Met Pasen eet je eieren, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar waarom doen we dat eigenlijk? En wat is het verhaal achter de paaseitjes van chocolade en de paashaas?

Tegenwoordig vieren we Kerst het uitbundigst, maar van oudsher was Pasen de belangrijkste feestdag in de christelijke kalender: de dag dat Jezus uit de dood opstond, nadat hij op Goede Vrijdag gekruisigd was.

Wat hebben eieren daar in hemelsnaam mee te maken? Daar zijn meerdere verklaringen voor. De veertig dagen voor Pasen zijn de vastenperiode, waarin katholieken traditioneel geen vlees, zuivel of eieren mochten eten. Maar omdat kippen natuurlijk gewoon doorgaan met leggen, lag er aan het einde van de vastenperiode een berg eieren. Die konden op Paaszondag dan voor het eerst weer soldaat worden gemaakt.

Maar eieren staan ook – al sinds ver voor het christendom, en over de hele wereld – voor vruchtbaarheid en wedergeboorte, en daarmee horen ze natuurlijk bij het feest dat het nieuwe leven van Jezus viert.

Waarom verven we de eieren?

Omdat het zo’n feestelijk moment was dat mensen na de vastenperiode weer eieren mochten eten, werden de eitjes extra mooi gemaakt door ze te beschilderen. In de orthodoxe en oosters-katholieke kerk heeft dit ook een symbolische reden: eieren worden rood geschilderd als verwijzing naar het bloeden van Jezus aan het kruis, en het breken van de eierschaal is een nabootsing van het openen van zijn tombe.

De chocolade-eitjes zijn van veel recenter datum: die werden in de achttiende eeuw voor het eerst gemaakt door Parijse banketbakkers als luxe variant op het gewone paasei, waarna andere Europese landen die gewoonte overnamen. Voor hedendaagse katholieken betekent de vastenperiode vaak dat ze iets lekkers opgeven, zoals snoep. Voor hen hebben de chocolade-eitjes dan dezelfde rol die gewone eieren vroeger hadden: die mogen ze met Pasen voor het eerst weer eten.

Veel andere tradities die bij Pasen horen komen voort uit de pre-christelijke tijd. Zo werden heel vroeger eieren begraven op de akkers, omdat men geloofde dat de grond daardoor weer vruchtbaar zou worden. En je raadt het al: daar komt onze traditie van het verstoppen van eieren vandaan.

Maar waar komt de paashaas eigenlijk vandaan?

En de paashaas dan? Dat ligt wat gecompliceerder. Het bekende verhaal is dat de haas een restant is van het Germaanse lentefeest dat met het christelijke paasfeest is gaan samenvallen. De haas zou het gezelschapsdier zijn van de vruchtbaarheidsgodin Ostara of Eostre, die weer de naamgever is van het Engelse Easter en het Duitse Ostern.

Alleen: dat verhaal klopt helemaal niet. De enige vermelding van het bestaan van deze godin is in een boek van de vroeg-achtste-eeuwse Angelsaksische monnik en geschiedschrijver Beda, die beweert dat de vierde maand van het jaar naar haar vernoemd is. Maar verder is er nooit enig bewijs gevonden dat de oude Germanen daadwerkelijk in zo’n godin geloofden, laat staan dat ze geassocieerd werd met een haas.

Dat lijkt een veel later verzinsel te zijn: in de zeventiende eeuw maakt de Duitse wetenschapper Georg Franck von Franckenau voor het eerst melding van de traditie in zijn land waarbij de paashaas eieren komt brengen voor kinderen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Eten & drinken
Instagram