Alexander met zijn vrouw Daniëlle en op de trampoline de kinderen Lynn, Sven en Isa.

Alexander (36) lag weken in coma in het UMCG en waarschuwt 'malloten' die maatregelen tegen corona aan hun laars lappen: 'Het is echt de hel'

Alexander met zijn vrouw Daniëlle en op de trampoline de kinderen Lynn, Sven en Isa. Foto: Saskia Berdenis van Berlekom

Alexander Rosendal (36) is gezond, jong en vader van drie kinderen. Toch kreeg het coronavirus ook hem te pakken. Vier weken lag de Hooglander in coma in het UMCG in Groningen. Nu waarschuwt hij voor onachtzaamheid. ,,Het was echt de hel. Voor ons hele gezin.’’

Hij vertelt al een goed halfuur over de surrealistische wereld waar hij, zijn vrouw en kinderen in belandden na de diagnose corona, als Alexander zijn mobiele telefoon pakt en een filmpje laat zien. De camera beweegt rond een intensive care-bed. Het hoofd van de patiënt ligt slap naar links weggedraaid op het kussen. Een witte en blauwe buis verlaten zijn keel naar een beademingsapparaat. Eromheen zijn monitoren met snoertjes te zien. Af en toe klinkt een bliep.

,,Inmiddels kan ik er wel naar kijken, hoe ik daar lig. Maar het blijft bizar. Het is net alsof het niet over mijzelf gaat. Ook als ik het logboek lees, dat Daniëlle van dag tot dag bijhield. Die vier weken in coma was ik letterlijk van de wereld.’’

Humor

Alexander Rosendal oogt broos. Zijn stem is schor en zacht. Een overblijfsel van de intubatiebuis die vier weken lang in zijn keel zat voor de beademing en zijn stembanden beschadigde. Maar de twinkeling in zijn ogen én zijn humor zijn terug. ,,Toen ik dat zag wist ik dat we op de goede weg waren’’, vertelt echtgenote Daniëlle Pater-Rosendal met een liefdevolle blik naar haar echtgenoot. Dat het vreselijke corona-virus zonder pardon ook een gezonde jonge vader kan treffen, is een boodschap die het stel graag wil uitdragen. ,, Het was echt de hel.’’

Alexander komt op vrijdagavond 20 maart – het is de eerste week van de lockdown – met koude rillingen en hoofdpijn uit zijn werk en wil direct naar bed. Hij voelt zich slap en ziek, eigenlijk als het begin van een stevige griep.

De dagen die erop volgen wordt hij zwakker en zwakker. Een telefoontje naar de huisarts levert het advies op terug te bellen bij benauwdheid. ,,Toen hij dagen niets at en huilend van ellende op de bank zat heeft hij opnieuw gebeld. Of Alexander even de trap op wilde lopen om te luisteren naar zijn ademhaling? De assistente vond hem toch behoorlijk kortademig door deze inspanning. Hij kon direct naar de coronapost in Kattenbroek’’, vertelt Daniëlle.

Zijn zuurstofgehalte blijkt daar zo laag dat Alexander acuut wordt doorgestuurd naar Meander Medisch Centrum. ,,Natuurlijk ging het al duizend keer door ons hoofd. Zou het corona zijn? Maar hij had niets van dat lijstje. Geen verkoudheid, niet hoesten. Alleen die koorts. Dat vreselijke lijstje ook.’’

Zwaaien

Daniëlle zet haar man af bij de coronatent van het ziekenhuis en zwaait hem nog even na. Naar huis gaan en afwachten is het enige wat ze nu kan doen.

Met extra zuurstof trekt Alexander redelijk bij en de eerste stress ebt voorzichtig weg, totdat de arts ’s ochtends aan zijn bed staat. ,,We hebben je vrouw al gebeld. We gaan je in slaap brengen’’, herinnert Alexander zich de woorden van de arts. ,,Met mijn bed werd ik naar de intensive care gereden. Ik vergeet het nooit. Kijk maar even de linkerkant op, zei de verpleegkundige. Maar ik had het al gezien. We passeerden een bed met een laken erover. Met een lichaam eronder dus. Ik weet niet meer wat ik dacht.’’

Op de ic is ook Daniëlle. Nog snel maken ze samen een foto. Voor zichzelf, maar vooral ook voor Lynn van 9 en hun 6-jarige tweeling Sven en Isa. Ze houdt zijn hand vast, als het aftellen begint. ‘Sorry, sorry’, zegt Alexander nog. ,,Tien, negen, acht…en toen was ik weg.’’

Tranen

Daniëlle staart naar haar lege kop thee op de sloophouten eettafel van hun gezinshuis. De tranen wellen op in haar ogen. Alexander valt stil.

,,Na het in slaap brengen zei de arts: dit kan een paar dagen duren, misschien vier weken, maar het kan ook het einde zijn. Later realiseerde ik me dat we het niet goed hadden aangepakt. Alexander had na de huisartsenpost nog even langs huis moeten gaan om de kinderen te knuffelen. Nu hadden ze niet echt afscheid kunnen nemen. En we hadden geen idee hoe het zou lopen.’’

Groningen

De kunstmatige slaap blijkt pas het begin. Na een paar uur krijgt Daniëlle een telefoontje uit het ziekenhuis. Alexander wordt overgeplaatst naar het UMCG in Groningen. Het wordt te druk met corona-patienten in Meander en hij is jong en kan de reis aan. Bovendien is hij beter af in een academisch ziekenhuis. ,,Is het dan zo erg?, dacht ik meteen.’’

Daniëlle ziet zichzelf nog staan met hun kinderen langs de Bunschoterstraat vlak achter hun huis. Samen zwaaien ze naar de ambulance die Alexander naar het noorden brengt. De afstand voelt ook mentaal mijlenver. Leeg blijven ze achter. In quarantaine.

Geen zekerheid

,,De kinderen wisten inmiddels wat er met Alexander aan de hand was. Om de beurt heb ik het hun verteld. Ik vond het vreselijk moeilijk, vooral omdat corona op dat moment synoniem stond aan de dood. Dat was wat je hoorde in de media en het beeld dat de kinderen hadden. Natuurlijk vroegen ze daar ook naar: ‘gaat papa dood?’ Ik kon ze geen zekerheid geven.’’

Terwijl Alexander met een driedubbele dosis slaapmiddel in Groningen in coma wordt gehouden, moeten Daniëlle, Lynn, Sven en Isa het samen zien te rooien. Ze mogen volgens de corona-voorschriften ruim twee weken het huis niet uit. Niet om boodschappen te doen, niet om buiten te spelen.

De klas van Sven en Isa zet in allerijl een kookactie op. Iedere dag verzorgt iemand anders de maaltijd voor de Rosendals. ,,Dan konden we kiezen tussen Mexicaans, de gehaktballen van Guido of pizza. Ik wilde die gehaktballen van Guido wel eens proberen, maar de kinderen hadden liever pizza’’, grinnikt Daniëlle. Het thuisonderwijs draait ze, als RT-leerkracht die ze zelf is, op een laag pitje. De dagen zijn vooral gevuld met zorgen om Alexander en met het op de hoogte houden van familie en vrienden.

Temperatuur bleef oplopen

,,Het was een aantal keer erg spannend. Niet alleen belandde er een slijmprop in de beademingsbuis, maar vooral zijn temperatuur bleef oplopen. Naar 42 graden’’, vertelt Daniëlle.

Tot twee keer toe werd de slapende Alexander met klittenband in een koelpak gelegd. ,,Dat was nog een soort van hilarisch, want hij werkt zelf voor een koelingsbedrijf. Daar kon de verpleging ook wel de humor van inzien.’’

Dan begin mei, na weken intensieve zorg, keert Alexander langzaam terug naar het nu. Als hem wordt gevraagd waar hij is, weet hij dat hij in het ziekenhuis ligt.

,,Maar Groningen? Hier ben ik niet naar bed gedaan, dacht ik. Ik wilde ook niet dat Daniëlle iets tegen de kinderen zou vertellen en ze mij zo zouden zien. Ze moest maar zeggen dat ik voor mijn werk in Denenmarken was. De kinderen lachten zich natuurlijk rot. Die wisten al vier weken alles. Ze zagen mij dagelijks op de IC via beeldbellen. Maar ik kreeg niets mee. De verpleging moest ook steeds opnieuw uitleggen wat er allemaal was gebeurd.’’

Vaderdag

Dan vertelt Alexander over het eerste moment dat hij Lynn, Sven en Isa weer ziet. Het is Vaderdag als hij inmiddels op de verpleegafdeling ligt en als verrassing zijn kroost buiten staat bij het ziekenhuis. Ze vormen hun vingers tot hartjes en roepen ‘Papa, Ik hou van je’. ,,Onbeschrijfelijk’’, zegt hun vader geëmotioneerd.

Daniëlle: ,,Het was niet klaar toen Alexander corona-vrij het ziekenhuis mocht verlaten. Hij ging direct door naar een revalidatiecentrum Klimmendaal in Apeldoorn.’’

En pas daar dringt het tot de boomlange Hooglander echt door hoe hij als gezonde dertiger ten prooi is gevallen aan corona. Nu zijn lichaam vrij is van het virus, belandt hij vooral in een mentale strijd. ,,Ik zat enorm in de slachtofferrol. Waarom moest mij dit overkomen. Ik ergerde me dood aan mijn eigen situatie. Ik moest opnieuw leren drinken omdat mijn tong scheef hing en vanwege een zenuwbeschadiging in mijn been kon ik moeilijk lopen. Het maakte me heel boos. Totdat Daniëlle me stevig toesprak. ‘Wij zitten weken in de rats om jou en nu loop jij een beetje te zeiken’, zei ze.’’

Langzaam rollen de tranen over Alexanders wangen.,,De volgende dag nam ze een map mee met tweehonderd kaarten van vrienden, kennissen en familie. Ik las alle berichten door. Teksten als: ‘Je kunt het, je bent een vechter’, ‘We leven met je mee’. Dat heeft zoveel met me gedaan.’’

Het lukt Alexander zijn schouders eronder te zetten, gesteund door medepatiënten in de revalidatiekliniek. Sommigen hebben ook corona gehad. ,,We trokken ons enorm aan elkaar op. Dan zag ik iemand langzaam weer lopen en wilde ik dat ook. Weg met die rolstoel. We waren elkaars voorbeeld.’’

Om weer thuis te zijn voelt vertrouwd en soms een tikkeltje onwennig. De welkom-thuis vlaggetjes hangen nog bij de voordeur. Afgelopen week is zijn revalidatietraject in het Meander begonnen.

,,Bij een verjaardag ben ik nog even weggebleven. Ik wil geen kermis-attractie zijn. Eerst maar eens verder op poten komen. Ondertussen maak ik me wel ongelofelijk kwaad om al die malloten die met mensenmassa’s tegelijk gaan protesteren of op andere plekken samenkomen. Ze lappen de coronaregels aan hun laars en denken: mij kan niets gebeuren. Maar iedereen kan het krijgen en ik kan je zeggen: dat wil je echt niet. Voor jezelf niet en voor je naasten niet.’’

menu