Hij zwierf door het Oostblok toen De Muur nog stond, maakte kaas in Slowakije en van het afvalproduct wei een middel dat de grond moet voeden. En nu heeft hij goede hoop met een nieuwe vondst het probleem van het mestoverschot te kunnen oplossen. Fries met een kleurrijk levenspad vol valkuilen, want het aardse bestaan van uitvinder Willibrordus van der Weide kent nogal wat tegenslagen.

D e klassieke zwarte hoed hangt aan de kapstok in zijn eigen ‘laboratorium’ zonder ramen. Willibrordus van der Weide steekt een staaf in een bak met koeienstront en -pies, drukt een knop in op een apparaat van Oekraïnse makelij en subiet slaat de bliksem in de drab. Althans, zo lijkt het, gezien de knetterende en oorverdovende stroomstoten die door de gier gieren. „Zo”, zegt de in 1961 te Bolsward geboren uitvinder, „deze drijfmest is nu vrij van ziekteverwekkende bacteriën.”

„Voeg er een mengsel van wei (afvalproduct dat vrijkomt tijdens het maken van kaas, red.), houtzaagsel, bierbostel en tarweschroot aan toe en je hebt een gezonde vervanger voor kunstmest.” Brede glimlach. „Want kunstmest is alleen geschikt voor kunstgras. Met dit spul pomp je zuiverheid in de grond, haal je stikstof uit de lucht en je kunt er het mestoverschot mee bestrijden.”

Patent

Het patent is aangevraagd, eind deze maand moeten de laboratoriumproeven worden afgerond. Dat middel waarmee Van der Weide de bacterievrije mest verrijkt, is er al. Het heet Condit en zit in een dekselloos conservenblik op zijn bureau.

Waarom hier in een enkel potje en niet pallets vol in een fabriekshal?

De glimlach verlaat voor even zijn gezicht. „Omdat ik – laat ik het voorzichtig zeggen – een beetje tegenslag heb gehad. Gedonder met een zakenpartner toen ik nog op de grens van Oekraïne en Slowakije zat. Rechtszaken, drama’s. Ik heb inmiddels m’n eigen uitvinding weer in bezit, maar kwam na al dat juridische gedoe berooid terug in Nederland. Zat zelfs een half jaar in de daklozenopvang, ben getroffen door een hartstilstand, moest volledig opnieuw beginnen.”

Dat doet hij als 59-jarige start-up in zijn eigen ruimte zonder daglicht op het Arnhemse industriepark Kleefse Waard, onderscheiden als het duurzaamste bedrijventerrein van Nederland. Een statige man in een hok vol eigenaardige attributen. Het bizarre scenario misstaat niet in het wonderlijke aardse bestaan van Willibrordus van der Weide voor wie het leven op het Friese platteland al snel verstikkend werd.

„Mijn neef Bennie van der Weide was een begenadigd marathonschaatser, ik dacht alleen maar: ik moet hier weg. Weg van het ijs, weg uit Friesland.”

Stil protest

Op school droegen ze spijkerbroeken, dus hij ribbroeken. Een bijzonder kind en dat was hij. Op z’n 22ste – toen De Muur nog stond en Rusland Sovjet-Unie heette – dacht hij: het Lenin Mausoleum op het Rode Plein in Moskou, hoe zou dat er van dichtbij uitzien? Dus vroeg hij visa aan en kreeg buurtgenoot Teunis Jan Prins zover om mee te gaan.

„Vond moeder Prins een slecht idee. Ze probeerde me om te kopen en toen dat niet lukte ging ze – als stil protest – urenlang voor onze deur op de stoep zitten.” De twee jonge mannen vertrokken in een splinternieuwe Talbot Horizon 1,5, want – oordeelde vader Prins – als ze toch zo nodig naar Moskou moeten, dan in ieder geval wel zo veilig mogelijk. In de Talbot, afgeladen met reservewielen en zakken aardappelen, troffen ze bij de Nederlands-Duitse grens al het eerste obstakel in de vorm van een douanebeambte.

„Waar gaat de reis naartoe?”, vroeg de man.

„Naar Lenin”, antwoordde Willibrordus. Ze werden subiet aan de kant gezet, want twee gezonde Friese jongens naar het verdorven hart van het communisme, dat kon niet. Toen de papieren in orde bleken te zijn, zei de grensbewaker: „Ik wens jullie een prettige énkele reis.”

In Bratislava bleek het doorreisvisum voor Tsjecho-Slowakije verlopen en toen ze – terug in Wenen – voor een dichte Nederlandse ambassade stonden, zei Teunis Jan Prins: „Laten we naar huis gaan.” Het antwoord van zijn reisgenoot was resoluut: „Om de dooie dood niet.”

KGB

In Kiev kregen ze – op een kamertje in ’zo’n suikertaarthotel’ – de KGB op bezoek en vanaf dat moment werden ze overal gevolgd. Dat had volgens Willibrordus van der Weide ook voordelen. „Verdwalen werd daardoor ondenkbaar en we hoefden ook niet bang te zijn dat we werden beroofd.” Na een lange omzwerving achter het IJzeren Gordijn werd Teunis Jan Prins thuis opgevangen door een heus crisisteam om de Oostbloktrauma's te verwerken. Op Willibrordus van der Weide stond niemand te wachten. „Ik had de indruk dat ze bij mij thuis niet eens doorhadden dat ik weg was.”

Toen jaren later De Muur viel, zag hij zijn kans schoon. Hij kende – bedacht hij zich – de cultuur en de taal al een beetje, en zocht zijn heil in het westen van Oekraïne, als enige ondernemende Nederlander. Hij draaide warm als internationaal manager (’dat vonden ze daar mooi klinken’) in een voormalige wapenfabriek, omgebouwd voor de productie van onder meer magnetrons.

„Chaos en corruptie regeerden, het was vooral een kwestie van overleven.” Zo bedreigend werd de situatie dat Van der Weide de rust opzocht van het Oost-Slowaakse platteland, net over de grens met Oekraïne. Hij begon een nieuw leven als kaasmaker in een voormalige atoombunker met afzuiginstallatie – daterend uit de Koude Oorlog – te Strázske.

loading  

Vakmensen

„De perfecte plek om kaas te maken. We sloten een deal met Uniekaas. Onze kazen gingen met stickers van dat merk naar de Verenigde Staten.” Hij mocht zich directeur/eigenaar van Gouda Slowakia SRO noemen, de zaak draaide lekker en uit Nederland kwamen gepensioneerde vakmensen adviezen geven.

„Tijdens zo’n gesprek over de kunst van kaasmaken, zei een collega: ‘We maken van melk kaas, van iets vloeibaars iets wat vast is. Noemen we het eindproduct, maar dat is onzin’. Hij had natuurlijk gelijk. Van 15.000 liter melk maak je 1500 kilo kaas en 75 kilo boter en dan hou je – ook door het toegevoegde kraanwater – 15.000 liter wei over. Daar geeft niemand iets voor. Wij zijn met dat wei gaan testen en het blijkt uitstekende bodemvoeding.”

Gezonde landbouwgrond is, volgens Van der Weide van levensbelang voor ons allen.

„Een goede collega van mij zei het al: de boer is de apotheker van het volk.”

Toen Uniekaas zich terugtrok uit Slowakije moest het kaasfabriekje worden opgedoekt en met het mestplan in z’n hoofd begon Van der Weide in hetzelfde dorp een nieuw bedrijfje. „De resultaten met Condit waren bevredigend, de afzet niet. We knabbelden met ons product aan de macht van de kunstmestbranche en dat werd niet op prijs gesteld. Ik voelde me een roepende in de woestijn. Een hoge meneer van chemieconcern BASF zei tegen mij: ’Ik gebruik uw spul in mijn tuin, maar doe er alles aan om te voorkomen dat boeren het massaal gaan gebruiken, want chemie is mijn business’. Niet onlogisch natuurlijk, maar wel kwalijk, want alleen kringlooplandbouw heeft toekomst.”

Udarisatie

Van der Weide vond een Nederlandse zakenpartner en dacht dat de zon alsnog ging schijnen, zeker toen op de Biofach – toonaangevende beurs voor biologische voeding – in het Duitse Neurenberg Condit indruk maakte. Maar de beurs zorgde voor een breuk, niet voor een doorbraak. Van der Weide loopt naar een poster aan de wand, een tekening van God die vanuit de hemel gezondheid pompt in landbouwgrond. „Ik ben een gelovig mens en wil er alleen maar mee zeggen dat we zuinig moeten zijn op de Schepping. Daar dacht mijn partner anders over.”

Het gevolg: tien jaar procederen. „De rechter in Slowakije heeft me in zoverre in het gelijk gesteld dat het recept van Condit mij toebehoort, maar voor het feit dat de naam jarenlang oneigenlijk is gebruikt, heb ik nog geen euro compensatie gezien.”

Hij haalt zijn schouders op. „Ach, je gaat verder met een container vol troep en met een schoenendoos vol wijsheid. Die laatste koester ik. Net als de steun van de gemeente Arnhem en de provincie Gelderland.”

’Udarisatie’, noemt hij het proces van de ’blikseminslag’, waarmee bacteriën uit drijfmest gejaagd moeten worden. Afgeleid van het Russische woord udar , inslag. Het door ingenieur Yuri Rakotsy en hem ontwikkelde apparaat dat ervoor zorgt, heeft hij met z’n auto uit Oekraïne gehaald. De Nederlandse marechaussee hield hem urenlang vast aan de grens.

Op het bureau van Willibrordus van der Weide staat – naast het blik met weikorrels – een kannetje Yellow Miracle Oil, het eerste product van zijn kersverse bedrijfje Yellow Agro Manufacturing. „We hebben ook dit spul uitgebreid getest. Gooi het bij de gewone olie in je auto en je hoeft niet meer olie te verversen. Moet je kijken hoeveel dat aan vervuiling scheelt. Maar ik denk niet dat de oliemaatschappijen hierover staan te juichen.” Nee, echt meevallen doet het niet, ’t leven van een uitvinder.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
mest