Zomercolumn: Frouwkje

Tijdens de zeven weken dat de zomerbijlage uitkomt krijgen lezers ruimte voor een zelfgeschreven column, met dit jaar als thema ‘Vakantieliefde’.

Met z’n zessen opgepropt in een nieuwe Renault 4 gingen we in de zomer van 1969 op weg van Assen naar ons vakantieverblijf in Westkapelle. De Renault moest nog worden ingereden en was daarom aan de achterkant door mijn vader voorzien van een kartonnen waarschuwingsbord met de tekst: INRIJDEN! 60KM!

Door de geringe snelheid van het viertje en de vele onderlinge ruzies die wij als pubers op de achterbank uitvochten, werd de reis naar Zeeland een helse tocht, die langer leek te durendan de uiteindelijke vakantie. Toen mijn vader zich na deze zeven uur durende rit in zijn bezwete Terlenka pak met een verwilderde blik in zijn ogen bij de portier van de camping meldde, moet deze hem hebben aangezien voor een op de vlucht geslagen gevaarlijke gek.

We kregen een plekje aan de rand van de camping toebedeeld. Al was ik nog maar elf jaar, ik wist dat ik me voorlopig gedeisd moest houden.

,,Ben jij op mij?”, fluisterde ze plotseling. Frouwkje was alles wat ik zocht in een meisje. Ze had prachtig lang rood haar en ze kon heel mooi op haar handen lopen. Als ze ging zitten leek het of ze haar benen wel drie keer over elkaar heen sloeg. Ik vond dit bijzonder aantrekkelijk, waarschijnlijk omdat ik zelf zo’n hark was.

In plaats van in een benauwde Renault 4, waarbinnen het een gekkenhuis was, reden haar ouders in een grote Opel Rekord, waarin zij en haar zusje alle ruimte hadden. Hierdoor kwam het dat Frouwkje zo opgewekt en goedlachs was, dat wist ik zeker. En er was nog iets. Frouwkje kon heel mooi limonade inschenken zonder te morsen. Dit vond ik bijzonder, want bij ons thuis ging het er altijd overheen, waardoor het een vieze plakzooi werd.

,,Bouke, ben jij op mij?”, fluisterde ze nogmaals, maar ditmaal zo hard dat het eigenlijk geen fluisteren meer was. Iedere avond om zeven uur ging ons veldje blikspuit spelen en waar Frouwkje zich in haar onschuld steeds liet uittikken, had ik vanwege ons drukke gezin een tweede natuur ontwikkeld om mezelf onzichtbaar te maken.

Al snel had Frouwkje dit door en vanaf dat moment lagen we ‘s avonds dicht tegen elkaar aan om maar niet gezien te worden. Waarschijnlijk omdat ik stapelverliefd op haar was geworden, sloeg haar vraag mij volledig uit het lood. Mijn adem stokte en mijn bloed spoot als een op hol geslagen orkest door mijn aderen.

Net voordat ik flauwviel nam Frouwkje de rol van dirigent over en zei: ,,Kom maar Bouke, we zijn uit.”

Bouke van Nuil, Appelscha

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.