Olaf Vos, Gronings streektaalconsulent: ,,Het dialect verandert, dat moet je accepteren.''

Jeugd verruilt dialect voor straattaal: van 'Moi siepels' naar 'A sabie fawaka Tammo?'

Olaf Vos, Gronings streektaalconsulent: ,,Het dialect verandert, dat moet je accepteren.'' Foto: Anita Meis

Bartje weigert te bidden veur brune bonen . Hij zegt het in de taal die thuis gesproken wordt: Drents. Maar zo klinkt 1935. Dialect gaat eruit. De zonen van de 21ste eeuw praten Nederlands en gaan zelfs een stapje verder: A sabie fawaka Tammo?

Alles begint met taal. De mens is een uniek specimen dat zich bedient van het gesproken woord. Samenwerking is een mechanisme, een voorwaarde, om te overleven en dat lukt alleen als er gecommuniceerd wordt. Doe jij dit, dan doe ik dat.

In het verlengde ervan draagt taal bij aan lokale identiteit en sociale cohesie. Ook en misschien vooral in de moderne tijd. De wereld is een global village en als reactie koesteren mensen de eigenheid. Edoch: een van de pijlers daarvan, de eigen taal, het dialect, verdwijnt langzaam. Jongeren spreken het steeds minder.

‘Ewa opa?’

Hoe langzaam is onduidelijk. Gedegen onderzoek en betrouwbare cijfers ontbreken. De ervaring is echter dat de jeugd van de 21ste eeuw overwegend Nederlands spreekt en steeds meer Engels, of de taal van de straat. Met als gevolg dat kleinkind en opa elkaar niet meer verstaan.

,, Ewa opa ?’’

,, Wat zegst doe ?’’

Het boek waarin Bartje niet voor bruine bonen wil bidden stamt uit 1935. Schrijver Anne de Vries verwerkt in de roman gebeurtenissen en omstandigheden die hij in zijn jeugd om zich heen zag. Hoewel de hoofdpersoon zich verzet tegen het lot, de omgeving, spreekt hij nog wel de taal van zijn ouders.

Klare taal

Zoals moeder Riekie, die vader Albert bijstaat om de jongen tot de orde te roepen: ,, Ie bint jà een wild dier geliek! Zoek dan maar een ander huus op, heur! Wij willen zo’n stiefkop niet meer hebben .’’

Klare taal.

Subtiel is anders, maar zo klonk het tot zeg ver in de tweede helft van de twintigste eeuw in veel huishoudens. Kinderen leerden Nederlands op school, en thuis en op straat spraken ze dialect, zoals Drents of Gronings.

Jan Germs, tot 2019 directeur van Huus van de Taol in Beilen, maakte de kentering mee, vertelt hij op 11 april 2018 in het artikel ‘Het Drents is springlevend’ in dagblad Trouw . Toen hij in 1975 leraar werd op een basisschool in Gasselte, sprak driekwart van de kinderen onderling Drents. Bij zijn afscheid in 2002 nog geen 10 procent.

Grotere woordenschat

Want de mens dacht vanaf 1960, aldus Germs, dat eentaligheid beter was. De streektaal, die klonk boers, achterlijk. Wie verder wilde komen in het leven bediende zich van het Algemeen Beschaafd Nederlands. Opmerkelijk, want het tegendeel is waar. Kinderen die tweetalig worden opgevoed hebben onder meer een grotere woordenschat en kunnen zich beter inleven in anderen.

De opkomst van de televisie speelde eveneens een rol, zegt Arja Olthof (38), sinds augustus vorig jaar streektaalfunctionaris bij Huus van de Taol: ,,Ineens klonk achter de voordeur Nederlands.’’

Moeilijke doelgroep

Ook zij vindt het lastig te zeggen hoe snel het dialect bij jongeren verdwijnt. ,,Het is een van de moeilijkste doelgroepen om te bereiken. Ze zijn er zelf ook nog niet uit. Dan vraag je iemand of hij de streektaal beheerst en dan is het ‘nee’ en vervolgens draait-ie zich om naar de buurman en praat in het Drents verder.’’

Dat Nederland sinds de jaren negentig drie regionale talen erkent − Fries, Nedersaksisch (waartoe Gronings en Drents behoren) en Limburgs − is mooi, maar slechts symbolisch. Het rijk trekt er geen extra geld voor uit, dat moeten de provincies doen.

New Kids

De verdwijning is derhalve onomkeerbaar, al gaat die langzaam en in golven. Het Gronings kent met zangers en liedjesmakers als Marlene Bakker, Jan Henk de Groot, Bert Hadders en Harry Niehof een stabiele scene. In de tv-serie New Kids , over hangjongeren in Noord-Brabant, klinkt dialect. En Daniël Lohues maakte de slag naar de landelijke theaters en praat in talkshows in zijn moerstaal.

‘Moi siepels’

Het Trouw -artikel met Germs verscheen ten tijde van een opleving van het Drents. Olthof merkt dat het in de provincie nog niet weg is. ,,Dan kom ik bij een keet in Hollandscheveld en dan staat er op de deur: ‘Moi siepels’. En binnen aan de muur hangt de kreet: ‘Hier kun je Drents praoten.’ Het zijn kleine dingen, zij het vooral in ruraal gebied. Sociale media leveren ook een positieve bijdrage.’’

De Maastrichtse hoogleraar Leonie Cornips van het Meertens Instituut voor Taalvariatie onderschrijft in Trouw de observatie van Olthof: ,,Jongeren appen tegenwoordig in dialect, maar er zijn ook veel Facebook-pagina’s die zich richten op de regio. Dialect krijgt een hip karakter zodra het, zoals nu, ook steeds meer op Instagram verschijnt.’’

SUNS Europe Songfestival

Het hielp ook, aldus Olthof, dat Leon Moorman eind vorig jaar met het nummer Knooin de publieksprijs won op het SUNS Europe Songfestival voor Minderheidstalen. ,,Je hebt types nodig die de streektaal een smoel geven.’’

Olaf Vos (48) doet dat eveneens. Hij is streektaalconsulent bij het Centrum Groninger Taal & Cultuur en rapt en zingt in het dialect. Eerst bij de Bond tegen Harries, daarna solo en in VanDeStraat050.

Hij vindt het tegenvallen, het dialectgebruik bij jongeren. ,,We zitten echter in een wat vreemde fase. Ze willen het denk ik best leren, maar de ouders spreken het niet meer.’’

Recht voor de raap

Vos geeft wiskunde op scholengemeenschap Ubbo Emmius in Winschoten. Zijn vader en moeder spraken Gronings met elkaar, maar niet met hem, dus leerde hij het op straat. Wat aanspreekt is dat het dialect de regionale identiteit verklankt: ,,Het is een eerlijke taal, recht voor de raap, zonder ruis. Er zijn niet veel woorden met een bijbetekenis.’’

Hoewel de verdwijning volgens Olthof niet is te stoppen, blijft het zaak om te proberen het dialect te behouden. ,,Het bepaalt mede de identiteit, het verhaal van een streek. Als we moeite doen voor oude gebouwen, dan moeten we dat ook doen voor het dialect. Het is geen tastbaar erfgoed, maar het is wel erfgoed.’’

Speulenderwies

Huus van de Taol is derhalve een vraagbaak voor het Drents, biedt onder meer een literatuuroverzicht, verzorgt cursussen en voor de basisscholen is er de website www.wiesneus.nl, waarmee kinderen ‘ speulenderwies ’ de streektaal leren.

,,Als er voorgelezen wordt in de Meertmaond Dialectmaond, zijn we aanwezig op 80 procent van de scholen in Drenthe. We willen ook richting voortgezet onderwijs en beginnen binnenkort met een workshopserie voor de pabo. En toevallig is er een docent van het praktijkonderwijs in Hoogeveen die zijn leerlingen met de streektaal in aanraking wil brengen.’’

‘Het is wat het is’

Het Centrum Groninger Taal & Cultuur is verder met de plannen voor de middelbare school. Vos begint in november met lessen Gronings voor de eerste en tweede klassen van zijn Ubbo Emmius. Een uur per week en op vrijwillige basis.

Wat de verdwijning mede bevordert is dat taal, dus ook dialecten, voortdurend in beweging zijn, vervagen, of opgaan in het Nederlands. Het heeft, aldus Vos, ook geen zin om de purist uit te hangen. Vos: ,,Ik denk dat we de veranderingen moeten accepteren. Ook het Nederlands verengelst en er sluipt steeds meer straattaal in. Het is wat het is en het is zelfs leuk daarmee te spelen. Ik heb een nummer gedaan met de band Westkantstad en daarin zong ik: A sabie fawaka Tammo ? Straattaal voor: Hou wordt nou den Tammo ?’’

menu