Weidevogelbeheerder Renze de Jager van nationaal landschap Noardlike Fryske Wâlden aan het werk op een akker bij Oudwoude. Op de voorgrond een kievitsnest – met vijf eieren – en links op een paaltje een wildcamera voor onderzoek naar predatie. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Afrasteren is beste medicijn tegen eierroof weidevogels

Weidevogelbeheerder Renze de Jager van nationaal landschap Noardlike Fryske Wâlden aan het werk op een akker bij Oudwoude. Op de voorgrond een kievitsnest – met vijf eieren – en links op een paaltje een wildcamera voor onderzoek naar predatie. FOTO MARCEL VAN KAMMEN

Weidevogels in Friesland en Groningen zijn het grootste slachtoffer van eierroof. Hier wordt tussen de 42 en 45 procent van de nesten leeggeroofd door vossen, marters of roofvogels.

De wulp wordt het hardst getroffen. Deze vogel verloor de laatste vijf jaar driekwart van de legsels.

Het blijkt uit een omvangrijk onderzoek van Sovon met ondersteuning van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Vogelbescherming Nederland. Onderzoekers turfden wat er tussen 2004 en 2018 gebeurde met de legsels van vijf vogelsoorten; de scholekster, kievit, grutto, wulp en tureluur. Gemiddeld verloren deze in Nederland een derde van hun legsels.

Groot effect schrikdraad

De mate van predatie heeft alles te maken met het landschapstype. In de laagveenontginning in Friesland en Groningen is het predatieverlies toegenomen met 45,8 procent, op de oude zeeklei aan de Waddenkust met 42,1 procent. In West- en Zuid-Nederland bleef verlies door predatie beperkt tot 25 procent.

Het afrasteren van grote broedgebieden lijkt het beste medicijn. In weidevogelgebieden waar een hek met schrikdraad omheen stond ging, aldus Sovon, slechts 7 procent van de legsels verloren door predatie. In controlegebieden was dit 78 procent.

De onderzoekers noemen 250 hectare het ‘absolute minimum’ voor de omvang van een levensvatbaar weidevogelgebied. Idealiter moet dit helemaal worden omrasterd met een gemengde bufferzone van een kilometer eromheen.

Een open landschap en hogere grondwaterstand helpen, maar zijn niet zaligmakend. Het effect van afschot van vossen is ook beperkt. In gebieden waar dit gebeurde ging alsnog 63 procent van de legsels verloren.

Niet één schuldige aan te wijzen

Er is niet één schuldige aan te wijzen voor de sterk toegenomen predatie. Met agrarisch natuurbeheer en natuurreservaten wordt al decennialang geprobeerd het leefgebied van weidevogels te verbeteren. Het succes van deze maatregelen is beperkt. De aantallen van weidevogels als kievit, grutto en wulp gaan al jaren achteruit.

Waar in het noordoosten van Nederland de steenmarter en de vos huishouden zijn dat in het zuiden de hermelijn en de vos. Vliegende predatoren (bruine kiekendief, zilvermeeuw, buizerd en raaf) roven relatief weinig eieren. Zij hebben het meer op de kuikens voorzien.

In de zijlijn van het langjarige onderzoek stuitte de Sovon op een heldenrol voor de kievit. De kievit staat erom bekend dat hij roofdieren uitermate fel verjaagt. Daar profiteren ook andere weidevogelsoorten van. Hoe meer kieviten in het veld, des te beter het is.

menu