Windmolenactivist Jan H. niet langer verdacht van bedreigen gedeputeerde Fleur Gräper

Jan H. in de rechtszaal, oktober 2019. Illustratie: Annet Zuurveen

Het Openbaar Ministerie (OM) laat voor de tweede keer in korte tijd een ernstige aanklacht tegen windmolenactivist Jan H. vallen wegens gebrek aan bewijs.

H. werd ervan verdacht de Groningse gedeputeerde Fleur Gräper in een brief te hebben bedreigd. Gräper zou zijn opgedragen een stokje te steken voor het verstrekken van een vergunning van een afrit op de N33. Die afrit was nodig voor het bouwverkeer van windpark N33. H., die een half jaar vastzat, heeft iedere betrokkenheid ontkend.

Fel gekant tegen komst windparken

Het Openbaar Ministerie Noord-Nederland bevestigt dat de bedreiging van de gedeputeerde uit de definitieve tenlastelegging is gehaald. Vorige maand haalde het OM ook al bakzeil. Toen werd de aanklacht dat H. zich schuldig zou hebben gemaakt aan asbestdumping op bouwlocaties in Muntendam en Delfzijl ingetrokken. H. is fel gekant tegen de komst van grootschalige windparken in de Groningse en Drentse Veenkoloniën.

Opmerkelijk

Dat het OM de dagvaarding op twee belangrijke punten heeft gewijzigd, is opmerkelijk. Vorig jaar oktober, toen H. drie maanden in de gevangenis zat, oordeelde de rechtbank nog dat hij niet kon worden vrijgelaten. „De strafvorderlijke belangen wogen zwaarder dan de persoonlijke belangen”, aldus de rechter. Dat H. een half jaar in voorarrest zat, kwam door de verdenking van asbestdumping.

Het Wetboek van Strafrecht noemt dat opzettelijke milieuverontreiniging met gevaar voor de volksgezondheid. Dat is een misdrijf waar twaalf jaar of meer gevangenisstraf op staat. Ook stelde de rechtbank eerder dat sprake was van een daad die de rechtsorde heeft geschokt. Het OM denkt nog wel te kunnen bewijzen dat H. heeft gedreigd asbest te verspreiden, maar geeft toe dat hiermee de tenlastelegging op dit punt is afgezwakt.

menu