In Westerbroek kun je heerlijk dwalen langs moerasbosjes en een oude veenborg.

Mijn Streek: Westerbroek blijft graag onder de radar

In Westerbroek kun je heerlijk dwalen langs moerasbosjes en een oude veenborg. Foto: Paul Straatsma

De mooiste plekjes zijn daar waar je ze niet verwacht. Neem Westerbroek onder de rook van Groningen, ingeklemd door een snelweg, een kanaal en industrie. Je kunt er heerlijk dwalen langs moerasbosjes en een oude veenborg.

Een beetje ‘sneaky’, zo kun je het gerust noemen, de manier waarop de Hesselinkslaan begint – of uitkomt, het is maar van welke kant je het bekijkt – bij de N860 op de oever van het Winschoterdiep tussen Waterhuizen en Foxhol. Alsof het bezoek liever aan zich laat voorbijgaan, ‘ik ben hier niet’. Met een bochtje duikt het pad naar beneden, pal langs de oprit van een huis, alsof je particulier terrein betreedt. Het is dat er een paaltje staat met de aanwijzing dat je ter plekke moet afslaan, anders loop je er niet in.

Pas dan valt op dat het pad behoorlijk breed is. De oude eiken aan weerszijden zijn overwoekerd met klimop, wat de doorgang donker maakt, enigszins spooky . Een ‘normale’ eigenaar had de oude bomen allang eens lucht gegeven, ontdaan van de verstikkende hedera en het dode hout verwijderd. Maar baas Natuurmonumenten is van het onverbiddelijke soort, laat de natuur de natuur.

loading  

Wat voor het pad geldt, geldt voor heel Westerbroek. Het dorp weet onder de radar te blijven, ‘we zijn hier niet’. Een hele kunst om pal onder de rook van de stad Groningen zo onzichtbaar te blijven. Het geheim? Het leven raast aan Westerbroek voorbij. Dat doet het voornamelijk aan de noordkant van het dorp, over de A7 tussen Groningen en Hoogezand en verder richting Duitsland.

Aan de zuidkant van het dorp is minder verkeer, maar daar staat de scheepvaart over het Winschoterdiep en de spoorlijn die van Groningen naar Winschoten of Veendam leidt, tegenover. Voeg daarbij de scheepswerfindustrie in Waterhuizen en Foxhol en je begrijpt dat je als Westerbroekster niet claustrofobisch moet zijn aangelegd. Enfin, kijk op het kaartje en zie de ingeklemde ligging van het dorp.

Verse flatsen

Juist daar waar je het niet verwacht, bevinden zich de mooiste natuurgebiedjes. We verlaten de Hesselinkslaan en betreden een open veld waar het, afgaande op de diepe sporen van runderen, bij tijd en wijle behoorlijk drassig zal zijn. De grote grazers zien we niet, maar afgaande op de verse flatsen zijn ze niet ver weg. Goed uitkijken dus waar je je voeten zet en niet een zwieper maakt.

Rechts van het pad ligt het Hesselinksbos, de kern van het gebied, al sinds 1955 in bezit van Natuurmonumenten en waarin een hoofdrol is weggelegd voor petgaten en moerasbos. ‘Een van de laatste laagveenmoerassen van Groningen’, prijst de natuurbeheerder het aan. De roerdomp zou zich er soms laten zien of – waarschijnlijker – horen, net als de visarend. Maar vandaag geldt voor beide vogels wat al eerder over de Hesselinkslaan en Westerbroek werd gezegd: we zijn hier niet.

Een sprongetje in de tocht. Straks, midden in het dorp, passeren we de Baggelaar, een bronzen beeld dat herinnert aan de natte vervening van met name de 19de eeuw. Wie Westerbroek wil doorgronden, doet er goed aan historische kaarten van het gebied te raadplegen. Zonder de voornoemde infrastructuur wordt veel duidelijker dat het dorp ontstaan is op de oostelijke flank van het Hunzedal, in een lijn ligt met dorpen als Engelbert, Middelbert en Kropswolde.

De eerste bewoners van de streek groeven haaks op de Hunze hun sloten, om zo het veen te ontwateren. Zie je op een kaart dat patroon van sloten, dan begrijp je het gebied al een stuk beter. De impact van de infrastructuur blijkt misschien nog wel het meest uit de Westerbroekstermadepolder. Het natuurgebied van Het Groninger Landschap, waar de boeren van het dorp vroeger hooilanden hadden, is thans onbereikbaar voor de dorpsbewoners.

loading

Peren op sap

Wie liever een kleine tocht maakt van zo’n 4 kilometer en verharde paden mijdt, kan een rondje maken om het Hesselinksbos. Het wandelknooppuntennetwerk leidt daar niet langs, maakt een ruime bocht om het gebied, wat niet erg is, want het is leuk om te koekeloeren bij de huizen en tuinen onderweg. De buitenstalletjes met huisvlijt prijzen vogelkastjes, jam en peren op sap aan. Het laat zich raden waar de peren vandaan komen: de takken aan de Woortmansdijk hangen er vol mee, een ongelukkige fietser zal daar vast wel eens kennis van hebben genomen.

Op onze grotere ronde nemen we ook een kijkje bij Vaartwijk, aan de andere kant van de Oudeweg, de doorgaande weg in het dorp. Het statige pand is een zogenaamde veenborg. Groningen kende daar een flink aantal van, de meeste zijn verdwenen. De eigenaren vergaarden hun fortuin in de vervening. Zo ook de familie Hesselink die einde 18de eeuw de Tjadenhoeve koopt, verbouwt en hernoemt tot Vaartwijk – al zaten de Hesselinks ook in de zaden- en graanhandel. Vaartwijk ligt net buiten de dorpskern, aan een doodlopende weg. Bij het hek blijven we staan, de veenborg is particulier terrein en niet van dichtbij te bezichtigen. Maar mooi is het plekje zeker.

Nopjes

Daar is Westerbroek dan zelf. De Meesterslaan leidt de wandelaar ernaartoe, de Pastorielaan er weer uit. Tussen beide passeren we een uit de kluiten gewassen modern dorpshuis, een fraai wit kerkje en het al genoemde beeld de Baggelaar. De paar mensen op straat knikken de wandelaar vriendelijk toe, ik verdenk ze van een heimelijk lachje. Dat het leven aan het dorp voorbij raast, lijkt de bewoners weinig te deren. Integendeel, ze zijn ermee in hun nopjes.

menu