Fotobewerking Thijs Unger

Trump droomt van een Amerikaan op de maan terwijl hij president is

Fotobewerking Thijs Unger

Voor de ruimtevaart heeft de Amerikaanse president Trump één ambitie: een landgenoot op de maan. En snel, vóór 2024, het einde van de door hem beoogde tweede ambtstermijn.

V ijftig jaar na de eerste landing van de mens op de maan, van Neil Armstrong met Apollo 11 op 21 juli 1969, wint de droom van president Donald Trump alleen maar aan kracht. Het moet en het zal gebeuren: de terugkeer van Amerikaanse astronauten op de maan onder zijn bewind. Na 1972 is er geen mens meer geweest en als de mens terugkeert, moet het een Amerikaan zijn. Geen Chinees, geen Rus of Indiër want ‘de Verenigde Staten moet de nummer 1 blijven in ruimtevaart’.

Droompromotie

Trump grijpt elke gelegenheid aan om zijn droom te promoten. Bij zijn laatste State of the Union, zijn rede op 5 februari voor het parlement, zette hij de tweede mens op de maan, Buzz Aldrin, in het zonnetje. Aldrin (inmiddels 89) kreeg een staande ovatie in het Congres. „Een halve eeuw geleden was hij een van de astronauten die de Amerikaanse vlag op de maan hebben geplant”, aldus de president. En als hij geen tijd heeft, doet zijn plaatsvervanger, Mike Pence, het wel.

„Op voorspraak van de Amerikaanse president wil de regering dat er binnen vijf jaar weer Amerikanen op de maan zijn”, aldus Pence tijdens een bijeenkomst van de Nationale Ruimtevaartraad. Hij stelde het ultimatum op ‘gewijde grond’ in Huntsville (Alabama), waar in de jaren zestig de raketten werden gebouwd die de bemande Apollo-capsules naar de maan brachten.

De vicepresident stelde nog een eis, overduidelijk gericht aan de directie van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA: „De VS wil een permanente basis op de maan bouwen die Amerikanen ooit op weg zal helpen naar Mars.” NASA-directeur Jim Bridenstine (door Trump benoemd) hoeft niet tegen te sputteren. De president spreekt soms dreigende taal. „Als het NASA niet lukt, pas ik de organisatie aan, niet de missie”, zegt Trump. De opdracht, vervat in zijn ‘Space Policy Directive 1’, is heilig.

Jim Bridenstine is niet te benijden, want hij staat voor een nagenoeg onmogelijke opdracht. Volgens ruimtevaartspecialisten is vijf jaar een bizarre termijn. Er zou zeker tien jaar voor nodig zijn. Een ander, cruciaal probleem bleef onaangeroerd: de financiële onderbouwing. In de glorietijden van de Apollo-vluchten kon NASA rekenen op meer dan 4 procent van de totale overheidsuitgaven.

Halve procent

Nu is dat nog geen halve procent en als het Congres het door de president voorgestelde jaarbudget niet had aangepast, zou dat nog minder zijn geweest. Trump had het parlement voor 2020 gevraagd om 19,9 miljard dollar voor de missie, het Congres maakte er 21 miljard van. Het jaar daarop lijkt het zeker niet méér te worden. De NASA becijfert een maanmissie inclusies het verblijf van een jaar op bijna 60 miljoen dollar. Volgens Trump hoeft het niet zo duur te zijn. Om twee redenen: NASA moet veel meer samenwerken met commerciële ruimtevaartorganisaties als SpaceX van Elon Musk en Virgin Galactic van Richard Branson.

Waarom een nieuwe, zware raket – de Space Launch System – ontwikkelen voor ruimtemissies als NASA kan leunen op de Falcon 9 van Musk die al een succesvolle vlucht heeft gemaakt? Bovendien moet NASA, aldus de president, prioriteiten stellen. Dus weg met de verdere ontwikkeling van het Space Launch System, de raket voor verre vluchten, diep het heelal in.

De lanceringen van een robotmissie naar de manen van Jupiter (de Europa Clipper) en van nieuwe telescopen, zoals de Wfirst die de James Webb moet opvolgen, kunnen volgens het Witte Huis worden uitgesteld. Ook het onderzoek van NASA naar de klimaatverandering ligt onder vuur. Waarom honderden miljoenen uitgeven aan een probleem dat in de ogen van de president niet bestaat? Maar in dit geval sputtert Bridenstine tegen. „NASA is het aan zichzelf verplicht om deze studies voort te zetten”, aldus de directeur.

Wetenschappelijke redenen

Behalve nationale trots en prestige zijn er wel wetenschappelijke redenen om opnieuw met bemande missies naar de maan te gaan. Voor ontdekkingen in het heelal is de maan met zijn lage aantrekkingskracht een prima vertrekpunt voor lanceringen. Het is de meest voor de hand liggende plek om bases te bouwen.

Trump en Pence laten in het midden wat NASA eind 2024 moet hebben bereikt. Moeten er alleen voor die tijd weer Amerikanen op de maan staan? Moet dan de zogeheten Gateway zijn voltooid, het ruimtestation dat om de maan draait en dienst doet als ‘veerpont’ voor astronauten tussen aarde en maan? Moeten andere landen daar naar het voorbeeld van het Internationale Ruimtestation (ISS) ook aan bijdragen? Of moet er dan ook al zicht zijn op de eerste basis op de maan? Of moet dan al het eerste werk zijn verricht voor een lancering naar Mars?

Astronauten in plaats van robots

Experts zeggen dat de president al in zijn handen mag klappen als er weer astronauten in plaats van robots de eerste werkzaamheden op de maan verrichten. De kosten zijn bovendien ongekend, veel hoger dan de ruim 20 miljard dollar waarover NASA nu jaarlijks kan beschikken. Waar moet al dat geld vandaag komen?

Trump zal met zijn ambitieuze plan rekening moeten houden met de wil van het Amerikaanse volk. Slechts 13 procent van de Amerikanen vindt een terugkeer van de mens op de maan een absolute prioriteit, aldus een peiling van Pew Research Center in 2018. Liefst 63 procent wil dat NASA zich allereerst richt op klimaatonderzoek. En ondanks de schouderklop van Trump in het Congres geeft Buzz Aldrin prioriteit aan missies naar Mars, waarvoor ook Barack Obama had gekozen. „De maan hebben we gedaan. We moeten verder kijken.”

menu