Wiebes: 'Alles voor iedereen vergoeden gaat niet. Niet iedereen kan worden gered'

Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat). Foto: ANP

Alleen 1,5 meter afstand houden gaat bedrijven niet de coronacrisis uit helpen, waarschuwt minister Eric Wiebes van Economische Zaken. Verdere opening van de economie vereist dat sectoren ook vindingrijk zijn en maatregelen nemen op het gebied van hygiëne en bescherming. ,,Zonder nadenken kan haast niks”, stelt hij.

Bedrijven in nood kijken reikhalzend uit naar het steunpakket 2.0 dat het kabinet woensdagmiddag presenteert. Wiebes gaf gisteren in debat met de Tweede Kamer alvast een winstwaarschuwing af: ,,Realisme blijft nodig: alles voor iedereen vergoeden gaat niet. Niet iedereen kan worden gered.”

Stimulans om bedrijfsmodel aan te passen

In het tweede pakket zullen bedrijven meer gestimuleerd worden hun bedrijfsmodel aan te passen, aldus de VVD-minister. Zo werd eerder al bekend dat de regering de boete op ontslag in de looncompensatieregeling (NOW) wil laten vervallen. Daarnaast zal de financiële hulp meer ‘proportioneel en gepast’ zijn, en zullen er soms voorwaarden aan verbonden worden, aldus Wiebes.

Tegelijkertijd doet de VVD-bewindsman een beroep op de innovatiekracht van ondernemers om in het coronatijdperk het hoofd boven water te houden en manieren te vinden om de omzet op peil te houden. Alleen afstand bewaren en dan verwachten dat een zaak wel weer open kan is niet de manier om uit de coronacrisis te komen, stelt hij.

'Zorgen dat er weer gewerkt kan worden'

,,1,5 meter afstand nemen is maar één aspect”, aldus Wiebes. Het gaat volgens hem ook over het nemen van beschermings- en hygiënemaatregelen en het opschroeven van de testcapaciteit. ,,Naarmate we meer kunnen testen en beschermen, kunnen we meer”, aldus Wiebes. De overheid heeft daarin een rol, maar om te ‘zorgen dat er weer gewerkt kan worden’, worden ook bedrijven gedwongen tot inventiviteit. De supermarkten met hun perspexplaten bij de kassa en het ontsmetten van karretjes en mandjes zijn daarvan een goed voorbeeld, meent hij.

,,Het is niet de overheid die in detail opstelt hoe een cafétafeltje wordt ingericht of een terras wordt opgesteld. Wij staan klaar om feedback te geven, mee te denken, maar niet om goedkeuring te geven. Het is niet dat het cafébeleid in de plenaire zaal of door het kabinet wordt ontworpen. Dat gaat ons boven de pet.”

Warme bakkers versus koude bakkers

De Kamer drong in het debat nogmaals aan op steun voor specifieke sectoren die door de coronacrisis in zwaar weer zijn gekomen. Ook nu een versoepeling per 1 juni aanstaande is zullen bijvoorbeeld horecabedrijven, de evenementenbranche, theaters en podia en de recreatiesector niet altijd in staat zijn om genoeg omzet te halen, vrezen de parlementariërs.

Staatssecretaris Mona Keijzer gaat hierover vandaag nogmaals het gesprek aan met Koninklijke Horeca Nederland. Daarnaast willen Kamerleden hulp voor onder meer de Nederlandse maakindustrie. Ook hier wil het kabinet naar kijken.

Tegelijkertijd zullen er ook bedrijven zijn die ook na morgen vinden dat zij onvoldoende worden geholpen, aldus Keijzer. Zij noemt als voorbeeld de warme bakker die zelf bakt en wel steun heeft gekregen. Zogeheten ‘koude bakkers’, die geen eigen ovens hebben kregen tot dusver geen steun. Volgens Keijzer is het logisch om ook die groep compensatie te bieden. Maar zodra dat gebeurt, zullen er weer nieuwe grensgevallen ontstaan. ,,Helemaal perfect loopt het nooit.”

menu