Zorgverzekering: waarom we weer massaal NIET overstappen

Slechts een piepkleine minderheid stapt dit jaar over naar een andere zorgverzekering. Veruit de meeste mensen blijven zitten waar ze al jaren zitten en betalen daardoor veel meer premie dan nodig is. Wie wel overstapte bespaarde in de afgelopen jaren duizenden euro’s. Kennelijk zitten veel mensen daar niet mee, ze hebben het er wel voor over.

Al sinds 2006 kunnen we elk jaar in de maand december overstappen naar een andere zorgverzekering. Slechts een zeer klein deel doet dat, circa 6 procent van de bevolking. Dit jaar wordt het naar verwachting 1 procentje hoger, doordat een aantal collectieve contracten afloopt. Maar dan nog blijft de grote meerderheid van de mensen zitten waar ze zit en verroert zich niet.

Bekijk op Gezondheid&Co de premies voor de basisverzekering (en stap makkelijk over)
Lees verder

Aldus blijven de meeste Friezen bij De Friesland, het ziekenfonds van oudsher. Zoals de meeste Groningers bijna per traditie Menzis als zorgverzekeraar hebben, en de meeste Drenten Zilveren Kruis. Vaak vele jaren vóór 2006 waren ze al aangesloten bij hun provinciale ziekenfonds.

1. Het kan veel goedkoper

De honkvaste Drenten, Friezen en Groningers zijn een dief van hun eigen portemonnee. Wie nooit is overgestapt en nog altijd het volle pond betaalt, inclusief de meestgebruikte aanvullende polissen, betaalt bij elk van de drie zorgverzekeraars zo rond de 170 euro per maand. Ongeveer een derde van de bevolking heeft zo’n gewone, dure polis.

Wie shopt voor de zorgverzekering bespaart duizenden euro’s
Lees verder

Het kan heel gemakkelijk goedkoper, voor precies dezelfde zorg. Zo heeft een behoorlijk deel (66 procent) van de verzekerden een zogeheten collectief contract. Dat is een zorgverzekering via iemands werkgever, via de vakbond, via een andere vereniging of via de gemeentelijke sociale dienst. Voor een collectieve verzekering geldt een korting van maximaal 10 procent. De meeste mensen met een collectief contract betalen daardoor zo’n 150 euro per maand.

Het kan nóg aanzienlijk goedkoper voor dezelfde zorg. Alle zorgverzekeraars hebben goedkope merken. Zo voert De Friesland het label Zelf Bewust en Menzis heeft Anderzorg. De basisverzekering is bij iedereen hetzelfde. De aanvullende polissen zijn dan wel ietsje beperkter, en er is een tamelijk theoretisch risico dat je bij niet-gecontracteerde zorgverleners moet bijbetalen, maar dat stelt in praktijk bij deze polissen niet veel voor. Gemiddeld betalen verzekerden dan zo rond de 125 euro per maand. Voor diezelfde prijs kun je overigens ook bij meer commerciële zorgverzekeraars terecht, zoals Ditzo of Promovendum en die bieden een geheel volledig vrije zorgkeuze.

Onder de paraplu van Achmea, het concern achter De Friesland en Zilveren Kruis, hangen allerlei andere goedkope merken en daarnaast zijn er de zogenoemde budgetpolissen zoals Zekur en Univé Zorgbewust. Het nadeel van deze budgetpolissen is dat niet alle ziekenhuizen gecontracteerd zijn, en je dus voor een geplande operatie of andere behandeling goed moet checken of het ziekenhuis van je keuze wel op de lijst staat. Met aanvullende polissen kom je dan ook al snel rond de 125 euro uit.

Veel mensen gebruiken al die zorg uit de aanvullende polissen zelden of nooit. Meestal gaat het alleen om fysiotherapie, hulpmiddelen of alternatieve geneeswijzen. Het kan daarom voor normaal gezonde verzekerden geen kwaad om géén aanvullende polis te nemen. Dan kom je bij verzekeraars Anderzorg, De Friesland Zelf Bewust of Zilveren Kruis Basis Budget op minder dan 110 euro per maand. Bij Zekur zelfs onder de 100 euro maandelijks. Wie helemaal goedkoop wil, kan daarbij vrijwillig zijn eigen risico verhogen. Dan kom je het goedkoopste uit bij Anderzorg: 83 euro per maand.

Doe een rekensommetje: de verschillen zijn fors. Wie de afgelopen 10 jaar voor het volle pond verzekerd was, betaalde sindsdien 12x170x10 = 20.400 euro. Wie al die tijd jaarlijks in december shopte naar de goedkoopste verzekering, betaalde 12x85x10 = 10.200 euro. Die verzekerde heeft dus denkbeeldig tienduizend euro extra op zijn rekening staan. Wie het met iets minder eigen risico en toch vrijwel volledige aanvullende polissen deed, bespaarde in die jaren toch algauw meer dan 5.000 euro (12x125x10 = 15.000). (Tekst gaat verder onder de tabel.)

2. Toch willen we niet goedkoper

Maar tóch. Verreweg de meeste mensen interesseert het geld weinig. Een behoorlijk grote groep vindt het niet netjes om als het om zorg gaat op zoek te gaan naar de goedkoopste zorgverzekeraar. In de loop der jaren zijn tal van onderzoeken gedaan naar redenen waarom mensen níet overstappen. Het beginsel van solidariteit speelt daarbij een rol bij een minderheid, toch nog een behoorlijk grote club mensen. Een deel van de mensen vindt het gewoon niet zo’n probleem om wat meer te betalen als daarmee belangrijke zorg voor anderen wordt betaald. Dat is niet alleen vanwege de gedachte dat ze zelf ook iets kunnen krijgen dat die zorg vereist. De grote meerderheid geeft in enquêtes echter aan dat switchen vooral te veel moeite is voor een te kleine opbrengst. Zo geeft bijna 75 procent van de Nederlanders aan dat de premie toch niet of nauwelijks verandert in het nieuwe jaar. Ze vinden het gewoon niet nodig om over te stappen.

Een andere reden om niet over te stappen is telkens weer dat mensen tevreden zijn over hun huidige zorgverzekeraar. Bijna 60 procent geeft dat aan in diverse onderzoeken. Hoeveel er ook op sociale media en forums geklaagd wordt over zorgverzekeraars, telkens weer blijkt dat een ruime meerderheid het eigenlijk wel goed vindt gaan, qua service, maar ook qua kosten. Ze zien in elk geval daarin geen reden om over te stappen.

Een andere reden die veel wordt aangegeven is dat mensen ‘weinig vertrouwen’ hebben in een alternatief voor de vertrouwde zorgverzekeraar. Dat is een bijzonder argument, want de grote zorgverzekeraars in Nederland verschillen niet of nauwelijks van elkaar en bovendien: het overgrote deel van de vergoedingen is wettelijk vastgelegd. Toch geeft bijna de helft in enquêtes aan niet over te stappen omdat ze niet weten of een andere zorgverzekeraar wel even goed is qua vergoedingen en kosten.

In de diverse onderzoeken blijkt dat een kleine groep (tussen 5 en 10 procent van de verzekerden) een chronische ziekte heeft en daarom afziet van het overstappen naar een andere verzekeraar. Terwijl de andere argumenten op de keper beschouwd niet zo realistisch zijn – want álle zorgverzekeraars in Nederland zijn prima en overstappen kost niet veel moeite – is het probleem van mensen met een chronische ziekte wél een serieus punt.

Wie overstapt naar een andere zorgverzekeraar, kan problemen krijgen met de vergoeding van hulpmiddelen. Dat is bij de ene zorgverzekeraar anders geregeld dan bij de andere. Uiteindelijk worden ze vergoed, maar het kan gedoe opleveren. Soms moet je ook overstappen van het ene medicijn op het andere, omdat de zorgverzekeraars verschillende voorkeursgeneesmiddelen hebben. Ook dat blijft in praktijk meestal wel binnen de perken. Maar toch: mensen met een chronische ziekte hebben op zichzelf wel een punt. Dit betreft alleen een vrij kleine groep.

3. Winkelen loont straks minder

Voor de grote groep niet-overstappers is er positief nieuws. De komende jaren loont shoppen minder. Dat komt door een aantal kleine veranderingen in de zorgverzekeringswereld. De grote zorgverzekeraars hebben minder geld over om ‘de premiestijging te dempen’ (a), de wetgever heeft besloten dat vanaf 2020 minder korting voor collectieve contracten mag worden geboden (b), en er is de afgelopen tijd gesleuteld aan het zogeheten vereveningssysteem, dat de kosten voor ‘dure’ verzekerden eerlijk verdeelt (c).

We lopen de ontwikkelingen langs.

a) Eigen vermogens: de afgelopen jaren hebben de grote zorgverzekeraars hun vermogens gebruikt om de premies wat te verlagen. De vier grote concerns, VGZ, Achmea, CZ en Menzis, hebben allemaal vermogens opgebouwd in de jaren voor de invoering van het zorgverzekeringssysteem, en in de eerste jaren na 2006. Dat kapitaal werd de afgelopen vijf jaar ingezet om de premie minder sterk te laten oplopen. In feite verkopen de verzekeraars de premie beneden de kostprijs. Met het inzetten van die eigen vermogens konden ze ook beter de concurrentie aan met de andere zorgverzekeraars. De ene verzekeraar had meer eigen vermogen uit het verleden dan de andere.

Zo liet CZ, de grote zorgverzekeraar uit het Zuiden, een aantal jaren een lage premiestijging zien. Precies zo was Menzis een paar jaar geleden gedwongen zijn premie plots het meest te verhogen. Intussen zijn de verschillen in die eigen vermogens behoorlijk rechtgetrokken. Dat is ook te zien in de premies, die onderling vrij weinig verschillen. Kijk maar naar de kale basispremies zonder korting: VGZ kost 120,95, zilveren Kruis Achmea 126,95 en de andere twee zitten ertussenin.

b) Collectieven: de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft besloten dat vanaf 2020 er minder korting voor collectieve contracten mag komen. Nu mogen verzekeraars voor collectieve contracten (dus via de werkgever of een vereniging) een korting van 10 procent bieden. Dat wordt verlaagd naar 5 procent. Vooruitlopend daarop zijn de zorgverzekeraars nu al wat aan het afbouwen met hun collectieve contracten. Het wordt minder aantrekkelijk om met die kortingen klanten te binden en op weg daarheen zijn ze aan het voorsorteren.

De minister heeft dat bewust gedaan, op voorspraak van de Tweede Kamer. De idee is dat het aanbod aan zorgpolissen overzichtelijker wordt en dat zorgverzekeraars meer moeten concurreren door betere zorg in te kopen en aan de gezondheid van hun verzekerden te werken. ‘Als de premie eerst voor iedereen wordt verhoogd en vervolgens aan een deel van de klanten wordt teruggegeven in de vorm van een collectiviteitskorting, is het meer een sigaar uit eigen doos’, schreef minister Bruno Bruins hierover aan de verzekeraars.

c) Verevening is eerlijker: de premies voor de zorgverzekeringen worden niet alleen betaald door verzekerden zelf. Ongeveer de helft van het bedrag wordt opgehoest door de werkgevers in de vorm van een werkgeversbijdrage. Dat geld gaat niet meteen naar de verschillende verzekeraars maar komt in één pot, beheerd door de Nederlandse Zorgautoriteit. Die verdeelt dat onder de zorgverzekeraars, en daarbij gebruikt die NZa een ingewikkelde verdeelsleutel; de verevening. Het komt erop neer dat zorgverzekeraars meer geld krijgen voor klanten die meer zorg gebruiken, zoals ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Dat om te voorkomen dat zorgverzekeraars vooral ‘jonge fitte’ klanten nemen. Er is de afgelopen tijd gesleuteld aan dat vereveningssysteem, waardoor zorgverzekeraars nóg minder dan voorheen belang hebben bij het soort verzekerden dat ze hebben.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.