‘Meisjes worden niet vaker gepest dan jongens, maar wel vaker in een andere vorm’

Een scholiere pest een schoolgenootje en filmt dit met een smartphone. foto: archief DvhN/ANP XTRA

Volgens nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek worden meisjes tussen de 15 en 18 jaar online bijna twee keer zo vaak gepest als jongens van dezelfde leeftijd.

Hoogleraar sociologie René Veenstra zet daar zijn kanttekeningen bij. „Meisjes worden niet vaker gepest dan jongens, maar wel vaker in een andere vorm.”

Verschillende vormen van pesten

„Jongens zijn vaker slachtoffer van fysiek pesten, van het duw- en trekwerk”, zegt Veenstra. Hij bestudeerd het onderwerp voor de Rijksuniversiteit Groningen.

„Meisejs zijn daarentegen veel vaker slachtoffer van relationeel pesten: een indirecte manier van pesten waarbij ze bijvoorbeeld buiten de sociale groep worden gesloten”, licht Veenstra toe.

Internet als sociale ontmoetingsplek

Volgens Veenstra biedt de manier waarop meiden en jongens het internet gebruiken een verklaring voor het feit dat meiden bijna twee keer zo vaak online worden gepest als jongens.

„Sowieso zitten meisjes online veel meer te babbelen, terwijl jongens gamen. Meiden krijgen eerder te maken met discussies of gesprekken die uit de hand lopen. Ze zijn meer bezig met relationele aspecten, waardoor relationeel pesten ook sneller voor kan komen.”

Aantal gepesten verminderd niet

Volgens het CBS is het totaal aantal online gepeste mensen sinds 2012 nauwelijks verminderd. In totaal gaat het in Nederland om ongeveer 400 duizend mensen. De groep van 15 tot 18-jarigen is daarbij het vaakst slachtoffer.

„Als ik als expert een samenvatting van de afgelopen vier jaar moet geven, zeg ik dat er juist veel is veranderd”, zegt Veenstra. „Er is een enorme bewustwording ontstaan rond zowel de korte- als langetermijn gevolgen van pesten.”

Pestprogramma’s halveren pestgedrag

De bewustwording die de afgelopen vier jaar is ontstaan, heeft geleid tot de inzet van effectieve pestprogramma’s op scholen. „Vooral op basisscholen is een enorme stijging in het gebruik van die programma’s te zien”, zegt Veenstra.

„Sommige pestprogramma’s zijn zo goed dat ze het probleem op scholen halveren”, licht Veenstra toe. „Maar een programma op zich doet niets als het niet goed wordt uitgevoerd. Die verantwoordelijkheid ligt bij de leraar.”

Het pestprogramma als stofzuiger

„Je kunt een pestprogramma vergelijken met een stofzuiger”, zegt Veenstra. „Als je een nieuwe stofzuiger koopt, kan die je enorm helpen je huis schoon te houden. Maar het is niet zo dat je na een keer stofzuigen voor de rest van het jaar klaar bent. Je moet het regelmatig bijhouden.”

Om het huis helemaal schoon te krijgen, moet je ook in de hoekjes zuigen. „Dat geldt voor pestprogramma’s ook. Kinderen zullen niet vlak voor je neus iemand pesten. Ze zullen daar bezig zijn waar ze denken niet betrapt te worden. Als leraar moet je dus constant je antennes uitzetten en waakzaam zijn.”

Leraar moet blijven opletten

Hoe pestgedrag het beste aangepakt kan worden? „Door te zorgen dat je beter inzicht krijgt in de sociale relaties in een klas”, zegt Veenstra. „Zijn er spanningen in de klas? Wie valt er buiten de boot? Wie heeft de leiding? Hoe zijn onderlinge relaties?”

Als de leraar weet wat er in zijn klas speelt, wordt pesten sneller gesignaleerd. „Dat geldt ook voor online pesten, want dat is vaak een voortzetting van wat offline al gebeurt.”

menu