Prikkeldraad om een weiland bij Lucaswolde wordt ontdaan van woekerend onkruid.

Mijn Streek zwerftocht: Wandelen over zoute bagel bij Boerakker

Prikkeldraad om een weiland bij Lucaswolde wordt ontdaan van woekerend onkruid.

Wil je lekker zwerven, ga dan eens wandelen tussen dorpjes als Boerakker, Lucaswolde en Noordwijk in het Westerkwartier. Niet een omgeving van hoogdravende pretenties, integendeel. Wat een geluk.

Help, brandnetels hangen over het pad, en ik wandel in een korte broek. Hoe los ik dat op? Behoedzaam zet ik mijn voeten neer, met hoge stappen. Doet me opeens denken aan dat spelletje vroeger op tv, zo’n ring die je met vaste hand langs een buis met allerlei kronkels moet leiden; maak je contact, dan ben je af.

Rechts van me vliegt een torenvalkje op. Is alweer een tijd geleden dat ik er een zag, schiet me te binnen. Als kind was het m’n lievelingsvogel, altijd te vinden op en rond de houten telefoonpalen langs het zandpad naar ons huis.

Daar had de vogel een mooie uitvalsbasis aan om op muizen te jagen én om ze lekker op te peuzelen, balancerend op de wiebelige draden. Hun geluid zit diep bij me ingeprent: kek-kek-kek!

loading

Groepshug

Het ‘brandnetelpad’ is ergens halverwege de route. Het leidt door een stel weilanden dat beheerd wordt door Staatsbosbeheer. Het is recentelijk gemaaid, niet met een trekker – daarvoor is het vele malen te smal – maar met een gewone huis-tuin-en-keukengrasmaaier, ik stel me tenminste zo voor dat meneer of mevrouw de boswachter wekelijks eigenhandig even het pad maait voor bezoek. De brandnetels buigen eroverheen, vanaf beide kanten, alsof ze elkaar opzoeken voor een groepshug.

Het Dwarsdiep is al lang achter mij. Wat mij betreft de verrassing van de tocht. Met de hoge rietkragen en de doorkijkjes op de weilanden met schapen en koeien kan het niet of nauwelijks Hollandser. Prettige bijkomstigheid: bij de kerk in Boerakker, startplaats van de tocht, staat een bord met informatie over het ontstaan van de omgeving.

Wat ik ervan meeneem, is dat de omgeving rond het Dwarsdiep een beekdal is van een oude veenstroom die liep vanaf de omgeving van Marum naar zee. Voor er dijken waren, dus meer dan duizend jaar terug, zette de zee hier af en toe klei af, waardoor de turf zout werd; het bord spreekt van ‘zoute bagel’ die weinig opleverde.

Nu we toch weetjes strooien: de naam Boerakker is niet de voor de hand liggende samenstelling van boer en akker, zo zegt het bord, maar afgeleid van Buiracker, de naam van het zandpad dat Niebert verbond met het Kuzemerklooster bij Oldekerk. Het andere: de meeste inwoners van het gebied kwamen uit Friesland, maar ach Fries en Gronings lopen hier in elkaar over, dat voel je aan alles.

loading

Kwelwater

Staatsbosbeheer heeft trouwens ook een informatiebord, bij de uitkijktoren en het bruggetje waar je het Dwarsdiep oversteekt. Kwel is waar de terreinbeheerder aandacht voor vraagt. We lezen dat in polder de Oude Riet honderden jaren oud opkwellend grondwater aan de oppervlakte komt, water dat ooit als regen in Drenthe aan de reis begon.

Leuk, denkt u, maar wat zou dat? Als we verder lezen, leren we over het verschil tussen het voedselarme, maar mineraalrijke, basische kwelwater en het licht zure regenwater, dat zich mengt met door voedingsstoffen verrijkte water in boerensloten. Waar het om draait: een heel eigen flora is afhankelijk van dat kwelwater.

Maar goed, waarom loop ik hier eigenlijk in het Westerkwartier? Simpel. Ik wil zwerven. Waar die behoefte precies vandaan komt, weet ik niet. Misschien het keurslijf van corona, de fietsvakantie op de bonnefooi die daarom niet doorging. Maar het kan ook het weer zijn, de nazomer, die iets weemoedigs heeft, iets wat je loom maakt, een gevoel dat je naar het hoofd stijgt, een roes.

Hoe dan ook: het Westerkwartier voldoet vandaag volledig aan mijn wensen. De open ruimte en tegelijkertijd is er de beschutting van boomwallen, elzen vooral. Een omgeving zonder hoogdravende pretenties, geen kouwe kak, mensen die je gewoon groeten alsof je er al jaren woont. Tenminste, zo heb ik het tot dusver ervaren. Vind maar eens zo’n plek. Ik zwerf verder.

menu