Snel internet in Drenthe: garanties voor de lange termijn zijn er niet

De aanleg van snel internet op het Drentse platteland is even uniek als wankel. De provincie vertrouwt vrijwilligers het beheer toe over tientallen miljoenen euro’s. Bedrijfsplannen zijn niet altijd even solide en garanties voor de lange termijn zijn er niet.

Beste klant. Sinds enige tijd maak je gebruik van een of meerdere diensten via het glasvezelnetwerk van Sterk Midden-Drenthe. De dienstverlening heeft de afgelopen tijd niet het kwaliteitsniveau gehad dat wij nastreven. In tegenstelling tot de andere netwerken waar Trined actief is, worden de technische voorzieningen geregeld door een door de coöperatie ingehuurde externe netwerkbeheerder.

Deze brief, een toelichting op ontstane ‘kinderziektes’, kregen klanten van provider Trined in Midden-Drenthe eind vorig jaar in de bus. Een paar maanden eerder werd de afronding van de aanleg van het glasvezelnet in de gemeente gevierd. Maar dat het net er is betekent niet automatisch dat het met de Drentse glasvezelinitiatieven goed gaat.

Concurrerende snelweg

Dit is de situatie nu: in Midden-Drenthe, De Wolden, Noordenveld, de Kop van Drenthe en op het piepkleine ‘eilandje’ Eco-Oostermoer zijn inwoners verlost van traag internet via het krakkemikkige koperdraadje. In grote delen van het Zuidoosten van de provincie is of gaat de schop snel in de grond.

loading  

De glasvezelstrijd in Westerveld is beslecht in het voordeel van burgerinitiatief Westerveld op Glas (WOG) en ook daar is de aanleg in volle gang. WOG werkt samen met marktpartij DRGI en heft zichzelf op als het netwerk is gerealiseerd. Ook Borger-Odoorn wil met dit bedrijf in zee. Re-Net, volle dochter van Rendo, werkt in vier gemeenten samen met plaatselijke initiatiefnemers.

De provincie telt, als alles klaar is, twaalf verschillende netwerken. Een bizarre situatie, vindt Erica van Lente, die in 2016 directeur werd van Verbind Drenthe. „Je legt naast de A28 toch ook niet een concurrerende snelweg aan? Dat vindt iedereen idioot, zal ook nooit iemand bedenken, maar als het om glasvezel gaat, doen we het wel.”

Om die keuze te begrijpen moeten we vijf jaar terug in de tijd. Dan buigen de ambtenaren op het Drentse provinciehuis zich voor het eerst over het internetvraagstuk. In aanloop naar de Statenverkiezingen van 2015 ontvouwt ‘breedband’ zich tot één van de belangrijkste verkiezingsthema’s. Gedeputeerden komen met gloedvolle beloften.

De belangrijkste drempel op de digitale snelweg: grote telecombedrijven als KPN en Ziggo laten de provincie volledig links liggen. Aanleg door een van de grootste spelers is verreweg de gemakkelijkste oplossing, maar die is niet voorhanden. Dus moet het anders.

loading  

De provincie voelt zich verantwoordelijk voor het waarborgen van de digitale leefbaarheid en wil de achterstand op het Drentse platteland in één keer omzetten tot een voorsprong. De gedachte dat snel internet geen luxe maar noodzaak is heeft dan nog lang niet overal postgevat. De vraag is alleen: hoe pak je het aan? Daarvoor kiezen overheden een eigen weg (zie kader links).

Net over de Duitse grens in Bentheim interpreteren ze de Europese regels ruim en kiezen ze voor het oprichten van een soort staatsbedrijf dat de aanleg en exploitatie van het glasvezelnetwerk voor zijn rekening neemt. In de aanloop is dat omslachtig, maar het biedt zekerheid op de lange termijn.

In het Asser provinciehuis gaan ze voor een andere aanpak. Bewoners van de witte gebieden, daar waar geen enkele vorm van snel internet is, moeten zelf met initiatieven komen. De provincie stelt aanloopsubsidies (‘praatgeld’) en leningen in het vooruitzicht, in de hoop dat ook banken en gemeenten zullen gaan bijdragen.

Glasvezelperikelen

Dirk Strijker, de Drentse hoogleraar plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen en zijn collega-onderzoeker Koen Salemink, zien al vroeg dat snel internet een must is voor het platteland. De glasvezelperikelen volgen ze al jaren. „Niemand had destijds een idee hoe het moest, glasvezel aanleggen. Dat is ook de reden dat ik er al vroeg aan ben gaan trekken. Ik wist: dit wordt een issue”, zegt Strijker.

In eerste instantie lijkt de Drentse aanpak te werken. Op verschillende plekken in de provincie staan bevlogen mensen op om de kar te trekken. Ze stellen businessplannen op en zoeken providers die hun diensten willen leveren. Vervolgens worden in zaaltjes en dorpshuizen, gefinancierd met dat ‘praatgeld’, talloze bewonersbijeenkomsten belegd.

Met een duidelijk doel. De provincie, die inmiddels een kwartiermaker heeft aangesteld om nieuwe initiatieven met raad en daad bij te staan, stelt één belangrijke voorwaarde. Zij wil de aanleg pas financieren als vooraf de nodige abonnementen zijn verkocht. Zonder zeker te weten of het netwerk er echt komt en of het werkt, moeten gemiddeld 40 tot 65 procent van de bewoners vooraf tekenen voor een abonnement.

Massa is kassa

Dat blijkt een pittige opgave. Voor de buitenwacht lijken de eerste initiatieven succes te boeken, de subsidie blijft lonken. Het Drentse glasvezellandschap raakt zó versnipperd dat er 35 initiatieven zijn op het moment dat Van Lente begint bij Verbind Drenthe.

loading  

Strijker: „Er is geen andere provincie waar zoveel coöperaties en initiatieven ontstonden. Er zijn zelfs bewonersavonden geweest waar partijen elkaars handtekeningen probeerden af te pakken.”

Van Lente begrijpt nog steeds niet waarom het zover heeft moeten komen. „Ik ben groot geworden in energieland. Daar is het gebruikelijk dat een stevige partij, vanuit een natuurlijk monopolie, een stevig netwerk aanlegt, waarvan andere partijen gebruik kunnen maken. Ik heb nooit begrepen waarom dat in telecomland niet zo is. In mijn ogen is snel internet onderdeel van de vitale infrastructuur. Overal heb ik de vraag gesteld: waarom is er niet een grote partij, zoals de overheid, die het netwerk aanlegt? Het antwoord heb ik nooit gekregen. Althans, geen antwoord dat hout snijdt. Ieder legt zijn eigen netwerk aan en dat is bizar.”

En wat maakt de Drentse aanpak zo bizar, afgezien van het ‘dubbele werk’? „Kleine initiatieven moeten het werk doen, terwijl eigenlijk geldt: massa is kassa. In telecomland heerst de macht van de aantallen. Bij Verbind Drenthe hadden we al snel door dat we het met kleine initiatieven niet gaan redden. Die moesten groter worden om tot een robuuster netwerk te komen.”

Kletsgeld

Onder Van Lente gaat Verbind Drenthe sturen op schaalgrootte. Dat lukt: van de 35 initiatieven toen zijn er nu nog 12 over. „Die enorme hoeveelheid initiatiefjes heeft de provincie zelf in de hand gewerkt”, zeggen Salemink en Strijker. „Mensen konden een bedrag tot 50.000 euro krijgen voor de aanloopkosten. Kletsgeld. En dus ontstonden overal kleine lokale initiatiefjes, want er was wat te halen.”

Dat de provincie tussentijds op aangeven van Verbind Drenthe de regels aanpaste omdat schaalgrootte er ineens wel toedeed, is volgens Strijker en Salemink bepaald niet netjes te noemen. Strijker: „Het is de provincie te verwijten dat er na verloop van tijd toch naar de schaal werd gekeken en de regels werden aangepast. Zo hebben ze kleine initiatieven als Eco-Oostermoer en de Kop Breed, de Drentse voorlopers als het om glasvezel gaat, het bos ingestuurd.”

Salemink: „Ineens gold een ondergrens van duizend aan te sluiten adressen. Overheid, zo ga je niet met burgers om.”

„De mensen die door toedoen van de provincie eerst op een podium werden gezet werden er net zo hard afgeschopt”, vult collega Strijker aan.

Rimpelingen

De houding van de provincie werkte niet alleen demotiverend en averechts voor de koplopers – ze heeft gevolgen die verder strekken. Het glasvezelproject Eco-Oostermoer was bedoeld als pilot. Als het daar zou lopen, zou het netwerk organisch groeien. Maar op het moment dat de regels veranderden was de aannemer al aan de slag. Gevolg: een netwerk dat niet is uit te breiden en daarmee niet aantrekkelijk is voor de markt.

Ook in Midden-Drenthe ontstaan gaandeweg rimpelingen. Het benodigde aantal handtekeningen voor aanleg wordt in eerste instantie met de hakken over de sloot gehaald. De financiering (de gemeente Midden-Drenthe en de provincie betalen elk een deel, externe partijen zijn er niet) is rond. Maar dan gaat het alsnog mis: de twee providers stappen eruit na een hoogoplopend conflict met de directie. De basis onder het initiatief is weg en de verzamelde handtekeningen? Die zijn helemaal niks meer waard.

De initiatiefnemers moeten opnieuw de boer op, maar de benodigde drempel halen ze niet. Gemeente en provincie strijken met de hand over het hart en zien het verschil door de vingers. Nog altijd is het vereiste aantal abonnementen niet gehaald, maar toch ligt er voor 13 miljoen euro aan glasvezel in de grond.

Drenthe was te vroeg

Het had anders gekund, ook met de keuze die de provincie in 2014 maakte. Dat stelt David Yoshikawa van onderzoeks- en adviesbureau Stratix in Hilversum. Zijn bureau is gespecialiseerd in communicatie-infrastructuren. Volgens Yoshikawa, tot in detail bekend met de situatie in Drenthe, had de provincie de bottom-up aanpak moeten gebruiken om grote spelers in de markt wakker te schudden. Die lieten de aanleg van glasvezel op het platteland immers links liggen.

Yoshikawa gelooft niet in een ministaatsbedrijf dat snel internet aanlegt. „De provincie kan dat niet beter dan de telecombedrijven. Dat moet je overlaten aan partijen die er verstand van hebben.” Om eraan toe te voegen: „Maar die stonden niet te popelen om aan de slag te gaan.” Om de impasse te doorbreken was de aankondiging om lokale initiatiefgroepen te mobiliseren volgens Yoshikawa goed, maar te vroeg. ,,Mede door dit soort initiatieven worden marktpartijen gestimuleerd de handschoen op te pakken. Maar zij waren er toen nog niet klaar voor, terwijl lokale initiatieven de complexiteit van de uitrol en de exploitatie over het algemeen onderschatten.’’

Yoshikawa: „Tot een paar jaar geleden lieten de marktpartijen het platteland links liggen. Inmiddels niet meer. Het heeft tijd gekost, maar nu gaat het snel. Marktpartijen hebben een verdienmodel ontwikkeld om glasvezel succesvol uit te rollen in rurale gebieden. Zo is KPN betrokken bij de aanleg in Westerveld en speelt het Drents-Overijsselse netwerkbedrijf Rendo op meerdere plekken in Drenthe een prominente rol.”

Gretigheid

De gretigheid waarmee het Drents parlement gedeputeerde Henk Jumelet opdracht gaf snel internet van onderaf te realiseren, heeft een prijs. De provincie reserveerde 70 miljoen euro voor de diverse projecten en de betreffende gemeenten trokken vaak ook de portemonnee. Geld dat ook voor andere doeleinden kon worden gebruikt, blijkt nu. Yoshikawa: „De praktijk leert dat marktpartijen niet zijn geïnteresseerd in staatssteun. Accepteren ze die wel, dan zijn ze gebonden aan allerlei regelgeving, waaraan ze tot in lengte van jaren moeten voldoen. Dat willen ze niet. Ze willen de handen vrijhouden.”

In haar rapport van maart 2018 Internet, en een beetje snel graag! waarschuwde de Noordelijke Rekenkamer ervoor: weak governance . In het Nederlands: zwak bestuur. De lokale vrijwilligersgroepen van weleer stijgen in rang. En een van hen, vaak de initiator van het eerste uur, is ineens directeur van de coöperatie. Hij of zij is verantwoordelijk voor de miljoeneninvestering en moet zich staande houden in de grotebedrijvenwereld. Geen makkelijke opgave.

In de ogen van de noordelijke rekenmeesters doet de provincie er te weinig aan om het bestuur te versterken. Menig bestuurder stapt in als idealist, maar op de lange termijn moet gewoon een bedrijf worden gerund. Hoe hou je mensen over een periode van pakweg twintig jaar enthousiast? Welke bestuurlijke garanties en waarborgen kunnen ‘welwillende vrijwilligers’ bieden? Hun tomeloze enthousiasme en toewijding worden geheid minder of houden misschien wel op. En dan?

Hoogleraar Strijker: „Als bestuurder van een coöperatie ga je een enorme verplichting aan. Je legt je kop op het hakblok. Hoe is de aansprakelijkheid geregeld? Dat schrikt af. Nee, opvolging en dus continuïteit zijn niet makkelijk te regelen.” De provincie, die toegeeft dat het bewonersbestuur per definitie zwakker is dan dat van grote telecombedrijven, wijst op de mogelijkheid dat bestuurders een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering kunnen afsluiten en op die manier dus niet persoonlijk aansprakelijk kunnen worden gesteld als het misgaat.

Eisen ten aanzien van de kwaliteit van het bestuur zijn er niet, ook wordt niet gekeken naar hoe de kwaliteit van de bestuurders naar een hoger niveau kan worden getild. Wel stelt de provincie, in reactie op het Rekenkamerrapport, dat het businessplan wordt getoetst en dat ook wordt gekeken naar de wijze waarop het bestuur is geregeld. Dit wordt gedurende de hele leningstermijn gevolgd, maar wat er gaandeweg wordt gedaan om tot betere bestuurders te komen, wordt niet duidelijk. De provincie kijkt toe, maar wil in elk geval niet op de stoel van de bestuurders gaan zitten. „Wij werken vanuit het vertrouwen in de kwaliteit, deskundigheid en professionaliteit van het bestuur.”

Vertrouwen dus.

Hobbels

Kritische volgers van het Drentse glasvezelavontuur vrezen een weg vol hobbels. En hebben veel vragen: wat als het bestuur rollend over straat gaat of de brui eraan geeft? En wat als het aantal benodigde abonnementen achterblijft en de coöperatie structureel niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen? Want hoe dan ook, het is een feit dat de grote spelers hun marktaandeel zien teruglopen. Wie snel internet heeft, heeft het koperdraadje van KPN niet meer nodig. Niet voor niets biedt KPN een upgrade aan voor sneller internet via de telefoonaansluiting. En niet voor niets proberen de marktpartijen nu voet aan Drentse wal te krijgen bij de aanleg van glasvezel.

Maar het beleid van de provincie is en blijft gericht op het faciliteren en ondersteunen van bewonersinitiatieven. Met het oog op het geschetste beeld van zwak bestuur, de kwaliteit van het snelle internet die her en der in de lappendeken wellicht te wensen overlaat, onvoldoende inkomsten door te weinig abonnees en geen waarborgen voor de lange termijn, kan het zijn dat een coöperatie omvalt. Wat dan? Tel daarbij op dat Verbind Drenthe, de club die de initiatieven namens de provincie bijstaat, volgende maand ophoudt te bestaan. Niet wat vroeg? Nee, vindt de provincie. De deadline voor het aanvragen van leningen is gepasseerd en de initiatieven staan in de steigers of zijn daar mee bezig. Tijd om op eigen benen te staan.

Bij een faillissement komt het netwerk toe aan de provincie. „Als er zoveel geld in deze projecten wordt gepompt, dan mag ik hopen dat de provincie heeft nagedacht over een plan B”, zegt Strijker. Dat blijkt anders. Het plan B is er niet of wordt niet gedeeld met de buitenwereld. „Dat komt pas aan de orde wanneer er zo’n situatie zich zou voordoen. Daar is op dit moment geen sprake van”, stelt de woordvoerster van de provincie.

Vaststaat dat de provincie de exploitatie van een omgevallen netwerk niet zelf ter hand neemt. Dan lijkt het voor de hand te liggen dat een grote speler op de markt het netwerk opkoopt. Voor een habbekrats, waarbij veel belastinggeld verloren gaat? „In zo’n situatie lijd je altijd verlies. Je mag dan hopen dat meerdere partijen het netwerk willen overnemen. Dan heb je nog enigszins een wat sterkere onderhandelingspositie”, zegt Yoshikawa.

menu