Uitzicht op de 'kamers' van de vluchtelingen in de noodopvang van Kolham. FOTO ARCHIEF JAN ZEEMAN

‘Te veel mensen ademen hier dezelfde lucht’

Uitzicht op de 'kamers' van de vluchtelingen in de noodopvang van Kolham. FOTO ARCHIEF JAN ZEEMAN

Op bedrijvenpark Rengers in Kolham wachten honderden vluchtelingen in de noodopvang al maanden op een betere woonplek. Het plaatselijke bushokje fungeert als toevluchtsoord.

Met ferme pas en een beetje gehaast loopt hij weg bij het bedrijfspand. Diep weggekropen in de kraag van z’n jas, een donkere muts tot over de oren getrokken. Eenmaal om de hoek op de Rengerslaan worden z’n passen rustiger. Hij ademt een paar keer diep in en uit, neemt plaats in het bushokje en steekt een sigaret op.

De bus? Nee, daar komt hij niet voor. In het Engels vertelt de man dat hij hier rust zoekt. Rust? In dit glazen hokje aan de rand van bedrijvenpark Rengers waar af en aan auto’s en vrachtwagens voorbij suizen? Alles beter dan het lawaai binnen bij de opvanglocatie voor vluchtelingen, vertelt de Syriër: ,, I’m here to clear my mind ’’, verklaart hij.

Langdurig verblijf in pand voor korte opvang

Mohammed (32) ontvluchtte vorig jaar zijn land. Hij moest in het leger, maar weigerde. Na een lange reis arriveerde hij vier maanden geleden in de noodopvang van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Kolham.

Het sober ingerichte bedrijfspand is bedoeld voor een korte, eerste opvang van nieuwe vluchtelingen. Maar door de enorme stroom asielzoekers stokt de doorstroom naar azc’s, die beter geschikt zijn voor een langer verblijf. Een groot deel van de ruim driehonderd bewoners van de voormalige assemblagefabriek aan de rand van het bedrijvenpark verblijft hier al sinds de opening in november.

Zeina en Tarek voegen zich bij hun vriend Mohammed in het bushokje. Zeina (33) werkte jaren als tolk op de Canadeese ambassade in Syrië. De ambassade ging dicht, ze zat zonder werk en haar broer werd gearresteerd omdat hij zich tegen het regime keerde. ,,En nu zit ik hier’’, verzucht de jonge vrouw. ,,We verwachtten echt geen luxe villa’s. Maar dit is wel heel erg.’’ Al maanden slaapt ze met zeven andere vrouwen in een kaal klein hok. Vier stapelbedden en acht smalle ijzeren kledingkasten. Een gordijn als deur. ,,Ik kan niet eens zitten, want ik heb een bovenbed.’’

loading  

‘Dit is geen hotel’

De grote hoge fabriekshal is opgedeeld in hokjes. Dunne wandjes, geen plafonds, de privacy is ver te zoeken. Een huilend kind is te horen in alle ‘kamers’. ,,We hebben vier- of achtpersoons kamers en een ruimte met zestien slaapplekken’’, zegt Hendrik Gerringa, programmaleider van het COA. ,,Noodopvang is voor nood’’, verklaart hij de grote soberheid. ,,Dit is geen hotel’’, voegt collega Jeroen Fissering toe met gevoel voor understatement. ,,En dan hoor je nog Nederlanders klagen dat asielzoekers het veel te goed hebben.’’

Bed, bad (in dit geval douche) en brood. Prima te doen voor een paar dagen of weken. Maar na maanden breekt het veel bewoners op. In Kolham verblijven vooral Syriërs en Eritrëers, die vaak gebukt gaan onder een trauma door oorlogservaringen in hun thuisland. ,,Van sommigen wil je niet weten wat ze hebben meegemaakt’’, merkt Gerringa op. ,,Je kent de beelden van de tv, weet waar ze vandaan komen. I r e st my case .’’

In de hal spreekt een man in een Arabische taal op boze toon tegen het personeel. Hij schopt tegen de toegangsdeur en straalt een en al onvrede uit. ,,Overgeplaatst uit Groningen. Tegen zijn zin’’, verklaart Gerringa. Om excessen uit te bannen is het beleid: wie herrie schopt, wordt elders ondergebracht. De COA-medewerker gaat op zoek naar een ‘tolk’ - een tweetalige medebewoner - in een poging een goed gesprek met de man te hebben. Echt onder de indruk lijkt Gerringa niet. ,,Klagers heb je overal. Je moet deze locatie zien als een kleine maatschappij op zich. Met leuke en minder leuke mensen.’’

loading  

Breien om de tijd door te komen

De bewoners ondergaan hun lot doorgaans gelaten. De meesten proberen er het beste van te maken. Aan de tafeltjes in de eetzaal pal naast het slaapgedeelte zitten en hangen bewoners. Een beetje kletsen, een spelletje spelen met kinderen. De meesten zijn druk in de weer met hun smartphone, de enige manier om contact te houden met het thuisfront. Gelukkig is er Wifi. Bezoekers worden vriendelijk begroet en sommige bewoners maken grapjes met het personeel. Om toch maar iets omhanden te hebben in de lange dagen van ledigheid heeft een groep zich op het breien gestort. Zelfs een enkele man is met breinaalden en wol in de weer.

Ook van het biljart, de pingpong- en voetbaltafels op de bovenverdieping wordt gretig gebruik gemaakt. Alles onder toeziend oog van een beveiliger. Gerringa: ,,Sport verbroedert, maar het gaat ook wel eens mis.’’ In de kale ruimte staan ook banken rondom een paar televisies. In een van de zithoeken volgt een groep jongeren een bijbelles. ,,Ik ben christen’’, zegt Hossein uit Iran. Het is een van de redenen waarom de prof-volleyballer zijn thuisland is ontvlucht. ,,Ik mocht mij niet meer politiek uitlaten in de media.’’ Zes maanden zit hij al in Kolham. Volgende week hoopt hij in de asielprocedure te worden opgenomen. Hij droomt van een volleybalcarrière in Nederland.

loading  

‘Hier is geen dag hetzelfde’

De sfeer lijkt gemoedelijk, maar de medewerkers van het COA zijn altijd op hun hoede, zo blijkt als er een opstootje is in een gang rond de slaapcabines. Gewaarschuwd via de portofoon zijn ze binnen een mum van tijd met een man of acht ter plekke. Medebewoners stromen toe. Het personeel haalt de ruziemakers uit elkaar. Een van hen lag te slapen en ergerde zich aan het pingpongen van de ander. Gerringa vraagt de pingponger naar de speelruimte boven te gaan. Voor de man die wil slapen haalt hij oorplugjes. ,,Mooi werk’’, zegt hij over zijn baan. Hij werkt al 23 jaar voor het COA. Met veel plezier, ook nu de situatie verre van ideaal is. ,,Ik werk graag met mensen. En hier is geen dag hetzelfde.’’

Het lijkt een wonder dat het in deze lange maanden vol soberheid en zonder privacy nog maar één keer goed mis is gegaan. In februari gingen volgens de politie tientallen vluchtelingen met elkaar op de vuist bij de noodopvang. Maar voordat de hulpdiensten ter plekke waren, had het personeel de ruzie al gesmoord. ,,Ook toen kwamen er veel medebewoners op af, waardoor het al gauw heel massaal lijkt’’, zegt Gerringa. Vier bewoners werden uit voorzorg overgeplaatst naar andere opvanglocaties.

,,Er zijn vaker ruzietjes’’, zegt Zeina. ,,Dat kan ook niet anders. Te veel mensen ademen hier dezelfde lucht.’’ Ze gaat zo weer met haar vrienden naar buiten. Even weg van de herrie. ,,We zitten zeker tien keer op een dag in het bushokje.’’

Zie ook ons dossier over vluchtelingen.

menu