‘Het antwoord ligt misschien al ergens, en ik heb het niet’

Jolanda Jager-Smit met haar familie in ’t Zandt. Foto: Jan Zeeman

On hold. Die twee miezerige woordjes houden Jolanda Jager-Smit uit ‘t Zandt al dagen bezig. En Harrie van Til uit Ten Post zit al maanden te wachten op de taxateur die maar niet komt. Twee verhalen over de vertraging van de versterkingsoperatie in het gaswinningsgebied in Groningen.

Ze woont met haar gezin in het allerlaatste huisje van de Vinkenstraat, aan de rand van het dorp. Uitzicht op de landerijen heeft ze en, in de verte, op de Eemshaven. Een arbeidershuisje uit 1934 is het, net zoals de andere huizen in de straat, lieflijk, vrijstaand en gemaakt van rode stenen.

Aardbevingsschade?

„Uiteraard”, zegt Jolanda Jager-Smit. „Dit is ‘t Zandt. Ik denk dat alle huizen hier schade hebben.”

Op 5 december vorig jaar kwamen de inspecteurs controleren of haar huis bestand is tegen de zware aardbevingen die misschien nog komen. De uitslag zou een jaar op zich laten wachten, temperde het Centrum Veilig Wonen (CVW) haar verwachtingen alvast. Deze week, als gevolg van de beslissing van minister Eric Wiebes om de gaswinning versneld te stoppen, hoorde ze van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) dat de bouwkundige check van haar woning on hold staat.

On hold. Twee miezerige woordjes zijn het, en ze houden haar al dagen bezig. Kan het zijn, misschien, dat de technici die haar huis vijf maanden terug inspecteerden, al wat eerste berekeningen hebben gedaan? Dat er, ergens op een bureau of harde schijf, al wat voorlopige bevindingen te vinden zijn?

Ze informeerde bij het technische bureau dat de inspectie had uitgevoerd. Verder dan de receptioniste kwam ze niet. Kort daarop plofte er een mail van het CVW in haar inbox. De boodschap: het was niet de bedoeling dat ze rechtstreeks contact met de bouwkundigen zocht. Frustrerend, vindt ze. „Het antwoord ligt misschien al ergens, en ik heb het niet. Ik vind dat ik recht op die informatie heb. Het gaat om mijn woning. Ik vertoef daar.”

Machteloosheid, dat is het. Net als zovele Groningers is Jager-Smit overgeleverd aan de nukken van de overheid en de NAM. „Een ander beslist over jouw woning”, zegt ze. „Je hebt zelf het laatste woord, wordt steeds gezegd, maar je hebt niets in te brengen. Het is eenrichtingsverkeer.”

Antwoorden zijn broodnodig, aldus Jager-Smit. Want ja, wat moet ze met haar huis? Twintig jaar woont ze er nu, en ze zat midden in een verbouwing toen de omvang van de versterkingsoperatie duidelijk werd. Toen heeft ze de boel maar stilgelegd. En nu, terwijl de minister, de lokale politici en hordes ambtenaren over de toekomst van Groningen steggelen, kachelt de staat van haar huis langzaam achteruit. Maar ja, wat moet ze doen? Braaf gaan schilderen terwijl de kozijnen over twee jaar misschien wel bij het grof vuil belanden?

Nog meer dan over haar eigen huis maakt ze zich zorgen om ‘t Zandt, het dorp waar ze, op een kort uitstapje naar Uithuizermeeden na, al heel haar leven woont. Wat is er straks, na de versterking in deze tijd van krimp, van het plaatsje over? „Voor zover ik weet gaan alle particuliere woningen die al zijn geïnspecteerd plat”, vertelt ze. „Dat is nogal een schokkende conclusie.”

Ze vreest bovendien voor al die beeldbepalende huizen aan de Hoofdstraat, menigeen in handen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij, die zo karakteristiek zijn voor ‘t dorp. Ze lijken op elkaar en toch zijn ze allemaal net even anders. „Het dorpsbelang en individuele belangen zitten elkaar in de weg”, zegt ze. „Sommige mensen willen graag nieuwbouw. Dan kan ik wel roepen dat dat zonde is, maar de eigenaar beslist, dat snap ik ook.”

De dorpsbewoners hebben zich onlangs verenigd in een klankbordgroep. Of het zal helpen, weet ze niet. „We zitten nu af en toe met de gemeente en de NCG om tafel. Maar meebeslissen mogen we niet. We moeten maar afwachten wat er met onze inbreng gebeurt.”

 

‘Na twee maanden zitten we al op twee maanden vertraging’

Harrie van Til uit Ten Post schrok toen de omvang van de versterkingsoperatie in het gaswinningsgebied plots ter discussie stond. Was hij net met pijn en moeite gewend aan het idee dat zijn woning plat zou worden gegooid, ging heel die sloop misschien toch niet door.

„Dat was een rare gewaarwording”, blikt Van Til terug. „Toen ik hoorde dat ons huis moest worden gesloopt, werd de vloer onder me vandaag geslagen. Maar ja, langzaam went het. En dan, net als je de knop hebt omgezet en de rust enigszins is teruggekeerd, hoor je dat alles misschien niet doorgaat! Het klinkt misschien raar, maar ik kon daar niet aan wennen.”

Die onzekerheid was voor Van Til en zijn vrouw Annet Wilkens snel voorbij. De versterking bij hen gaat door, hun huis - een twee-onder-een-kapper uit 1976 - gaat plat.

Vragen heeft hij nog wel en veel ook. „Welke projectontwikkelaar wordt het? En welk bouwbedrijf? En wanneer gaat dit alles gebeuren?” Antwoorden zijn er nog steeds niet, zegt Van Til, en de communicatie met de Nationaal Coördinator Groningen verloopt moeizaam.

Officieel is het traject in maart gestart. „Een jaar voorbereidingstijd, werd ons verteld. Een jaar om de financiën te regelen, bouwplannen te maken, et cetera. Maar nu, na twee maanden, zitten we al op twee maanden vertraging. De eerste stap is dat ons huis wordt getaxeerd maar er zijn niet genoeg taxateurs. Dus we wachten nog.”

Inwoners van het dorp weten elkaar te vinden, zegt Van Til. De bewoners van de 26 huizen die worden gesloopt, overleggen samen over wat ze graag willen. Welk type huizen, energiezuinig natuurlijk en, wat Van Til betreft, gasloos. „Er is een Platform Ten Post opgericht en binnenkort vergadert Dorpsbelangen over we graag willen dat Ten Post er straks uit komt te zien.”

Hij en zijn vrouw verkeren nog in een relatief goede positie, realiseert Van Til zich. „Wat als je zeventig bent als je dit allemaal voor je kiezen krijgt? Dan ben je tachtig als het achter de rug is!”

 

menu