De thuiswerkplek van Ruben Visser.

We moeten nóg langer thuiswerken: we zijn moe, leeg en opgebrand (en dat is niet gek)

De thuiswerkplek van Ruben Visser. Foto: Ruben Visser

We kunnen nog niet naar kantoor. Het risico op besmetting met corona blijft volgens het OMT te hoog. Premier Rutte roept iedereen op voorlopig thuis te blijven werken. Een zware opgave. „Op een gegeven moment raakt je tank leeg.”

Een groot deel van werkend Nederland gaat sinds donderdag 12 maart niet via trein, file of op de fiets naar het werk, maar lopend. Van de slaap- naar de woonkamer meestal, al hebben sommigen de luxe van een werkkamer. Het nonchalante gesprek bij de koffieautomaat, een grapje tussendoor, het snelle overleg en zelfs de gewone vergaderingen verdwenen van de ene op de andere dag.

En nu, ruim een kwartaal later, worden de gevolgen van al dat thuiswerken zichtbaar: werknemers zijn leeg, opgebrand of op zijn minst vermoeid.

Meer dan een derde van alle werkenden geeft aan dat de werkdruk door de coronacrisis hoger is dan ooit, zo blijkt uit onderzoek van het CNV. Bij 21 procent is het ziekteverzuim op het werk gestegen en 16 procent van de ondervraagden is uitgeput vanwege de hoge werkdruk. Piet Fortuin, de voorzitter van CNV, noemt de cijfers schokkend. „Omgerekend betekent dit dat miljoenen werkenden onder hoge druk staan. Meer dan een miljoen mensen zijn uitgeput.”

Voortdurende spagaat tussen productiviteit en bereikbaarheid

Het verrast breinexpert Mark Tigchelaar niet dat thuiswerkend Nederland nu vermoeid is. Door de digitalisering van vrijwel alles - van lange vergaderingen tot snel overleg - zijn mensen continu bereikbaar.

„Ze zitten daardoor in een voortdurende spagaat tussen productiviteit en bereikbaarheid,” legt Tigchelaar uit. „Je wilt laten zien dat je aan het werk bent en dat je hart voor de zaak hebt. Je reageert daarom snel als je collega’s of je werkgever berichten sturen. Dat lijkt iets positiefs, maar daardoor kom je vaak niet toe aan je eigen werk.”

loading

Permanent op het gaspedaal

In de coronaperiode was er nog meer afleiding. Intrinsiek, zoals het nieuws, angstgevoelens en piekergedachten over de toekomst, en extrinsiek. Sommigen moesten steeds schakelen tussen de rol van ouder, leerkracht en werknemer. Schakelen is funest voor de productiviteit en de energievoorraad, want het brein heeft tijd nodig om zich te concentreren, legt Tigchelaar uit.

„Als je wisselt van taak, ben je af. Dan verlies je focus en beginnen kost tijd en energie. Het gevolg is dat mensen overdag niet aan écht werken toekomen en vaak ’s avonds nog aan de slag gaan.”

Lange werkdagen, beter gezegd: te lange werkdagen, zijn daardoor snel gemaakt. Gevolg: te weinig nachtrust, en sowieso te weinig rust, want dat permanent bereikbaar zijn is doodvermoeiend voor het brein.

loading

Je het pauzes nodig om productief te zijn

Tigchelaar gebruikt de auto als metafoor om het belang van rust duidelijk te maken: „Je kunt niet permanent op het gaspedaal drukken. Op een gegeven moment raakt je tank leeg en moet je stoppen om bij te tanken. Met je hoofd werkt dat precies hetzelfde: je hebt pauzes nodig om weer productief te zijn en gefocust te kunnen werken.”

Zelfs als je het werk even wegdenkt, gaat de afgelopen tijd de boeken in als energievretende periode.

„We hebben door corona te maken met chronische stress,” zegt Paul van Lange, hoogleraar psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „We moeten ons ineens anders gedragen: op straat moeten we afstand houden, een bezoek aan de supermarkt is voor velen een onderneming en daar komen de negatieve berichtgeving en de angst voor het virus nog bij. Dat continue opletten vergt zelfbeheersing en discipline, wat ons ook energie kost. We staan de hele dag ‘aan’, moeten altijd opletten. Dat maakt iedereen moe. Ook gepensioneerden en niet-werkenden.”

En dan is er ook nog een gebrek aan ontspanning

Van Lange telt daarbij op dat er een gebrek is aan ontspanning in deze tijden. De horeca is weliswaar weer open, net als bioscopen en theaters - mondjesmaat misschien, maar het kán - maar thuiswerkenden zitten nog steeds met een gebrek aan ‘vitamine-s’ tijdens hun werkdag.

„Die snelle sociale contacten,” zegt Van Lange, „zijn onmisbaar in een gezonde werkomgeving. Gezamenlijk lachen, een compliment ontvangen of uitdelen, een positieve ervaring delen, het zijn allemaal dingen die energie geven. Als je dat via een omweg doet, zoals via een videogesprek waarbij je moet wachten tot je iets kunt vertellen en de spontaniteit verloren gaat, is dat niet hetzelfde.”

loading

Opladen doe je pas als je geen nieuwe prikkels tot je neemt

Het is een opeenstapeling van factoren die ervoor zorgt dat we vermoeid tot zelfs uitgeput de zomer tegemoet gaan. De tank raakt sneller leeg dan hij wordt aangevuld. Er moet een verandering komen in de manier waarop we omgaan met dit ‘nieuwe normaal’ om ook op de langere termijn te kunnen blijven functioneren.

Tigchelaar schreef het boek Focus AAN/UIT, waarin hij aan de hand van wetenschappelijk onderzoek uitlegt hoe mensen zich beter kunnen focussen en zo weerbaarder worden tegen stress, zweert bij zogenoemde ‘buutvrijmomenten’. Dat zijn gelegenheden om je brein weer op te laden.

Tigchelaar: „Het is pas een buutvrijmoment als je geen nieuwe prikkels tot je neemt; een rustmoment voor je hersenen.”

Daar schuilt ook een gevaar, want wie denkt uit te rusten door een rondje te wandelen met een podcast op en door zijn Instagramfeed te scrollen, heeft het mis. „Dan krijgen de hersenen nog steeds prikkels die ze moeten verwerken. En dat kost energie. Iets leuks doen en opladen zijn geen synoniemen van elkaar.”

Hoe vul je dan wel de energievoorraad aan? „Louter wandelen, lanterfanten, dagdromen. Dan laad je weer op.”

loading

***

Thuiswerkers: 'Elke dag aan dezelfde tafel, pff...'

Stefanie van Pelt (31), online marketeer

„De eerste drie weken ben ik volle bak bezig geweest. Ik had een hoop deadlines van opdrachten die ik moest opleveren voor klanten en mijn zoontje van vijf zat ook thuis. Hij kreeg huiswerk mee van school, maar daar ben ik niet aan toegekomen.

Mijn man werkt in een kalfsslachterij, die meer op locatie ging werken vanwege al dat hamsteren. Ik moest thuis alle ballen hooghouden, dat was heftig. Ik zette mijn wekker op half zes om alles gedaan te krijgen en in de avond ging ik nog door.

Dat hield ik niet vol; na een paar dagen brak ik. Het was te veel. Ik was extreem moe en kon mijn bed niet meer uitkomen. Toen heb ik noodgedwongen mijn werkuren teruggeschroefd en dingen anders aangepakt. Ik heb iemand in dienst genomen die me helpt bij mijn bedrijf, en een hulp in de huishouding. En nu passen mijn schoonvader en -moeder ook een paar keer in de week op mijn zoontje. Dat scheelt. Het was een heftige periode, maar ik heb er ook van geleerd. Nu heb ik dingen anders georganiseerd. Dus als de scholen nog een keer dichtgaan, kan ik het aan. En ik heb mezelf verplicht de vrijdag vrij te nemen. Dat heb ik wel nodig nu.”

loading

Sander Wielemaker (37), ondernemer

„Ik ben het gewend om thuis te werken. Ik heb een kantoor aan huis en deed al meetings via Zoom voor de coronacrisis uitbrak. Dat werd lastig toen de scholen dichtgingen. Ik heb drie kinderen, van zes, zeven en tien jaar oud. Die moest ik helpen bij hun schoolwerk, tegelijkertijd werd ik bij meetings online verwacht en ik was ook nog gewoon vader. Al dat schakelen vond ik maar lastig. Dat kost veel energie. Ik werd kortaf naar de kinderen, terwijl ik weet dat ik veel van ze vroeg: ze moesten rustig zijn in hun eigen leefomgeving.

Soms lukte het echt niet om te werken. Voorheen werkte ik een uur gefocust en nam ik daarna vijf minuten pauze. Dat kon nu niet. Ik heb een eigen bedrijf en heb ook inkomsten nodig. Dus ging ik ’s avonds door, dat moest wel. Daardoor sliep ik wel onrustiger en korter, dat stapelt zich op. Gelukkig gaat het nu weer beter, we gaan ook met vakantie deze zomer. Dat moet helpen. Voor in de toekomst ga ik wel kijken naar kantoorruimte buitenshuis. Dan kan ik werk en privé beter gescheiden houden.”

loading

Sandra Meesen (50), virtueel assistent

„Mijn man en ik zaten ineens zeven dagen per week thuis. Hij zit in de ICT en ik werk als virtueel assistent. Dus we zaten allebei de hele dag achter onze laptop aan de eettafel in de woonkamer; de hele dag aan dezelfde tafel, pff... Elke ochtend opnieuw eet je dezelfde boterhammen op dezelfde plek aan dezelfde tafel. ’s Avonds na je werk zit je weer aan dezelfde tafel te dineren. Die sleur slurpte de energie uit me, het was zo saai. In combinatie met de hele dag hard werken vond ik dat moeilijk.

Ik zag mijn vriendinnen ook niet meer. Of nou ja, alleen via videobellen, maar dat is toch anders. Ik miste de sociale contacten en zat maar de hele dag achter dat scherm. Aan het begin van de coronacrisis volgde ik de hele dag het nieuws. Ik wilde alles weten. Op een gegeven moment voelde ik aan alles dat ik daarmee moest stoppen. Het werd te veel. Ik wist niet meer wie ik moest geloven en raakte erdoor in de war, waardoor ik me minder kon focussen op mijn werk. Nu het rustiger wordt, snak ik naar vakantie. Maar we hebben geen kinderen, en we gaan dus pas na de schoolvakantie. Op zijn vroegst in september.”

menu