Tanja Luchtenberg vindt het vreselijk dat de Renneflat wordt gesloopt. ,,Ik ben verliefd op dit huis.’’ Foto: Harry Tielman

Abrupt afscheid van de Renneflat: ‘We kunnen ons voorstellen dat u schrikt’

Tanja Luchtenberg vindt het vreselijk dat de Renneflat wordt gesloopt. ,,Ik ben verliefd op dit huis.’’ Foto: Harry Tielman

De Renneflat in Stadskanaal wordt gesloopt. Bewoners hebben gemengde gevoelens. ,,Ze hadden het net een beetje rustig hier. En nu dit.’’

Die vogels! Zo prachtig! Tanja Luchtenberg komt graag tot rust in haar appartement in de Renneflat in Stadskanaal. Dekentje over de benen, hondje tegen zich aan, blik op de bomen en oren gespitst op het gekwetter.

,,Ik ben verliefd op dit huis.’’

Luchtenberg is haar rust kwijt. Sinds vorige week weet ze dat haar flat tegen de vlakte gaat en draait haar hoofd overuren. Ze slaapt niet meer en is maar vast begonnen met inpakken. ‘s Nachts sleept ze met bananendozen in een poging wat grip op de situatie te krijgen. Haar eerste kast is al leeg.

Grauwe galerijen

De benedenburen horen haar in die late uren stommelen. Dat kan niet missen, de Renne is gehorig. De flat met negentig appartementen aan de rand van het Pagedal is verouderd. Hij is begin jaren zeventig gebouwd als blikvanger, samen met de vergelijkbare flat aan de Achterstekamp. De burgemeester woonde er, maar Stadskanaal heeft de flat nooit omarmd. Mensen wilden er pas wonen toen de huurprijs daalde .

Al jaren kwijnt de Renneflat weg. De Achterstekamp heeft nog dubbel glas gekregen, de Renne niet. Grauwe galerijen vol spinnenwebben, enkele ramen waar de kit vanaf springt en permanent gesloten verschoten gordijnen getuigen dat de buitenwereld weinig naar deze plek omkijkt.

De bomen en de vogels in het Pagedal deert dat niet. Het uitzicht en het gezang zijn nog even mooi als bij de bouw. Tot vorige week dinsdag deerde het Tanja Luchtenberg ook niet. Na haar scheiding heeft ze hier een fijn eigen plekje gevonden. Wat mensen ook zeiden over de flat: zij was blij met de ruimte, het licht, het grote balkon in de zon.

De brief

Op die dinsdag lag de brief op de mat. De Renne wordt gesloopt. Stadskanaal krimpt en de flat energieneutraal maken, zoals de toekomst verlangt, is een onhaalbare kaart. ‘Wij kunnen ons voorstellen dat u schrikt’, schrijft woningcorporatie Lefier.

Danique Dolfing schrok niet. Ze is blij dat ze weg kan. Ze is de overlast zat. ,,Ik heb hier in drie jaar genoeg meegemaakt.’’ Ruzies, lawaai, mensen die van het balkon af plassen en spugen. Politie erbij, straatverboden. ,,Ze zeggen dat het beter is geworden de laatste tijd’’, schampert Dolfing in haar smetteloze appartement. ,,Nou, voor mij niet.’’

Over de galerij schuifelt Chris Bos met een tas vol boodschappen. Hij is de jongste niet meer. Hij leunt over de reling en wijst naar de bomen in herfstkleur. ,,Zo’n plek vindt je nergens. Ze hadden het net een beetje rustig hier. En nu dit.’’ Met waterige ogen tilt hij de tas op en gaat naar binnen. Naast zijn deur hangt de ‘Grunneger Weerstain’: een steen aan een ketting met uitleg hoe van de steen het weer te lezen. ‘ Stain hoaks aan ket: ‘n dikke poest wind .’

‘Dat is niet best’

,,Ik zal er geen traan om laten’’, zegt een buurman - grote kerel met armen vol tatoeages die niet zo nodig met zijn naam in de krant wil. Hij werpt een veelzeggende blik op de galerij. ,,Dit is toch niks.’’

Ach, en hij heeft al zoveel in zijn leven meegemaakt: scheidingen, schulden, politie op zijn dak, een zware operatie. Om zo’n flat zal hij zich echt niet druk maken.

Toen hij hier naartoe verhuisde - overigens omdat zijn vorige flat ook gesloopt werd - waren de reacties veelzeggend. ‘Ga je naar De Renne? Dat is niet best.’ Hij hoorde dat ze het ooit de ‘Blue Movie’-flat noemden, naar de jaren zeventigfilm met de expliciete seksscènes, omdat de vele alleenstaanden en jongeren in de flat vaak intieme relaties zouden aanknopen. Het verhaal ging dat de lift in de late uurtjes regelmatig ‘vast’ bleef zitten met een stelletje erin.

Waarnaartoe?

Dat was een andere tijd. Nu zit de jonge Eritreeër Tesfalem Aregay alleen in een half ingericht appartement. Fluorescerend voetbalshirt aan, een gescheurde trainingsbroek en slippers. Aregay, die moeizaam Nederlands spreekt, heeft begrepen dat de flat plat gaat, maar heeft geen idee waar al die mensen naartoe moeten. Stadskanaal? Of mag hij dan misschien ook naar Utrecht, waar vrienden van hem wonen?

In zijn halflege kamer staat een grote vitrinekast met versierde glazen erin. Hier in Stadskanaal heeft hij niemand, alles is ver weg en er rijdt niet eens een trein. ,,Een dorp is goed voor familie’’, zegt hij. ,,Voor een jongen is de grote stad goed.’’

Op de bijzettafel, ook van glas, ligt de brief van Lefier. ,,Hoekzema?’’, vraagt hij naar de locatie van de informatiebijeenkomst van de corporatie voor bewoners. ,,Is dat achter de Aldi?’’

Voorrang

Die bijeenkomst op donderdagavond, waar bijna de hele flat komt opdraven, vertelt bewoners dat ze achttien maanden de tijd hebben om een nieuwe woning te vinden, dat Lefier op huisbezoek komt om over de persoonlijke situatie en de wensen te praten, dat woningcorporatie zeker weet dat er voldoende woningen beschikbaar zijn, dat ze voorrang krijgen boven andere woningzoekenden.

,,Wij zijn de waarschijnlijk de laatste die gaan verhuizen’’, zegt Aïsha Brouwer. ,,Wie hier het langste woont gaat voor.’’

Twee maanden geleden trokken de jonge Brouwer en haar vriend in de Renneflat. Met een vrolijke baby van zeven maanden, twee kittens en een flinke herdershond. Eindelijk hadden ze hun eigen plek gevonden en hoefden ze niet meer bij zijn ouders te wonen. Ze hadden net alles op orde toen de brief van Lefier op de mat viel. ,,Dan baal je wel. Twee maanden geleden wisten ze toch ook al dat dit gesloopt werd?’’

Brouwer geeft de baby een maïscracker en kijkt naar de kittens die elkaar te lijf gaan op de strakke nieuwe vloer. ,,Dat laminaat kun je dus niet meeverhuizen hè.’’

menu