Tienduizenden leerlingen krijgen extra ondersteuning: scholen weten vaak niet wat het oplevert

Acht procent van de leerlingen op basisscholen krijgt extra hulp. Foto: Hollandse Hoogte / Richard Brocken

Zo'n acht procent van de basisschoolleerlingen krijgt extra ondersteuning, omdat ze opvallend gedrag vertonen of moeilijk kunnen meekomen met het schoolwerk. Maar veel scholen weten niet goed of de leerprestaties en het gedrag van de leerlingen verbeteren. Ook weten ze niet precies waar het geld voor meer zorg naartoe gaat.

Dat blijkt uit onderzoek van de Onderwijsinspectie op tweehonderd basisscholen. Er zijn grote verschillen in hulp die kinderen op verschillende scholen krijgen. Terwijl op enkele scholen minder dan twee procent van de leerlingen meer ondersteuning krijgen, ligt dat percentage op andere boven de twaalf procent.

Tegelijkertijd daalt het aantal kinderen op de speciale scholen niet. Daar gaan kinderen met leerproblemen, opvallend gedrag of beperkingen naartoe.

Sinds het schooljaar 2014-15 geldt de wet passend onderwijs. Kinderen die extra zorg nodig hebben, moeten zoveel mogelijk in gewone klassen blijven. Er is veel kritiek op de werking van de wet.

Leerkrachten beklagen zich over een groeiende werkdruk, mede door de vele kinderen die extra hulp nodig hebben. Dit jaar wordt de wet geëvalueerd (als de evaluatie met corona goed valt af te ronden) en besluit het kabinet hoe verder te gaan met de zorg aan leerlingen. 

Verbeteren

De Onderwijsinspectie constateert dat er nog wel wat te verbeteren valt. De meeste kinderen hebben zorg nodig omdat hun leerprestaties achterblijven of hun gedrag in de klas opvalt. Basisscholen leveren zorg, maar koppelen daar niet altijd doelen aan of ze analyseren niet in hoeverre een kind vooruitgaat met de hulp.

Daardoor ziet de inspectie nog een relatief grote groep leerlingen van wie ze niet kan vaststellen hoe het met ze gaat sinds ze extra zorg krijgen. Ook is er een groep die juist achteruitgaat.  

Volgens de inspectie weten ook de scholen zelf niet goed genoeg of de leerlingen de juiste ondersteuning krijgen. Met als gevolg dat het lastig is om de zorg te verbeteren. Bovendien kan meer dan de helft van de onderzochte scholen de uitgaven aan passend onderwijs niet goed verantwoorden.

Bij slechts een derde van de leerlingen is een prijskaartje aan de zorg gehangen. Dat komt onder meer doordat een deel van de extra hulp door de leerkracht zelf, intern begeleider of onderwijsassistent wordt gegeven. 

menu