5200 leerlingen onvindbaar door coronacrisis, druk op speciaal onderwijs groeit

Lege klassen. Foto: ANP

Rond de 5200 leerlingen zijn door de coronacrisis onvindbaar en per school zitten er gemiddeld 14 kwetsbare leerlingen thuis. Hoe langer de crisis aanhoudt hoe meer de druk op vooral het speciaal onderwijs toeneemt om passende opvang voor deze leerlingen te vinden, concludeert Wim Ludeke, voorzitter van het Landelijk Expertise Centrum Speciaal Onderwijs (LESCO).

Bellen, mailen, appen, langsgaan of het bezorgen van brieven in het Nederlands, Turks of Arabisch. Het heeft allemaal geen zin bij de ongeveer 5200 onvindbare leerlingen in Nederland. Sinds de scholen dicht zijn, lukt het bijna twintig procent van de scholen niet om contact te krijgen met gemiddeld vier leerlingen, concludeert de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) na een onderzoek onder 968 schoolleiders in het (speciaal) basis- en voortgezet onderwijs.

Op heel wat scholen worden al kwetsbare leerlingen opgevangen. Gemiddeld gaat het dan om vier leerlingen in een moeilijke positie, naast elf leerlingen van wie de ouders een vitaal beroep hebben. Vooral het speciaal onderwijs ziet dat er een steeds groter beroep op hen gedaan wordt hoe langer de crisis duurt, stelt Ludeke. ,,Sommige leerlingen zijn nu nog onvindbaar. Maar er is bijvoorbeeld ook een grote groep leerlingen die geweldig veel baat heeft bij een goede dagstructuur. De frustratie daarover kan leiden tot vastlopende gezinnen. Dat kan zowel aan de leerlingen als aan de thuissituatie liggen. Daardoor kunnen leerlingen echter niet goed meekomen in het thuisonderwijs.”

Daarmee groeien de dilemma’s. Ludeke: ,,Voor sommige scholen is de deuren openen een logische consequentie van de grote betrokkenheid in het speciaal onderwijs. Andere scholen willen meer rekening houden met de veiligheid van leerlingen en docenten en zijn gereserveerder.”

Samenwerking gaat beter

Schoolleiders spelen een belangrijke rol bij het signaleren en aanpakken van problemen in gezinnen, stelt het AVS. Maar het uitvoeren van de leerplicht en de verantwoordelijkheid voor goede opvang tijdens deze crisis, liggen in eerste instantie bij lokale autoriteiten (veelal gemeenten) en niet bij de school. 83 procent van de schoolleiders stelt dat er inmiddels wel goed wordt samengewerkt met lokale autoriteiten hierin.

Astrid Berendsen, bestuursvoorzitter van de stichting De Onderwijsspecialisten, dat bestaat uit 25 scholen in het speciaal onderwijs, heeft inmiddels een goed beeld van de leerlingen waar geen contact mee is. ,,We hebben over het algemeen juist meer contact met ouders dan we regulier zouden hebben. Ik heb de directeuren gevraagd bij te houden welke leerlingen daarbij nu uit beeld zijn.”

,,Vooral bij deze gezinnen wil je toch even achter de voordeur komen.  Maar als school hebben we voornamelijk een signalerende functie. De leerplicht ligt bij de gemeente, waar we goed mee samenwerken. Alle scholen zijn nu bezig met de vraag hoe je dit organiseert”, aldus Berendsen.

Leerachterstanden

Dat de werkdruk op scholen groeit, blijkt ook uit de enquête van AVS, waarin driekwart van de schoolleiders spreekt over een hogere druk. Dat is ook één van de redenen dat Berendsen momenteel nog niet te veel bezig wil zijn met eventuele leerachterstanden. ,,Dat geeft alleen maar extra druk bij personeel en leerlingen, terwijl we er nu met zijn allen voor moeten zorgen dat we de kwetsbare leerlingen in beeld hebben en houden. Zowel leerlingen als mijn personeel wil ik het liefst veilig en rustig door de crisis heen loodsen. Daarna kunnen we gaan reflecteren op eventuele achterstanden.”

menu