Alle kinderen de hoek uit

De nieuwe nationale kinderombudsman is een vrouw en wil zo heten ook. Een gesprek met Margrite Kalverboer, hoogleraar Kind, Orthopedagogiek en Vreemdelingenrecht aan de universiteit van Groningen. Over kinderen, de noodzaak tot het opvoeden van volwassenen en het meisje uit Paterswolde dat zij zelf ooit was.

Het leven kan een doolhof zijn. Je kunt naar links of naar rechts, je twijfelt, je gaat op goed geluk naar links en na een tijd weet je niet meer hoe het allemaal gelopen zou zijn als je rechtsaf geslagen was. Margrite Kalverboer, vorige week verkozen tot de nieuwe nationale kinderombudsman, wilde vroeger een tijdlang helemaal geen pedagoog worden, maar beeldend kunstenaar; een heel ander pad.

,,Ik zat toen in het derde jaar van mijn studie orthopedagogiek en ik dacht: dit ga ik nooit afmaken. Het was te theoretisch, niet inspirerend. Ik ben iemand die graag dingen naast elkaar doet, dus ben ik naar de avondopleiding van de kunstacademie gegaan. Ik wilde op de middelbare school al graag naar de kunstacademie, maar ik dacht niet dat ik dat zou kunnen. Ik was zo’n meisje dat dat soort dingen wel vaker dacht.’’

Ze lacht en neemt een slokje water, gezeten aan de houten tafel in haar werkkamer aan de Rozenstraat in Groningen, waar het middaglicht door hoge ramen naar binnen valt. Margrite Kalverboer mag dan als kind soms onzeker geweest zijn, maar ze werd wel degelijk pedagoge, juriste, hoogleraar én beeldend kunstenaar en sinds vorige week is ze de opvolger van kinderombudsman Marc Dullaert. De beëdiging zal ergens deze maand plaatsvinden.

Kinderombudsman, zo heet haar nieuwe functie. Klinkt raar, als je een vrouw bent. Haar eerste interview gaf ze aan het Jeugdjournaal, waarin ze de kinderen de vraag stelde wat het moest worden: man of vrouw? Vrouw natuurlijk, zei het overgrote kinderdeel. Wat het nu ook gaat worden, wat haar betreft. ,,Ik had me dat niet gerealiseerd, maar voor meisjes kan het belangrijk zijn om te zien dat je als vrouw iets kunt bereiken.’’

Rondom het vertrek van uw voorganger Marc Dullaert is veel gedoe geweest. Veel mensen begrepen niet waarom hij niet verder kon als kinderombudsman. Heeft u getwijfeld of u moest solliciteren?

,,Nee. Ik heb gesolliciteerd toen duidelijk was dat er een nieuwe ombudsman zou komen en het dus een kwestie zou zijn van: word ik dat of wordt een ander het? Steeds meer mensen tikten me op de rug, onder wie mijn medewerkster Carla van Os, die later zelf ook genomineerd zou worden. Ze zei: ‘We willen je niet missen, maar zou je niet...’ Ik wist: ik ben geschikt. Ik heb een brede opleiding, daardoor weet ik heel veel van het onderwerp: kinderen in de knel in Nederland.’’

,,Vijf jaar geleden, toen de functie van kinderombudsman werd gecreëerd, had ik er al belangstelling voor. Ik had toen wel willen solliciteren, maar mijn man werd erg ziek. Hij is twee jaar geleden overleden. Toen kon het niet, nu kon het wel. En soms is het goed dat als je iets verliest, je ook weer iets vindt. Mijn jongste zoon wordt 19, mijn oudste 23, dus het is ook het geschikte moment. Ik heb hen gevraagd of ik moest solliciteren. Ze zeiden: ‘Ja’.’’

Kritiek vreest ze niet, zegt ze. Glimlachend: ,,En ik ben doorgaans niet iemand waar gedoe omheen is.’’

Margrite Kalverboer. Vernoemd naar haar Amerikaanse oma Margaret. Een dame van 55 in een elegante zwarte jurk, met een meisjesoogopslag. Ze formuleert bedachtzaam, zinsdelen herhalend en onderstrepend met klopjes op de tafel, zacht, maar urgent. De nieuwe kinderombudsvrouw spreekt vaak in het openbaar, ze heeft duidelijk zin in haar nieuwe functie en, dat weten mensen die haar heel goed kennen: Deze meisjesdame weet waar ze het over heeft.

Als je de beschaving van Nederland af zou kunnen meten aan de manier waarop we met onze kinderen omgaan, hoe beschaafd is ons land dan momenteel?

,,Nou, met de meeste kinderen gaat het goed. Dat bleek ook weer uit onderzoek van Unicef; Nederlandse kinderen behoren tot de gelukkigste van de wereld. Maar de kinderen die in armoede leven, dat zijn er heel veel en dat worden er steeds meer, vallen ook meer en meer buiten de samenleving. Hoeveel kinderen zijn er die niet naar een sportclub kunnen? Dat hebben we dankzij Marc Dullaert in beeld. Hij heeft mooie initiatieven genomen, zo hebben sommige gemeentes nu een kindpakket in hun beleid. Maar wij doen elke vijf jaar interviews met alleenstaande minderjarige asielzoekers, waarin we vragen: ‘Voel je je Nederlands?’ En veel kinderen zeggen: ‘Ja, want ik zit op voetbal’. En op de vraag: ‘Wie is het belangrijkst in je leven’, antwoorden ze: ‘Mijn voetbalcoach’.’’

,,Sociale inclusie, heet dat. Wij zijn zo’n rijk land. Als wij iets willen doen aan integratie, als wij willen voorkomen dat kinderen buiten de boot vallen en zich afkeren van de samenleving, zorg dat ze op sport kunnen, of op een kunstclub, om ze het gevoel te geven dat ze erbij horen. Mijn man, Ate Wiersma, was beeldend kunstenaar, hij stond voor de klas in Oost-Groningen, gaf tekenles aan kinderen die dat niet gewend waren. Het kon hem niet schelen of ze onder de verf kwamen te zitten, als hun ogen maar gingen stralen.’’

,,Kinderen van gescheiden ouders, dat blijft ook zo’n punt. Wat blijkt: kinderen met co-ouderschap hebben het vaak moeilijker dan kinderen waar geen gedeeld ouderschap is. Nou, dat vind ik erg. Als jij bij je moeder niet mag praten over hoe het bij je vader was, en bij je vader niks positiefs over je moeder mag zeggen, wat betekent dat dan voor de manier waarop jij opgroeit?’’

Maar daar hebben we toch mediation voor?

,,Ja. Mediation kan heel goed werken voor hoger opgeleiden. Die kunnen meestal nog wel wat met hun ratio. Ik heb de cijfers niet hoor, maar als je dan ziet hoeveel kinderen na een paar jaar hun vader – meestal hun vader – niet meer mogen zien. Als je het hebt over kinderrechten, dan heb je het voor een deel ook over het opvoeden van volwassenen. Ik zou daar wel een bescheiden bijdrage aan willen leveren.’’

Aan die sociale inclusie deed ze als kind al, op school. ,,Ik kon het slecht hebben als er kinderen werden gepest. Er was een jongetje in de klas die wratten had op zijn handen. Niemand wilde hem een hand geven, want hij had luizen, zeiden ze. En ik vond die wratten ook niet fijn, maar ik gaf hem wel een hand. Hij had een vader die, anders dan de andere vaders, plat-Gronings sprak. Ik weet nog dat die man een keer scheldend de klas in kwam. Dat deden de andere vaders nooit.’’

,,Die kinderen. De buitenbeentjes. De gepesten. De veronachtzaamden. Die, als niemand voor ze opkomt, een marginale positie in de samenleving krijgen omdat er niet naar ze geluisterd is. Daar wil ik me voor inzetten. En ze hoeven heus niet allemaal hoogopgeleid te worden, maar moeten wel een plek krijgen waar zij zich goed en fijn voelen.’’

Ze was een kind dat het graag goed wilde doen. ,,Toen mijn kleuterjuf eens de klas uitging, heb ik alle kinderen aangespoord om op de grond te gaan liggen en zwembewegingen te maken. Gewoon, om een beetje lol te maken denk ik. Toen kwam de juf terug en zette me in de hoek. Ik was vijf. Maar ik heb het altijd onthouden. (lacht) Dat zegt ook wel iets, denk ik.’’

Haar tienerjaren bracht ze door in Paterswolde, waar haar ouders in de jaren zeventig de oude villa Falga kochten en opknapten. Een vrolijk, geïnteresseerd meisje, dat met haar klasgenoten de vrouwenstaking naspeelde op het schoolplein en graag naar de kunstacademie wilde. Haar vader Alex Kalverboer paarde zijn hoogleraarschap aan beeldende kunst – ook hij deed de kunstacademie in de avonduren. Haar opa, onderwijzer te Friesland, tekende eveneens .

Maar het werd pedagogiek.

,,Ik had na mijn middelbare school in Engeland een zwaar autistisch jongetje ontmoet. Nigel. Hij stootte zijn hoofd tot bloedens toe aan tafels en muren. Men bedacht als oplossing dat hij dan maar in een net aan het plafond moest hangen. Toen dacht ik: hier zou je toch meer verstand van moeten hebben. Zo kwam ik uit op pedagogiek.

Wat hebt u op kunstacademie Minerva over uzelf geleerd dat u nog niet wist?

,,Op zeker moment had ik een hele grote tekening gemaakt, een beetje in de conceptuele hoek. Ik had destijds twee belangrijke docenten, een van hen was de inmiddels overleden kunstenaar Jaap Berghuis, en die had iemand van het Stedelijk Museum uit Amsterdam gevraagd om werk te beoordelen. Nou, je had dan zo’n bespreking en mijn werk werd op de grond gelegd, Jaap Berghuis keek ernaar en liet er geen spaan van heel. Ik voelde me... to-taal vernederd. Maar even later zag mijn andere docent, Ton Mars, datzelfde werk tijdens een andere les, en die zei dat hij er zo door geraakt werd.’’

En wat leer je dan? Dat je, als je zelf het gevoel hebt dat je integer bent in wat je doet, je daaraan vast moet houden. Dat het er niet zoveel toe doet wat de hele wereld van je vindt. Dat ze over je nieuwe functie kunnen schrijven dat er weinig vertrouwen was omdat een aantal Kamerleden niet heeft gestemd, en dat je weet: ik kan dit. En die journalisten hadden hun research beter moeten doen, want die Kamerleden zijn per definitie tegen een kinderombudsman. Als jij weet dat het goed is, maakt het niet uit wat anderen ervan vinden.’’

De kunst gaf u een bodem.

,,Ja. Dat klopt. Ik werd op de kunstacademie voortdurend bevraagd: ‘Wie ben jij, waarom wil je dit maken’. Dat geeft je toch een soort... identiteit.’’

Het beviel zo goed, dat ze na haar afstuderen in 1989 kunstenaar wilde worden. Geen pedagoog. ,,Maar als kunstenaar kun je nog niet in je levensonderhoud voorzien, dat voelde voor mij niet goed, ik dacht: je hebt nog een andere opleiding gedaan, je kunt daarin werken en dan ga jij een beetje staan schilderen? Ik teken nog steeds wel. Voor mij gaat het om het proces. Luisteren naar mezelf. Iets voelen en dan iets doen wat daarmee in overeenstemming is, iets maken is heerlijk.’’

Dat gunt u kinderen ook. ‘We moeten kinderen niet alleen horen, maar vooral naar ze luisteren’, zei u in een eerder interview.

,,Ja. Ik heb als hoofd behandelingszaken bij jeugdgevangenis Het Poortje gewerkt. Zeker in die tijd werd er veel over, maar zelden mét kinderen gepraat. Ik wil dat anders doen. In kinderpanels bijvoorbeeld, waarin niet alleen de kinderen zitten die de weg al weten, maar ik wil actief op zoek naar de kinderen aan het uiteinde van het spectrum.’’

Wat gaat u als kinderombudsvrouw veranderen?

,,Het Kinderrechtenverdrag heeft een paar kernartikelen, bijvoorbeeld artikel 3: dat het belang van het kind de eerste overweging moet zijn in alle besluiten die je neemt. Het kind heeft recht op ontwikkeling, het kind heeft recht gehoord te worden en het kind heeft recht op gelijke behandeling. Dat is voor mij de basis van waaruit ik wil kijken naar de thema’s die er spelen.’’

,,Het kinderrechten-comité heeft aangegeven hoe je zo’n artikel 3 kunt implementeren in geval van problemen. In hun richtlijnen geven ze precies aan wat er moet gebeuren, wat je moet onderzoeken, hoe je moet onderzoeken, dat het een multidisciplinair team moet zijn, dat de setting kindvriendelijk moet zijn, dat je moet kijken naar de kwetsbaarheid en de sociale context waar een kind in opgroeit. Dat je niet alleen moet kijken naar: wat betekent een besluit nu, maar ook kijkt naar de toekomst.’’

,,En dat wil ik terugzien. Die richtlijn als basis voor alle besluiten rondom kinderen. Artikel 3 moet leidend zijn. De grondslag voor onze jeugdhulpverlening. De afgelopen jaren is er een goede inventarisatie gemaakt van wat er mis is, ik wil nu kijken wat we daaraan kunnen doen, en hoe. Ik wil niet ieder jaar weer een set rapporten over terugkerende problemen. ’’

U bepleit meer openheid in de opvoeding.

,,Ja, dat is een complex thema. Ik ga dat overleggen in het team natuurlijk, maar het zou me niet verbazen als ik daar onderzoek naar zou willen doen. Omdat ik te vaak gehoord heb van mensen die vroeger als kind mishandeld zijn, of van kinderen met kwetsbare ouders: ‘Iedereen moet het gezien hebben, maar niemand deed iets’. Ouders hebben het recht een kind op te voeden en dat vinden wij zo’n heilig recht, daar bemoeien we ons niet mee. Honderdduizend mishandelde kinderen per jaar – denken we dan – allemaal gevallen waar we niet de vinger achter kunnen krijgen. Vaak gevallen van ouderlijke onmacht in bepaalde situaties. Niemand krijgt een kind met het idee: nu ga ik het mishandelen en misbruiken.’’

,,Ik zou zo graag iets doen voor de kinderen die buiten het blikveld vallen. De kinderen van boze ouders; we hebben in Nederland zoveel woedende twitteraars. Ik denk dan altijd: die mensen hebben ook kinderen. En ik hoop zo dat die het een beetje beter gaan krijgen.’’

Kortom: geen enkel kind meer in de hoek.

,,Ja. Ik vind het ongelooflijk belangrijk dat kinderen weten dat ze er mogen zijn.’’

Het leven is een doolhof. Men slaat linksaf, men slaat rechtsaf, men tast in het rond. Margrite Kalverboer zocht haar weg en werd geen kunstenaar, maar nationale kinderombudsvrouw. Jammer voor de kunst misschien, maar wel zo fijn voor de kinderen met boze ouders en wratjes op hun handen.

Paspoort

Naam Margrite Kalverboer

Geboren 20 december 1960 in Groningen.

Opleiding Maartenscollege Haren, studeerde orthopedagogiek, later ook rechten aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), Kunstacademie Minerva.

Werk: Sinds 2012 bijzonder hoogleraar Kind, (Ortho)pedagogiek en Vreemdelingenrecht aan de RUG. Promoveerde in 1996 op onderzoek naar de wijze van rapporteren over opvoedings- en verzorgingsproblematiek bij de Raad voor de Kinderbescherming Directie Noord.

Van 1996 tot en met 2002 gedragswetenschapper en hoofd Zorg bij de justitiële jeugdinrichting Het Poortje te Groningen. Daarna als universitair (hoofd)docent verbonden aan de afdeling Jeugdzorg van de vakgroep Orthopedagogiek van de RUG.

Prive: Prof. dr. mr. Kalverboer woont in Groningen, heeft twee zoons, was getrouwd met de in 2014 overleden beeldend kunstenaar Ate Wiersma. Ze is de dochter van Alex Kalverboer, emeritus hoogleraar experimentele klinische psychologie, tevens beeldend kunstenaar.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.