Onrust over het Janssen-vaccin: het middel zou veel minder goed werken tegen de deltavariant van het coronavirus, die ook in Nederland in opkomst is. Maar is dat wel zo, en zo ja: en wat betekent dit? Vijf vragen.

Wat is het probleem?

Uit nieuw onderzoek zou blijken dat een prik met het vaccin van Janssen (ook wel Johnson & Johnson) veel minder goed werkt tegen de deltavariant van het coronavirus. Deze deltavariant komt uit India en is hard op weg om dominant te worden – ook in Nederland. Een week of twee geleden was de helft van de besmettingen met de (besmettelijkere) deltavariant en verwacht wordt dat deze mutatie deze zomer de meest voorkomende gaat zijn.

Maar het Janssen-vaccin zou volgens onderzoek van de Universiteit van New York - waarover nog niet wetenschappelijk gepubliceerd is, maar waarover de New York Times bericht – veel minder goed werken. Het middel zou tegen de deltavariant vijf keer minder beschermende antistoffen maken dan tegen het ’originele’, niet-gemuteerde virus. Maar volgens producent Janssen ligt het iets anders: het onderzoek zou slechts een deel van de immuunrespons testen. Janssen zelf zegt dat hun vaccin ’sterke en langdurige bescherming biedt tegen zowel de Delta- als andere virusvarianten’. ,,Dit onderzoek is niet volledig en het is de verkeerde setting om dergelijke conclusies uit te trekken.”

Hoe zit het met die prik in Nederland?

Het Janssen-vaccin is populair, omdat er – in tegenstelling tot Pfizer, AstraZeneca en Moderna – maar één prik voor nodig is. Op 18 juli waren er volgens het coronadashboard 753.078 Janssen-prikken gezet. Sinds 23 juni is het voor iedereen mogelijk geweest om een afspraak te maken voor een vaccin van Janssen. En hoewel er niet per leeftijdscategorie is uitgesplitst wie welk middel het vaakst kreeg, is Janssen vooral bij jongeren populair. Na één prik klaar om op vakantie te gaan en, toen het eventjes mocht, het uitgaansleven in te duiken. Iedereen herinnert zich nog wel ’Dansen met Janssen’.

En, legt de GGD uit: „Het middel is ook gebruikt om de wat moeilijk bereikbare doelgroepen in te enten, omdat je in principe na één prik klaar bent”, aldus een woordvoerster. „Het gaat dan bijvoorbeeld om arbeidsmigranten, daklozen, asielzoekers of mensen in achterstandswijken.”

Maar hoe groot is ons probleem nu?

„Het is wel reden tot zorg”, vertelt emeritus hoogleraar vaccins Ben van der Zeijst. „Het Janssen-vaccin beschermde al íéts minder tegen de vorige varianten, maar nog wel voldoende. Maar nu zeilt de deltavariant ertussendoor. Daar doet het vaccin wel íéts tegen – je hebt bescherming tegen ziekte en tegen ernstige ziekte – maar het doet volgens dit onderzoek niet genoeg.”

Maar er valt ook wat af te dingen op het onderzoek, stellen viroloog Marion Koopmans en een ander vooraanstaand OMT-lid. ,,Het onderzoek is wel deugdelijk maar de conclusie is wel heel erg groot. Ze hebben van een handjevol mensen bloed verzameld en gekeken hoe die reageren tegen verschillende virusvarianten, in een laboratorium-omgeving.” Ze legt uit dat de onderzoeksgroep wel héél erg klein is en er is gewerkt met een namaakvirus. ,,Dit resultaat is een indicatie. Er zal altijd een verschil zijn in vaccins en hoeveel antistoffen ze maken. Maar dat kun je niet 1 op 1 vertalen naar hoe goed ze werken. Ze hebben antistoffen gemeten op één manier en er zijn veel meer manieren om te testen hoe de immunrespons werkt.”

Of het middel ook in de praktijk minder werkt, en hoe groot het effect daarvan gaat zijn, zal de komende tijd moeten blijken. „Je zal bij iedereen die ernstig ziek wordt en in het ziekenhuis belandt, moeten uitzoeken welk vaccin ze hebben gekregen, en hoeveel prikken, en met welke variant ze ziek zijn geworden”, vertelt Van der Zeijst. ,,Als je veel mensen met één Janssen-prik gaat zien, zullen de alarmbellen wel af moeten gaan. Dat de bescherming minder is, is evident, maar wat voor effect dat precies gaat hebben, zal nog moeten blijken.” Koopmans vult aan: ,,Om deze conclusie te trekken is echt langer en uitgebreid onderzoek nodig.”

Hoe zit het met de andere vaccins?

Van der Zeijst benadrukt dat het onderzoek van de Universiteit van New York nog niet peer reviewed is – door andere onderzoekers herhaald en bevestigd. „Maar dat is schering en inslag tegenwoordig omdat er zóveel onderzocht wordt. Dat gaat nog gebeuren.” Andere onderzoeken wijzen uit dat Pfizer, Moderna en AstraZeneca, de andere drie vaccins die we gebruiken, hun werk in ieder geval goed doen. „Wel minder natuurlijk, als het om delta gaat”, legt Van der Zeijst uit. „Omdat het virus na die variant veel besmettelijker is en lastiger te bestrijden.”

In Israël was er paniek omdat Pfizer slechts 64 procent zou beschermen tegen ’delta’, maar dat aantal ligt vermoedelijk hoger: uit meerdere onderzoeken komen werkzaamheidspercentages tegen delta van tussen de tachtig en soms zelfs 96 procent naar boven – na volledige vaccinatie.

Wat gaat de oplossing zijn?

„Een tweede prik”, zegt de vaccindeskundige stellig. „Daar lopen nu ook al onderzoeken naar. Zowel AstraZeneca als Janssen zou in eerste instantie voldoende bescherming bieden tegen de gammavariant na één prik. „Maar niet tegenDdelta, naar nu blijkt. Er zal nog een prik achteraan moeten om volledige bescherming te bieden.”

Van welk middel dat dan zal moeten zijn, is nog niet bekend. Experts denken dat twee keer een Janssen-vaccin averechts werkt en misschien wel het beschermende effect opheft. „Waarschijnlijker is het om een prik van Pfizer erachteraan te geven. Dan ben je misschien nog wel beter beschermd dan mensen met twéé Pfizer-prikken”, aldus Van der Zeijst.

Het risico bestaat dan wel dat mensen die slechts één prik hebben gehad en dachten daarmee klaar te zijn, niet meer op komen dagen, erkent de vaccinoloog. „En dan is het afwachten hoe goed zij beschermd zijn. Maar ik neem aan dat alle jongeren die Janssen hebben gehaald, de prik gewoon komen halen.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus