Welzijnscoördinator Clarie de Boer zwaait naar een bewoner achter het raam van zorgcentrum de Blanckenborg in Blijham. Achter haar treedt muzikaal duo Nul en Nix op voor de bewoners die deze weken hun familie moeten missen.

Een week in de Blanckenborg: alles voor een glimlach van de bewoners van het zorgcentrum in Blijham

Welzijnscoördinator Clarie de Boer zwaait naar een bewoner achter het raam van zorgcentrum de Blanckenborg in Blijham. Achter haar treedt muzikaal duo Nul en Nix op voor de bewoners die deze weken hun familie moeten missen. Foto: Huisman Media

Verpleeghuisbewoners hebben veel verdriet van het bezoekverbod. In de Blanckenborg in Blijham proberen medewerkers ze op allerlei manieren op te vrolijken. Dagblad van het Noorden volgende coördinator welzijn Clarie de Boer in de week dat de deuren dicht bleven.

Maandag 20 april

Het virus is nog altijd niet binnen. Goddank. In zorgcentrum de Blanckenborg in Blijham is niemand besmet. Elke dag denkt welzijns- en vrijwilligerscoördinator Clarie de Boer: zou het nu gebeuren?

Het is bizar in stil in het verpleeghuis waar zij en haar collega Truus normaal voor zoveel leven zorgen. Ze hebben Willeke Alberti al eens gehad, en Wia Buze. Ze namen wel eens een ezel mee de lift in om de bewoners boven op te vrolijken. Deze weken horen bol te staan van de activiteiten: Pasen, Koningsdag, dodenherdenking, Bevrijdingsdag, Moederdag. En dan ook nog die prachtige lente. Een van de mooiste tijden van het jaar, zou het moeten zijn. Maar het is stil.

Toch is De Boer blij met die stilte. Blij dat er nog niks aan de hand is. Blij dat de verdenkingen van corona die er in de Blanckenborg zijn geweest na testen vals bleken te zijn.

In de gang staan grote dozen: uitbraakboxen. Ook de werkkamer van de secretaresse staat er vol mee. Ze zijn goed voorbereid. De protocollen liggen klaar, iedereen weet wat er te doen staat. In het allerergste scenario zal ook De Boer volledig terug moeten de zorg in en 12-uurs diensten draaien, ingepakt in de beschermingsmiddelen uit de uitbraakboxen.

Maar nu is er niks. En hoe langer dat duurt, hoe vaker De Boer denkt: misschien komt het goed.

Dinsdag 21 april

Vanaf haar werkplek ziet De Boer hem zitten. De man die elke dag met de auto voor komt rijden. Dan belt hij zijn vrouw, die binnen in de Blanckenborg voor het raam gaat zitten, en dan kunnen ze in ieder geval elkaar zien als ze praten.

Het raakt De Boer diep. Geliefden die elkaar niet kunnen bezoeken. Haar vak is het welzijn van bewoners, en ze weet hoe belangrijk de familie daarvoor is. Het verdriet van bewoners heeft ook zijn weerslag op de medewerkers van de Blanckenborg. Stel je voor. De moeder van De Boer is 96 jaar oud en woont nog zelfstandig. De Boer ziet haar twee keer per week, ze moet er niet aan denken dat dat niet zou mogen.

De Boer ziet familie voor de Blanckenborg met stoepkrijt berichten op straat schrijven, ze ziet ze zwaaien en roepen naar vader of moeder op het balkon. De bewoners die beneden wonen hebben geluk. Daar kan de familie bij het raam komen. Maar wie boven woont, of achter, kan minder. Iedereen moet op de eigen afdeling blijven.

Vandaag helpt ze in het winkeltje. Grote activiteiten organiseren kan niet meer, dus ze springt bij waar nodig. Winkel, restaurant, soms ook weer een beetje zorg. Hulp is overal nodig, want ook alle 115 vrijwilligers mogen niet meer naar binnen.

In het winkeltje gaan alle gesprekken over de persconferentie van vanavond. Zal er versoepeling komen? Sommigen hopen dat de deur op een kier gaat, de meesten denken dat het niet gaat lukken. Voor De Boer is het dubbel. Ze zou de familie dolgraag binnenlaten, maar ze vindt het ook doodeng.

Het is een onzekere en angstige tijd. Ze sprak vandaag een bewoonster die nu weer vaak moet denken aan de verhalen van haar moeder over de uitbraak van de Spaanse griep. De doodskisten waren niet waren aan te slepen.

Woensdag 22 april

De deur blijft dicht. De reactie in de Blanckenborg op de persconferentie van premier Rutte is gelaten. Het is niet anders, er is begrip. Al zegt een vrouw die het graag anders had gezien: ,,Ik heb nu al zo oud, wat maakt het uit? Als het komt, dan komt het.’’

Een collega komt in het winkeltje naar De Boer toe met een voorstel. Haar vader heeft een bedrijf dat hoogwerkers verhuurt. Hij wil ze op een zaterdagmiddag graag beschikbaar stellen voor familiebezoek. Zodat ook de bewoners boven hun geliefden voor het raam kunnen zien.

Een prachtidee. De Boer speelt het door naar het managementteam. Die moet beoordelen of zoiets kan. Het moet niet te veel onrust veroorzaken. Zeker bij dementerende mensen weet je nooit hoe ze reageren. Maar wat zou het mooi zijn als het kan.

Dat is de goede kant van deze crisis. De saamhorigheid, de lieve acties vanuit de samenleving, de creativiteit die boven komt. De bewoners van de Blanckenborg worden niet vergeten. Verre van.

Morgen komt een zangduo optreden, voor de ingang van het tehuis. Ze boden zich aan op Facebook, gratis en voor niks. De Boer hapte meteen toe. Alles voor een glimlach, zegt ze vaak. Dat is haar vak.

loading

Donderdag 23 april

Het duo noemt zich Nul & Nix. Ze traden hier al eerder op, toen hadden ze voor elk liedje een ander pak. Nu houden ze het sober, twee oudere heren, feestelijke gilets, twee gitaren, een beetje versterking. Ze zingen nostalgische Nederlandse liederen.

Op het terras van een van de afdelingen kijken bewoners glimlachend toe. Ze dragen de zonnehoedjes die De Boer vanochtend opscharrelde. Het is schitterend weer. Een van de verzorgsters doet een dansje met een bewoner. Arm om de schouder, handen in elkaar. In de zorg is het fysieke contact er toch. Anderhalve meter is nu ook niet nodig.

Behalve twee terrassen aan weerszijden van de ingang speelt het duo voor ramen. Daarachter genieten bewoners, weet De Boer, maar door de schittering van de zon in de ramen kun je ze niet zien zitten.

Ondertussen zwaait een vrouw uit een van de aanleunwoningen naar haar echtgenoot die boven op het balkon staat. Aan zijn lichaam kun je zien dat hij hunkert. ,,Hij zegt dat hij u mist’’, schreeuwt een verzorger naar beneden.

Een van de vrijwilligers rijdt voorbij om het optreden te zien. ,,Ik vind het wel heel ongezellig zonder jullie hoor’’, zegt ze tegen De Boer. Zij zwaaide laatst ook naar bewoners op het balkon. ,,Ze waren me gelukkig nog niet vergeten. Daar ben je dan toch bang voor.’’

Vrijdag 24 april

Gelukt! Het plan waar in de Blanckenborg al weken over wordt gesproken gaat volgende week in werking. Er komt een speciale ontmoetingsruimte waar bewoners en familie elkaar kunnen zien en spreken, gescheiden door plexiglas. De familie komt van buiten de ruimte in, de bewoner van binnen. Niemand komt met elkaar in contact.

De Boer heeft een drukke dag. Brieven opstellen aan bewoners, meedenken over de planning van familiebezoeken - waar natuurlijk wel begeleiding bij moet zijn. En nog wat dingen regelen voor maandag.

Op Koningsdag komt de burgemeester de vlag hijsen. Hebben ze toch een leuke feestelijke opening. De Boer had gehoopt dat de muziekvereniging ook iets kleins mocht doen, maar in georganiseerd verband mag niets. Het blijft bij één trompettist die het Wilhelmus speelt.

Zo moet De Boer weer iets nieuws verzinnen. Ze doet het graag. Het is waarom ze al veertig jaar in de Blanckenborg werkt: zorgen dat bewoners een zo fijn mogelijke tijd hebben aan het einde van hun leven. De dood, die hoort erbij. Als het leven daarvoor maar goed is geweest.

En het lukt, weet ze, om mensen blij en vrolijk te laten zijn. Ook in deze verdrietige tijd. Al is het maar eventjes, al zijn ze het misschien snel weer vergeten. Alles voor die glimlach.

menu