Boer Peter Harry Mulder is genomineerd voor de Gouden Grutto, omdat hij als een van de weinige boeren in zijn bedrijfsvoering echt rekening houdt met de natuur. Rechts zijn partner Eline Ringelberg.

‘De maatschappij wil ander soort boer’

Boer Peter Harry Mulder is genomineerd voor de Gouden Grutto, omdat hij als een van de weinige boeren in zijn bedrijfsvoering echt rekening houdt met de natuur. Rechts zijn partner Eline Ringelberg.

Veel akkervogels in Oost-Groningen zijn verdwenen. Net als ruim de helft van de boeren trouwens. Het moet anders, vindt akkerbouwer Peter Harry Mulder.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: Peter Harry Mulder (57) is géén alternatieveling. ,,Ik ben een gangbare boer. Ik gebruik kunstmest en onkruidbestrijdingsmiddelen. Maar toch kan ik resulaten laten zien waar de natuur beter van wordt’’, aldus de bouwboer aan de keukentafel van zijn tweehonderd jaar oude boerderij in Muntendam.

Kleur

Hij is de enige boer in Groningen die door de Vogelbescherming is genomineerd voor de Gouden Grutto, een publieksverkiezing voor de natuurvriendelijkste agrariër van Nederland. ,,Boeren die geen saaie akkers en stille weilanden willen, maar een kleurrijk boerenland’’, aldus de initiatiefnemers.

Mulder is ook een van de weinige akkerbouwers die in de race is,,Het is vooral een weidevogelfeestje met veel melkveehouders’’, weet hij. Wel mooi hoor, dat hij is geselecteerd. ,,Er moet nodig iets worden gedaan voor de akkervogels. Die zijn onderbelicht.’’

Lampje

De hoeve Kloosterplaats nam hij in 1983 over van zijn vader. Zijn bouwplan voor de 70 hectare lijkt op dat van veel collega’s: de helft aardappelen, 11 procent bieten en 39 procent granen.

Maar er zijn ook grote verschillen. Vogelliefhebber Mulder houdt bij zijn bedrijfsvoering al jaren rekening met de natuur. Zo weet hij veel van de flora en fauna in stand te houden die elders op het platteland meestal met een lampje moeten worden gezocht.

Hoe? Door zijn areaal met eenvoudige maatregelen iets anders in te richten en hier en daar ruimte te maken voor lapjes natuur. Zoals akkerranden, wintervoedselveldjes en natuurlijk ingerichte overhoekjes. De resultaten mogen er zijn. Terwijl de patrijs overal in de streek met een vergrootglas gezocht moet worden, had Mulder in 2015 vier paar met jongen. De steeds schaarsere veldleeuwerik, door veel dichters bezongen als ultieme voorjaarsbode, jubelt nog steeds boven de akkers van de boer.

Subsidie

Ook allerlei andere dieren profiteren van de strookjes groen, die vaak met de nodige subsidie aangelegd kunnen worden. En op die dieren komen vervolgens weer roofvogels af, zoals de zeldzame grauwe en blauwe kiekendieven en velduilen.

Mulder houdt weliswaar van vogels, maar niet van insectenplagen. En wat blijkt? De nieuwe natuur helpt om de overlast van plaagdieren zoals luizen te verminderen. Met 5 procent natuurlijke begroeiing is er al resultaat.

loading  

,,Het werkt. Ik heb al vier jaar niet meer tegen bladluizen gespoten. Daarom pleit ik ook altijd voor meer struiken in de akkerbouwgebieden. Behalve vogels profiteren ook bepaalde insecten, die vervolgens een rol spelen in de natuurlijke plaagbestrijding. Minder landbouwgif betekent meer insectenvoer voor akkervogels en een gezonder bodemleven. Daardoor krijg je een gezonder gewas.’’

Wondermiddel

Toegegeven, zegt Mulder, het is geen wondermiddel. Tegen de gevreesde phytophthora-schimmel in de aardappels moet hij blijven spuiten bij een dreigende infectie. ,,Anders riskeer je een gehalveerde opbrengst.’’

,,Wat heeft die enorme schaalvergroting ons nou gebracht? Steeds maar grotere bedrijven, die weinig meer hebben gedaan dan de inkomens op peil houden. Bovendien zie je dat de productie tegenvalt na veertig jaar intensieve akkerbouw. Inkomsten staan onder druk, ook doordat subsidie wordt afgebouwd. En burgers maken zich grote zorgen over de manier waarop het platteland wordt uitgekleed. En over de wijze waarop voedsel wordt geproduceerd.’’

loading

Succes

Aangestoken door het succes, zoekt de Muntendammer samenwerking met anderen: de Werkgroep Grauwe Kiekendief, de gemeente, het waterschap. En vrijwilligers, die actief zijn in de door hem opgerichte werkgroep Boerenbuitengebied. Vooral de zeldzame kiekendieven die boven zijn akkers jagen, brengen hem in vervoering. ,,Ze waren bijna uitgestorven, maar ze zijn weer terug. En dat hebben we met zijn allen gedaan: boeren, beschermers en vrijwilligers.’’

Om te laten zien wat hij bedoelt, rijdt hij met zijn bezoekers naar een overhoekje bij zijn landerijen. Een snippertje groen op een oude zandkop die resteerde na de ruilverkaveling. Ingericht met grasland en her en der struiken. Meidoorns blijken magneten voor vogels in het verder desolate akkerland. ,,Soms zien de struiken geel van de geelgorzen’’, zegt de natuurboer tevreden. ,,Het is een paradijsje, een van de mooiste vogelgebiedjes van Groningen.’’

Rode lijst

Hij hoopt op de komst van de grauwe klauwier, een klein rovertje dat zijn prooien op doorns spietst.

,,Boeren kunnen het niet alleen. We hebben hulp nodig van vrijwilligers. Samen kun je iets moois maken. We moeten de landbouw weer verbinden met de maatschappij. Niet iedereen heeft natuurlijk dezelfde hobby als ik. Maar boeren kunnen wel dit trucje toepassen. Ik denk dat velen uiteindelijk wel overstag moeten. Als ze zo doorgaan, komen ze zelf ook op de rode lijst met bijna uitgestorven soorten.’’

loading

Lastig

Hoe reageren zijn collega’s op de nieuwe paden die hij is ingeslagen? ,,Het is lastig. Ik vertel er veel over, maar ze leggen zich niet vast. Boeren zijn wat kopschuw gemaakt. De regelgeving is niet motiverend om mee te doen.’’

Wederzijdse vooroordelen maken het ook niet eenvoudiger, verzucht Mulder. ,,De boer heeft geen verstand van de natuur. En natuurorganisaties hebben geen verstand van het boerenvak. Er is zoveel gebrek aan kennis over en weer. Dat moet echt anders. De maatschappij wil een ander soort boer. Een boer die de natuur voor zich laat werken. Dat kun je niet blijven negeren.’’

loading  

menu