Opa’s en oma’s die geen knuffel mogen, afstand houden tot de meester of juf of peuters die niet altijd door hun leidster worden vastgepakt. Voor jonge kinderen is de coronacrisis maar moeilijk te begrijpen.

Wat doe je als leerkracht als een kleuter in deze tijd met wijde armen op je af rent, omdat hij je zo heeft gemist? Eigenlijk moeten leraren en leerlingen 1,5 meter afstand houden, ook in de kleuterklassen. Maar hoe stop je zo’n enthousiast kleintje?

Dat is nu net wat deskundigen hopen dat de leerkracht níet doet. Zij hopen dat het kind een flinke knuffel krijgt. Want zeker jonge kinderen snakken naar aanraking. Een anderhalvemetersamenleving is een crime, zegt de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter. ,,Die nabijheid is voor kinderen essentieel. Gelukkig mogen we elkaar in onze kleine bubbels, binnen het gezin, nog aanraken. Ik hoop maar dat dat extra veel gebeurt.’’

Gruwel

‘Het nieuwe normaal’ met anderhalve meter afstand is een gruwel voor pedagogen en psychologen. Zij voorzien een generatie die problemen krijgt met hechting, fysiek contact en het aangaan van relaties als het opgroeien in een anderhalvemetersamenleving normaal wordt. ,,Een kind leert nu afstandelijk te zijn, mist de vanzelfsprekendheid van aanraking. Terwijl kinderen moeten leren om hun lichaam open te stellen voor contact met anderen’’, verklaart pedagoog Simone Mark.

De kleintjes kunnen alleen hun vader, moeder, broer of zus om de hals vliegen. En natuurlijk ook wat vriendjes. Maar die aai over de bol van de leraar, een bemoedigende hand op de schouder als het even niet lukt of dat handje als het afscheid van papa of mama lastig is, ontbreken. De Wachter: ,,Je kunt niet met kleine kinderen omgaan zonder nabijheid. Als een kind valt, laat je het niet liggen of ga je niet eerst handschoenen aantrekken.’’

Voor een kind kan juist een hand op de schouder van de leerkracht ervoor zorgen dat het zich gezien voelt. En dat is weer belangrijk om te kunnen meedoen in de klas. ,,Als leraren geen troost bieden, voelt dat voor een leerling als een afwijzing’’, aldus Mark. En dus is creativiteit geboden. Binnen de huidige regels zijn er heus manieren te verzinnen om de kleintjes tóch de nodige genegenheid te bieden. Bijvoorbeeld door letters met de vinger op de rug van een kind te schrijven.

Een knuffel als troost

Op kinderdagverblijven kan een knuffel troost bieden. Want hoewel in de richtlijnen staat dat het houden van anderhalve meter afstand ‘niet altijd mogelijk en wenselijk is’, zijn er pedagogisch medewerkers die een afleverzone hebben gemaakt. Ouders mogen niet voorbij een bepaalde streep en zelf blijven ze anderhalve meter verderop in de deuropening staan. Peuters komen daardoor in een soort ‘niemandsland’ bij het wegbrengen. Huilend of niet, ze krijgen een duwtje van hun ouders richting de pedagogisch medewerker.

Nee, zo’n afscheid is niet zoals deskundigen dat graag zouden zien. ,,Het belang van het kind moet altijd vooropstaan. Ook al kan ik de privésituatie van pedagogisch medewerkers niet beoordelen, de kinderen moeten zich veilig voelen in de opvang. Opvoeden vraagt om nabijheid’’, zegt Mariëlle Balledux, adviseur opvoeden en opgroeien bij het Nederlands Jeugdinstituut. ,,Gelukkig kijken de meeste pedagogisch medewerkers goed naar wat kinderen nodig hebben en gaan ze flexibel om met de anderhalve meter.’’

Want bij aanraking gebeurt letterlijk iets in het lichaam. Daarbij komen ‘geluksstofjes’ vrij. ,,Zonder aanraking vlakken mensen af en voelen ze zich somberder’’, weet pedagoog Mark. Het is een primaire behoefte die direct na de geboorte zichtbaar wordt. Denk aan een baby die vooral veel geknuffeld wil worden en huidcontact met de moeder moet maken om goed te kunnen hechten. Iets oudere kinderen krijgen weliswaar minder behoefte aan dergelijke aanraking, maar uiteindelijk is voor ieder mens een zekere nabijheid noodzakelijk.

(Tekst gaat verder onder de illustratie)

loading

Sommige kinderen zijn bang door corona

Temeer omdat sommige kinderen bang zijn door corona. Ze hebben soms wekenlang binnen gezeten, zagen een heel ziek familielid of verloren hun opa of oma aan corona. Wat doet deze periode met hen?

Omdat corona zo ongrijpbaar en oncontroleerbaar is, ontstaat meer angst, verklaart Anke Klein, universitair docent aan de Universiteit van Leiden (gespecialiseerd in angst bij kinderen). ,,Angstige kinderen kunnen heel concrete vragen stellen. Of corona ook op de glijbaan zit. Maar het kan ook gebeuren dat ze sneller huilen of juist boos zijn.’’

In zulke situaties is het belangrijk om over hun emoties te praten, zodat ze alles wat ze hebben meegemaakt een plekje kunnen geven.

Uiteindelijk zullen kinderen zich deze gekke tijd herinneren, maar of die echt schadelijk is? Dat wagen de deskundigen te betwijfelen. ,,De omgeving van jonge kinderen is nog klein. Die wordt pas groter naarmate ze ouder worden, dus ze hebben nog de tijd om hun plaats in de maatschappij te bepalen’’, aldus Balledux.

Daarbij zijn kinderen flexibel, ze passen zich snel aan nieuwe situaties aan. En zoeken zelf naar creatieve oplossingen. Ze knuffelen nu bijvoorbeeld de schaduw van hun juf op het schoolplein of lopen hand in hand via die schaduw.

Échte aanraking

Mooi, knikken de deskundigen, maar het blijft anders dan een échte aanraking. Daarom zijn ze het over één ding eens: het is te hopen dat kinderen snel weer binnen de anderhalve meter van volwassenen mogen komen. Dat ze opa en oma weer gewoon mogen knuffelen en de juf een échte hand mogen geven.

Mark: ,,Ik mag toch hopen dat dit niet normaal wordt, want dat is het niet. Mensen zijn sociale dieren.’’ Het is belangrijk dat ze leren dat aanraking erbij hoort, dat ze weten hoe ze relaties moeten aangaan en iemand dicht kunnen naderen. Zoals Balledux samenvat: ,,Op anderhalve meter kan veel en veel ook niet.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus