Volgens zorgminister Hugo de Jonge blijft het uitgangspunt dat iedere volwassene die dat wil aan het begin van de zomer geprikt kan zijn. Hoe zit dat en wanneer ben ik aan de beurt? Een overzicht.

Volgens de meest recent gepubliceerde vaccinatieplanning van Rijksoverheid (23 maart) zijn er aan het einde van het tweede kwartaal in totaal 20,7 miljoen vaccindoses geleverd. Zo’n 5,5 miljoen daarvan zijn afkomstig van AstraZeneca. Pfizer/BioNTech is de hofleverancier met 10,4 miljoen. Moderna heeft dan 1,8 miljoen doses geleverd, terwijl Janssen, waarmee we in de loop van april beginnen, ons dan van drie miljoen vaccins heeft voorzien.

De Jonge rekende begin maart voor dat begin juli bijna twaalf miljoen Nederlanders minimaal een eerste prik hebben gekregen, waarmee alle volwassenen die dat willen aan de beurt zijn geweest. Daarbij baseerde hij zich op een vaccinatiebereidheid van 85 procent bij de veertien miljoen volwassen Nederlanders.

Onzekerheid leveringen

Dat doel lijkt inderdaad haalbaar als de leveringen bewaarheid worden, wat wel nog onzeker is. Zeker bij AstraZeneca zijn de voorspellingen vaak onbetrouwbaar gebleken. Met Janssen, waarvan maar één prik vereist is, kunnen al drie miljoen mensen gevaccineerd worden. De overige 17,7 miljoen doses (waarvan er inmiddels zo’n drie miljoen zijn toegediend) zouden dan voldoende moeten zijn voor ruim 8,8 miljoen Nederlanders, waarmee je op bijna twaalf miljoen uitkomt.

Omdat er altijd een tijdsperiode tussen de twee prikken zit (momenteel maximaal zes weken bij Pfizer en Moderna en twaalf weken bij AstraZeneca) is een deel daarvan voor de eerste prik bestemd. De Jonge verwacht dat zo’n acht miljoen mensen dan volledig gevaccineerd zijn en vier miljoen een eerste vaccinatie hebben gehad.

Mocht AstraZeneca na het EMA-besluit over de mogelijke bijwerkingen van ernstige trombose onder 60-minners helemaal niet meer aan die leeftijdsgroep worden toegediend, dan zou ons land kunnen kiezen om andere vaccins aan hen toe te wijzen en AstraZeneca enkel voor 60-plussers in te zetten. Als Nederland zou besluiten om het vaccin helemaal niet meer te gebruiken, lijkt het wel onmogelijk om voor de zomer iedereen die dat wil een eerste prik te geven, omdat je dan ongeveer 2,5 miljoen mensen minder kunt inenten.

Stel dat het doel gehaald wordt, wanneer komt iedereen dan aan de beurt? Laten we beginnen met de thuiswonende mensen die zelf naar de priklocatie kunnen komen, geen ernstige medische risicofactoren hebben en niet in de zorg werken. De aftrap van die groep vond plaats op 25 januari, toen de eerste 90-plussers werden gevaccineerd. In de maanden erna kwamen lagere leeftijdsgroepen aan bod en op dit moment ontvangen mensen tussen de 70 en 74 hun eerste prik.

Volgens het vaccinatieschema op Rijksoverheid komen 65- tot 69-jarigen vanaf eind april aan de beurt, mensen tussen de 50 en 59 jaar vanaf half mei, veertigers vanaf half juni en dertigers en jongeren van 18 tot 29 eind juni. Jongeren onder de 18 hebben vooralsnog geen uitzicht op een coronavaccin, omdat er volgens Nederlandse experts nog meer onderzoek naar gedaan moet worden.

Hoogrisicogroepen

De groep mobiele thuiswonenden tussen de 60 en 64 is een geval apart: een deel heeft al het vaccin van AstraZeneca ontvangen, omdat in februari, toen de toediening van start ging, nog niet zeker was of het vaccin effectief was onder ouderen. Met die leeftijdsgroep ging het nog net niet om de echte ouderen en kon evengoed ’de meeste gezondheidswinst’ worden geboekt. Vooral de huisartsen dienen dat vaccin aan hen toe, net als aan mensen met het syndroom van Down en morbide obesitas. Het proces verloopt per provincie. De laatsten worden vanaf half april uitgenodigd.

Andere medische hoogrisicogroepen zijn ook aan de beurt. Zo ontvangen mensen met aandoeningen als ernstig nierfalen en een ernstige aangeboren immuundeficiëntie sinds eind maart een vaccin, net als mensen met een neurologische aandoening waardoor de ademhaling is aangetast. 60-minners die een minder ernstige medische risicofactor hebben, moeten echter minstens tot half mei wachten.

Om het nog ingewikkelder te maken: het vaccineren van ouderen die thuiswonen maar die niet in staat zijn om naar de priklocatie te komen, is pas begin april begonnen. Dat komt omdat huisartsen dat vaccin thuis moeten toedienen, wat logistiek een extra uitdaging vormt.

Verpleeghuizen

Bewoners van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen en mensen met een verstandelijke beperking in een instelling zijn wel al sinds januari aan de beurt. Toch zitten ook hier verschillen tussen, omdat mensen die daar wonen en onder toezicht staan van een huisarts in plaats van een instellingsarts, vaak langer moeten wachten. De ggz-cliënten ontvangen sinds februari de prik.

Ook zorgmedewerkers worden al langer gevaccineerd. De ziekenhuismedewerkers binnen de directe acute coronazorg ontvingen begin januari hun eerste prik. Van die groep komen inmiddels ook meer mensen aan bod.

Ook is het inenten van medewerkers van verpleeghuizen en kleinschalige woonvormen aan de gang, net als van huisartsen en hun zorgverlenende medewerkers, zorgmedewerkers klinische medische specialistische revalidatie, personeel binnen de gehandicaptenzorg, de ggz, WMO-ondersteuning en pgb-zorgverleners. Overige zorgmedewerkers moeten nog wachten en komen tegelijk aan de beurt met niet-zorgmedewerkers, afhankelijk van hun leeftijd en risicogroep.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Extra
Coronavirus