Foto: DvhN

Allerlei variaties en een ongelukje van de natuur: Wat je niet wist over aardbeien

Foto: DvhN

Het is zomer, tijd voor de koninkjes van het seizoen. Aardbeien, de rode zoete verleiding. Een ongelukje van de natuur dat wereldwijd gretig is geadopteerd.

Ruim 15.000 flessen champagne, zo’n 7.000 liter room en een kleine 30.000 kilo aardbeien. Dat is de geraamde consumptie tijdens het tennistoernooi van Wimbledon, dat maandag van start zou gaan.

De tennisballen blijven in Londen dit jaar in de kast; de aardbeien van Hugh Lowe Farms uit Mereworth in Kent worden dit jaar niet geserveerd. Een ongewilde breuk met het verleden: op het prestigieuze tennistoernooi zijn aardbeien even traditioneel als witte tenniskleding, regenpauzes en gestaag kalende grasbanen.

Of de Britse aardbeien deze zomer überhaupt worden geplukt is momenteel de vraag, gezien de brexitperikelen en het ontbreken van seizoenarbeiders uit voornamelijk Oost-Europa. Ook in Nederland is het aantal tijdelijke arbeidsmigranten door corona aardig afgenomen.

Aardbeien groeien wereldwijd praktisch overal

De zomerkoninkjes zijn een wereldwijde delicatesse. Met uitzondering van woestijnachtige gebieden en polaire streken past de vrucht (een zogeheten schijnvrucht – zie kader) zich gemakkelijk aan aan de klimatologische omstandigheden.

De vrucht bestaat in allerlei variaties. De wilde Europese aardbei bijvoorbeeld werd al in de 3de eeuw voor Christus door Romeinen beschreven, deze aardbei genoot aanzien door de aan hem toegeschreven medicinale krachten. De Fransen cultiveerden hun bosaardbeitjes ( Fragaria vesca ) zo rond het jaar 1300 door ze in hun tuinen aan te planten en te vermeerderen. Tamelijk eenvoudig: bosaardbeien maken uitlopers waaraan nieuwe planten groeien die op hun beurt gemakkelijk wortelen en zich zo verder verspreiden.

De Franse fraise de bois zijn klein en hebben een aroma en smaak die sterk afwijkt van wat wij ‘gewone’ aardbeien zijn gaan noemen. Een beetje parfumachtig of synthetisch, zoals sommigen zeggen. Dat komt door onze associatie met de aardbeiensmaak van allerlei snoepjes en drankjes die inderdaad synthetisch is nagemaakt.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

loading

Onze aardbei is geboren in Frankrijk uit Amerikaanse ouders

Onze huidige ‘gewone’ aardbei heeft weinig te maken met de inheemse Europese bosaardbei. De zomerkoninkjes die wij tegenwoordig eten zijn een ongelukje van de natuur, met vaders uit Zuid-Amerika en moeders uit Noord-Amerika die kindjes maakten in Frankrijk.

Dat zit zo. De botanisten die in het kielzog van ontdekkingsreizigers over de wereld zwierven – uit het nieuwe Amerika brachten ze al planten mee als tomaat, aardappel, maïs en pinda – troffen overzees mooi rode laagbijdegrondse vruchtjes. De vrucht van de Fragaria virginiana , een aardbeienplant uit Canada, werd door de inheemse bevolking zowel vers als gedroogd gegeten. Al in het begin van de 17de eeuw werd deze zoetgeurende soort gecultiveerd in Bretagne en Zuid-Engeland.

Een eeuw later bracht een Franse militair, Amédée François Frézier, een paar aardbeienplanten mee die hij had gevonden aan de voet van de Andes, in het toen Spaanse Chili. Die aardbeien, tegenwoordig Fragaria chiloensis genoemd, waren groter, zoeter en vooral geler dan de Noord-Amerikaanse. Frézier plantte zijn Chileense aardbeien in de buurt van zijn marinethuisbasis Brest, maar de daar werkzame kwekers negeerden de plant: zij kweekten liever de inheemse grote bosaardbeien ( Fragaria moschata ) voor de Parijse adel.

Het eerder genoemde ‘ongelukje’ vond vermoedelijk plaats in een botanische tuinkas in de buurt van Parijs. De aardbeienplanten van Frézier hadden zich weliswaar via uitlopers vermeerderd, maar pas in die tuinkas vond daadwerkelijk een kruisbestuiving plaats.

Het bleek dat de militair slechts mannelijke aardbeiplanten uit Chili had meegebracht, die dankzij de bloemetjes en de bijtjes in de kas kennismaakten met de vrouwelijke planten van de Canadese aardbei. Zo ontstond een nieuwe kruissoort: de voorloper van de aardbeien zoals wij die nu kennen. Het kindje kreeg de naam Fragaria ananasse , genoemd naar de heerlijke frisse ananasgeur die de vrucht verspreidde. Met dank aan de botanist Antoine Nicolas Duchesne, die alles beschreef in zijn Histoire naturelle des fraisiers uit 1766 toen hij 19 (!) jaar oud was.

Franse aardbei viert successen in Engeland

De nieuwe soort bleek aan te slaan. Hoewel hij was geboren op Franse bodem zou hij zijn grootste successen elders vieren – Fransen hielden vast aan hun eigen bosaardbeitjes. Vooral in Engeland zou de aardbei op de tafel belanden. Daar heet hij strawberry , stro-bes naar de stroachtige uitlopers waarmee hij zich vermeerdert. Ons woord is afgeleid van aarde en bei , een afgeleide van bes. De Franse naam fraise verwijst naar het Latijnse woord voor geur.

Geuren deden de aardbeien, eerst in Engelse tuinen en daarna in Nederlandse. Daar werd de nieuwe aardbeisoort opgekweekt tot een keur aan nieuwe rassen. ‘Hoe zoeter de vrucht, hoe lager de opbrengst’ leek zo’n beetje het uitgangspunt bij de kweek van aardbeien. Aan lage opbrengsten hebben Nederlanders nu eenmaal een broertje dood.

Telers bekwaamden zich in de eeuwen erna in de kweek van mooi rode aardbeien met een perfecte vorm, die tegen van alles en nog wat resistent waren. De smaak bleef hierbij achter, zodat er rassen ontstonden die de mooiste rode kleur hadden, perfect houdbaar waren maar die eigenlijk naar weinig smaakten. Zoals lang onze kastomaten, die in Duitsland smalend Wasserbomben werden genoemd.

In Nederland wordt jaarlijks – voornamelijk in kassen – zo’n 75 miljoen kilo aardbeien geteeld. Een groot gedeelte is bestemd voor de export, vooral naar België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Maar op Wimbledon komen ze niet.

Voor de klant is een aardbei een aardbei, ook al heet-ie elsanta, lambada of korona

Wel even een misverstand uit de weg ruimen: dé aardbei bestaat niet. De meeste consumenten zal het een biet zijn welke rassen er zijn. Iedereen weet dat er verschil is tussen appelsoorten als jonagold, goudrenet, golden delicious of granny smith, maar bij aardbeien in de supermarkt of in de kraam denkt de klant slechts: aardbei.

Hooguit een enkeling kijkt op het doosje welk ras het is, als het er al opstaat. In veel gevallen is het elsanta, een ras met een hoge opbrengst van vrij stevige en lang houdbare aardbeien. Maar de echte aardbeiengeur ruik je bij elsanta pas wanneer je je neus in het doosje stopt, terwijl je bij een vroeg ras als de lambada al van verre wordt besprongen door de heerlijkste aardbeiengeur.

Die heerlijk zoete, zachte lambada-aardbei is echter maar beperkt houdbaar en bovendien levert deze soort beduidend minder vruchten. Hij zou dus eigenlijk een stuk duurder moeten zijn, maar daar wil de supermarkt niet aan: Klasse 1-aardbeien krijgen hun predicaat op uiterlijk, niet op smaak. Gelukkig zijn hen die in de buurt een groentejuwelier hebben die lambada verkoopt. Of korona, ook een fantastisch smakende aardbei, maar misschien nu even minder populair. Niets let u overigens om de smakelijkste rassen te kweken in eigen tuin of op eigen balkon.

menu