Jurjen van den Bergh: ,,Een politieke partij weet wel wat haar leden willen, maar niet precies wat de achterban wil.''

Snel, van onderop en online: zo voert Jurjen van den Bergh actie voor een betere wereld

Jurjen van den Bergh: ,,Een politieke partij weet wel wat haar leden willen, maar niet precies wat de achterban wil.'' FOTO JEAN-PIERRE JANS

Jurjen van den Bergh wil Nederland socialer, duurzamer, inclusiever en democratischer maken. In 2017 zegde de oud-Sneker zijn baan op om De Goede Zaak op te richten. De burgerbeweging vierde deze week haar derde verjaardag en telt inmiddels 145.000 leden. ,,Er was een nieuw clubje nodig in ons land.’’

Het zijn hectische tijden voor directeur Van den Bergh (donkerblond, baard, alerte ogen, stevig postuur). De week voor het interview lanceerde hij nog de campagne ‘Respecteer de Amerikaanse democratie’, nu is hij alweer druk met de actie ‘Weg met de wooncrisis’, waarin wordt gepleit voor een betaalbare woning voor iedereen. En intussen vraagt ook de Toeslagenaffaire de aandacht.

En dan moet er ook nog thuis gewerkt worden, in de bescheiden rijtjeswoning in Amsterdam-Noord waar de Fries met zijn vrouw en dochters van drie jaar en 9 maanden woont. Binnenkort komt het huis in de verkoop en staat er een verhuizing naar Utrecht op stapel. Vandaar dat het een beetje rommelig is, excuseert Van den Bergh zich, terwijl hij een espresso tapt.

Zijn wortels liggen in Sneek. In 1978 werd hij hier geboren als middelste van drie kinderen in een katholiek nest. Zijn vader was sociaal advocaat, zijn moeder was thuis tot zijn vijftiende. ,,Dat was toen nog zo. Maar ze was wel superactief; zat in het schoolbestuur, deed veel vrijwilligerswerk.’’

Van haar kreeg hij het activisme mee, van zijn vader de nadruk op rechtvaardigheid. ,,In mijn herinnering zaten er vaak mensen bij ons aan tafel om brieven te schrijven voor Amnesty International. En de gesprekken onder het eten gingen altijd over de toestand in de wereld.’’

In de vier jaar dat het gezin in Hattem woonde, hing er wel eens een PPR-poster (Politieke Partij Radikalen, red.) voor zijn slaapkamerraam. ,,Dat was een beetje vreemd tussen al die SGP- en GPV-affiches. Dus ik heb me altijd wel gerealiseerd dat we een beetje anders waren.’’

Anderen overtuigen

De maatschappelijke betrokkenheid had zijn weerslag op de jonge Jurjen. ,,Op mijn elfde hield ik een spreekbeurt over het Plein van de Hemelse Vrede, terwijl mijn klasgenootjes het over de ruimtevaart hadden.’’

En toch, de wereldverbeteraar in hem ontpopte zich toen nog niet. ,,In mijn middelbare schooltijd op het Magister Alvinus was ik vooral een hele fanatieke basketballer. En verder besteedde ik mijn tijd aan concertjes in Het Bolwerk en hangen met vrienden.’’

Pas later, tijdens zijn studententijd in Nijmegen en Groningen, kwamen de zaadjes tot bloei. Van den Bergh studeerde eerst politicologie in Nijmegen. ,,Ik werd actief bij de studievereniging, deed af en toe mee aan demonstraties en bezocht debatavonden van de studentenbond.’’ Hij merkte dat hij in staat was anderen te overtuigen en dat hij daar lol in had.

Als ‘noorderling’ moest hij wennen aan het zuidelijker Nijmegen. ,,Ik was dol op de bourgondische levenswijze, maar vond de sociale codes daar lastig te ontrafelen. Was niet gewend dat mensen agenda’s hadden, het ene zeiden en het andere deden.’’

Het maakte dat de Sneker na twee jaar stopte met de studie. Hij werkte een jaar als adviseur bij ABN-Amro, wat een leerzame periode was. In plaats van harde verkoopdoelen te halen, probeerde hij zich vooral in dienst van de klant te stellen. ,,Daardoor ontzegde ik mensen bijvoorbeeld vaker dan collega’s leningen, omdat die persoon dat volgens mij niet kon dragen. Maar juist die eerlijkheid werd door klanten gewaardeerd en mijn resultaten waren heel goed.’’

Ondanks de opmerkingen die hij erover kreeg tijdens functioneringsgesprekken, hield de jonge Van den Bergh er vooral zelfvertrouwen aan over. ,,Ik leerde dat ik kon luisteren naar mensen, en wat ik hoorde kon omzetten in iets wat ze overtuigde.’’

Groningen als warm bad

Na drie jaar Nijmegen verkaste hij naar Groningen om daar geschiedenis en filosofie te studeren. Het voelde er als een warm bad. ,,Ik had meer aansluiting bij de studenten die er rondliepen, onder andere oud-schoolgenoten uit Sneek. Mensen reageerden op dezelfde manier als ik, ik begreep ze beter. Dat Friezen nuchter zijn is een onwaar cliché. Friezen zijn juist emotioneel, en in het algemeen recht voor zijn raap. Ik zeg niet dat het beter is in het Noorden, maar vind de omgang met mensen makkelijker.’’

Vanaf het eerste jaar was hij actief in de studentenpolitiek. ,,Het was de tijd van de G8-top in Genua en de klimaattop in Bonn waar we met een groepje mensen heen gingen. Ik voelde dat ik daar bij moest zijn, las veel over het neoliberalisme en andersglobalisme, een beweging die zich richtte tegen wereldwijde sociaaleconomische en politieke ongelijkheid.’’

Het was toen dat Van den Bergh ontdekte wat hij wilde met zijn leven. ,,Heel veel dingen zijn scheef in de wereld. Ik vind dat je aan de kant van de underdog moet staan en wil mijn overtuigingskracht gebruiken om het voor hen op te nemen. Niet om gelijk te krijgen, maar om hun situatie te verbeteren. Daar begint mijn hart sneller van te kloppen.’’

Vlak voor zijn afstuderen kwam de Sneker in het bestuur van de Landelijke Studentenvakbond. ,,We zaten aan tafel bij de staatssecretaris, en ik dacht: ja, dit is het! Invloed uitoefenen op beleid, iets toevoegen, medestudenten mobiliseren, ik vond het fantastisch werk.’’ Hij bleef er ruim een jaar, dompelde zich helemaal onder in het studentenvakbondswerk, maakte werkweken van zestig tot zeventig uur.

Perverse prikkel

Na de LSVB maakte hij de overstap naar ‘grotemensenvakbond’ FNV. Hier was hij in 2006 een van de medeoprichters van FNV Jong. ,,Jongeren hadden toen helemaal geen stem in de vakbond en kregen vaak slechte contracten. Dat moest anders vonden mijn collega Rutger Groot Wassink, nu wethouder in Amsterdam, en ik. We kregen de steun van toenmalig voorzitter Agnes Jongerius, zij stelde geld en medewerkers ter beschikking.’’ FNV Jong werd een volwaardige bond, met een stem in de FNV-democratie en een zetel in de Sociaal-Economische Raad, al gingen daar wel jaren overheen.

Na de FNV volgden banen bij onder meer de Vereniging van Universiteiten VSNU, de Algemene Onderwijsbond en GroenLinks. Bij deze partij hield hij zich onder meer bezig met campagnes voor het kinderpardon en het persoonsgebonden budget.

En toch, en toch. Hoeveel voldoening hij ook uit zijn werk haalde, bij alle organisaties bleef er wat knagen. ,,Een sluimerend gevoel dat dingen niet goed gingen. Dat wat ik wilde bereiken me niet snel genoeg ging.’’

,,Een vakbond bijvoorbeeld is een organisatie waarin leden veel te zeggen hebben maar vooral ouderen lid zijn. Zo lang jongeren minder vertegenwoordigd zijn, komen ze niet genoeg aan bod en worden ze dus geen lid. Een moeilijk te doorbreken cirkel. Een politieke partij weet wel wat haar leden willen, maar niet precies wat de achterban wil.

En dan zit er vaak een perverse, financiële prikkel in dit soort instituten. Bij de Onderwijsbond merkte ik dat jonge leraren vaak hele andere belangen hebben dan oudere. Zij hebben behoefte aan scholing en een levensloopregeling, terwijl de CAO-onderhandelaars toch vaak voor dat tiende procentje extra loonsverhoging kiezen.’’

Greenpeacebootje

Kortom, het was hem niet democratisch en voortvarend genoeg. ,,Toen ze werden opgericht, voldeden ze aan de behoeften. Maar nu zijn het net olietankers die moeilijk kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Er was een nieuw clubje nodig, vond ik, dat als een Greenpeacebootje die olietanker op koers kan houden.’’

Zo ontstond in 2016 het idee voor De Goede Zaak, een beweging die burgers helpt progressieve campagnes op te zetten en zo het debat en de politiek probeert te beïnvloeden. ,,De vakbonden en politieke partijen zijn echt niet failliet, maar ze missen wel potentiële leden dus dit moet erbij.’’

Van den Bergh was geïnspireerd door de aanpak van clubs als MoveOn in de Verenigde Staten, GetUp! in Australië en Campact in Duitsland. ,,Door hun idealen spreken ze burgers aan buiten de bestaande partijstructuren. En ze krijgen echt wat voor elkaar. Ze hielpen Obama aan de macht, ontketenden een energierevolutie en stopten strenge abortuswetten.’’

Wat De Goede Zaak anders maakt dan een vakbond of politieke partij? ,,Wij zijn door middel van een mailbombardement in staat om heel snel ergens op te reageren. Zo zorgen we ervoor dat mensen die ‘s ochtends bezorgd of strijdbaar wakker worden meteen in actie kunnen komen.’’

loading

Kinderpardon

Als voorbeeld noemt Van den Bergh de verruiming van het kinderpardon, waar in 2017 niet genoeg steun voor was in het toen nieuwe kabinet. ,,Dat was onze eerste grote campagne. Vluchtelingenorganisaties waren er al jaren mee bezig maar wisten het even niet meer. Wij zijn toen burgers gaan activeren. Zij voerden hun eigen campagne door hun netwerk te mobiliseren. Toen hadden we zomaar 80.000 handtekeningen van mensen die vóór de verruiming waren.’’

Die mensen spoorden we aan om hun gemeenteraad aan te schrijven. Lokale fracties van D66, ChristenUnie en het CDA gingen vervolgens ‘Den Haag’ benaderen. ,,Er ontstond zo een kritische massa. In vijftig gemeenten was op een gegeven moment een meerderheid voor een kinderpardon, de landelijke partijen begonnen daarna echt zenuwachtig te worden. De Armeense kinderen Lili en Howick mochten in die periode blijven dus wij dachten: we pakken door.’’

Het ‘burgerprotest’ werd, ook mede door de documentaire ‘Terug Naar Je Eige Land’ van Tim Hofman, de bemoeienis van kerken en steeds meer andere groepen een politieke factor waardoor het CDA, dat geen kinderpardon in het coalitieakkoord wilde, wel móest reageren. Uiteindelijk bereikten de coalitiepartijen begin 2019 een akkoord over de regeling.

Van den Bergh: ,,Doordat burgers druk uitoefenen, verschuift de dynamiek. Dat was op de traditionele manier nooit gelukt. Dát is onze manier van campagne voeren: van onderop, snel, via internet en met heel veel anderen.’’

Andere onderwerpen waar De Goede Zaak campagnes voor voerde: de klimaatcrisis (medeorganisator klimaatmars), de slachtoffers van de brand in vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos (haal 500 mensen naar Nederland), en meer recent, verhoging van het minimumloon en tegen de wooncrisis. Om maar een greep te noemen.

Sinterklaasfeest

Controversiële onderwerpen gaat de beweging niet uit de weg, dus was er dit najaar voor de derde keer een campagne voor een ‘inclusief sinterklaasfeest’. ,,Een groot deel van de Nederlandse bevolking realiseert zich dat dit feest gaat veranderen. Maar de discussie zit vast en als niemand beweegt, blijft het een feest dat een grote groep Nederlanders uitsluit.’’

,,Wij richten ons op de grote middengroep, zorgen ervoor dat die kritische massa steeds groter wordt. We hebben dus samen met ‘Nederland wordt beter’ een site gemaakt waarop burgers hun gemeente op kunnen roepen zich in te spannen voor een inclusieve sinterklaasviering met een Zwarte-Pietvrije intocht. Je ziet dat juist nu de intocht niet op straat te zien is, gemeenteraden hier beter over nadenken.’’

Wat volgens Van den Bergh ook anders is dan bij de traditionele instituten: De Goede Zaak heeft een blind vertrouwen in ‘haar’ burgers. ,,Als iemand zich bij ons meldt die wat wil doen, zeggen wij: prima, we sturen je een posterpakket en hier kun je mee aan de slag. Bij de vakbond moet je eerst lid worden, krijg je een kennismakingsgesprek en ben je zo zes weken verder. Mensen voelen zich dus serieus genomen bij ons en velen vinden dat laagdrempelige contact fijner.’’

Wie die achterban is? ,,Vrouwen van 50-plus die progressief en of kerkelijk zijn, bijvoorbeeld types als mijn moeder die vroeger brieven voor Amnesty schreven, teleurgestelde PvdA-stemmers, voornamelijk mannen tussen de 35 en 40, en jonge vrouwen van onder de 35 jaar.’’

De Goede Zaak zou nog meer jongeren kunnen bereiken, denkt Van den Bergh. ,,Qua thematiek zouden ze zich wel aangesproken moeten voelen, maar ze zijn lastiger te bereiken via mail. We proberen het nu via Instagram en Whatsapp, maar ik zou ze graag duurzamer aan ons binden.’’

Tot nu toe heeft De Goede Zaak een miljoen mensen weten te bereiken met haar campagnes, richtten leden meer dan vijfhonderd lokale actieclubs op en lanceerde ze meer dan driehonderd acties. De harde kern bestaat uit 60.000 ‘leden’ die over alle onderwerpen e-mails ontvangen. De organisatie wordt voor de helft gefinancierd uit donaties van deze groep. Daarnaast krijgt De Goede Zaak subsidie van de stichting Democratie en Media en van het internationale netwerk van burgerbewegingen.

Burgeragenda

Afgelopen week vierde De Goede Zaak een klein feestje vanwege haar derde verjaardag. Dat gebeurde in stijl met een campagne voor de slachtoffers van de Toeslagenaffaire.

De directeur is niet ontevreden met de resultaten tot nu toe. ,,We zijn altijd bezig met campagnes die het verschil maken, en ik vind dat we snel een factor van belang zijn geworden.’’ De komende Tweede Kamerverkiezingen met de aansluitende kabinetsformatie is een lakmoesproef, stelt hij.

,,Toen we begonnen, lag er net een regeerakkoord van Rutte III. Dus toen moesten we achteraf proberen dingen te veranderen, zoals met het kinderpardon. Deze keer willen we eerst de verkiezingscampagne beïnvloeden en daarna de formatie. Vlak voor de verkiezingen gaan we een burgeragenda aanbieden om duidelijk te maken voor welke onderwerpen burgers naar de stembus gaan. Wij zetten bijvoorbeeld in op verhoging van het minimumloon, afschaffing van de verhuurdersheffing en een stevige CO2-heffing.’’

Het gaat er om dat De Goede Zaak een rol speelt. ,,Dat genoeg burgers denken: ja, ik kan hier van betekenis zijn. Ik wil heel erg dat dit project slaagt en dat we iets toevoegen aan wat er al is.’’

Verlangen naar Friesland

Nog altijd voelt hij een band met Sneek, Friesland, het Noorden. ,,Ik werk graag samen met Friezen om utens, op de een of andere manier weten we elkaar makkelijk te vinden. En ik kan enorm terug verlangen naar het landschap, het ruimtelijke en waterrijke.’’

Trots is hij op het Friesland van na het Culturele Hoofdstadjaar 2018. ,,Waar Leeuwarden vroeger een plek was die ik oversloeg, kom ik er nu graag. Het is echt een hoofdstad geworden.’’

Tot zijn spijt moest hij dit jaar vanwege corona het jaarlijkse popfestival Welcome to the village missen. ,,Daar presenteer ik elk jaar de bandjes, heel leuk om te doen.’’

menu