me niet aan maar hoopte dat hij aan mij zou denken. Toen ik onderzoek naar mijn familie deed ontdekte ik pas waar dat vandaan kwam.’’

Des te meer bijzonder was het dat haar oma, Roza Dingemans, vond dat de mulo wél iets was voor haar dochters. En dat haar ouders besloten dat hun jongste dochter Suzanna naar het vwo zou gaan – ondanks het advies van de juf die al haar oudere, slimme zussen naar de mavo had gestuurd.

,,Dat was in de jaren zeventig. Ook nu krijgen sommige kinderen een lager schooladvies dan wat ze aankunnen. Je afkomst bepaalt nog steeds. Niet zo erg meer als honderd jaar geleden, maar het is écht niet zo dat iedereen gelijke kansen heeft.’’

Sommige lezers slaan Het pauperparadijs dicht en verzuchten: ‘Och, och, wat was het toch erg hè vroeger?’ Dat kan. Voor Suzanna Jansen is de connectie met het heden overduidelijk.

menu