Anders zijn kan volgens Klaas Spekken alleen als je in de pas loopt en niet opvalt.

Zanger Klaas Spekken uit Groningen wil altijd uitblinken vanwege zijn homoseksualiteit: 'Om toch maar het gevoel te krijgen dat je gezien en geaccepteerd wordt'

Anders zijn kan volgens Klaas Spekken alleen als je in de pas loopt en niet opvalt. Foto: Siese Veenstra

In de stroeve coronasamenleving waarin afstand de norm is, steekt discriminatie gemakkelijk de kop op. Want onbekend maakt onbemind. Vandaar een serie portretten van Groningers en Drenten die een stap extra moeten doen om de wereld bij te benen.

Vandaag deel 3: de Groningse zanger Klaas Spekken die vanaf zijn geboorte niet kon zijn wie hij was. Homoseksualiteit was een taboe.

Volkszanger Klaas Spekken (60) zingt in het Gronings. De stap van de musicalwereld terug naar zijn geboortegrond vond hij geen kleine. Maar hij had voor hetere vuren gestaan. Hij leerde in de loop van zijn leven dat hij zijn seksuele geaardheid niet meer onder stoelen of banken wilde steken. ,,Ik ben anders en ik wil graag anders zijn’‘, zegt hij.

Dat zouden veel meer mensen moeten doen, vindt Klaas.

Wie is er homoseksueel?

Tegenwoordig woont hij in Vlagtwedde. In 1960 werd hij geboren in Musselkanaal als tweede in een gezin van vier kinderen. Zijn vader was leidinggevende bij een busmaatschappij en had een hotel.

Op zijn elfde verhuisde hij naar Ter Apel. Sinds die tijd − een halve eeuw − is er niet zo gek veel veranderd: er rust volgens hem nog steeds een taboe op homoseksualiteit. Het is, zegt Klaas, geen gespreksonderwerp. ,,Ik ken volgens mij niemand uit Vlagtwedde die openlijk homoseksueel is.’’

Daardoor ontstaan leed en identiteitsworstelingen, denkt Klaas. Zoals hij zelf in zijn jeugd ervoer.

Als kleine jongen houdt hij niet van typische ‘jongensdingen’ als sport. Voetbal? Eigen goal. Gym? Vooral interessant in de kleedkamer. De andere jongens zien het weleens als hij kijkt. ‘Flikker’, schelden ze. Over zijn seksuele voorkeur praten ze thuis niet. Klaas is een man, dus valt hij op vrouwen en houdt hij van mannenhobby’s. Die redenatie.

Zijn vader heeft het er lastig mee. Het lukt hem nauwelijks contact te maken met Klaas, terwijl dat wel lukt met zijn andere zoon, die hij als zijn ‘echte zoon’ ziet. Klaas doet héél erg zijn best om aan de wensen van zijn vader te voldoen. Kleedt zich keurig, doet op school zijn best en vooral: loopt niet uit de pas. Het heeft amper effect; tussen hem en zijn vader blijft het behelpen. Dat zit hem zijn hele jeugd dwars.

Doe maar gewoon

Zingen en ook dansen, dat is waar hij zijn ei in kwijt kan. Klaas merkt dat hij er goed in is, vooral in zingen. Als hij zijn eerste krantenwijkje krijgt, noemt de buurt hem al snel ‘de zingende krantenjongen’. Het is zijn eerste ‘fame’. Erkenning. Aandacht. Acceptatie. Ook van meisjes; ze dansen graag met hem.

Klaas wil naar het conservatorium om nog beter te leren zingen, een ster te worden. Want als hij maar goed kan zingen, accepteren mensen hem en wat hij leuk vindt. Zijn vader steekt daar een stokje voor met de woorden: ,,Het conservatorium is niet voor ons soort mensen. Leer eerst maar een vak, dan zien we wel verder.’’

Het is pas sinds kort dat Klaas zijn jeugd goed kan plaatsen. Hij las het boek Confettiregen van Splinter Chabot, die daarin schrijft over zijn homoseksualiteit. Klaas herkent zich in Chabots relaas. Hoe Chabot, die van glimmende dingen houdt, op een dag op school komt met een oorbel in en wordt uitgelachen. ,,Dat was voor hem de eerste keer dat hij merkte dat je niet wordt geaccepteerd als je anders bent.’’

Streven naar de top

Klaas: ,,Ik was altijd onbewust aan het compenseren.’’ Door toch thuis te komen met vriendinnetjes, bijvoorbeeld, en de beste van de klas te zijn. ,,Om maar het gevoel te krijgen dat je gezien en geaccepteerd wordt.’’ Hij ziet dat ook bij veel homo’s die hij later ontmoette. ,,Dat wordt eigenlijk een soort onderdeel van je identiteit. Je bent altijd bezig met beter worden dan een ander.’’

Dat streven leidde ook tot mooie dingen, denkt hij: als hij niet altijd het beste uit zichzelf had gehaald, was hij nooit naar het conservatorium gegaan en had hij niet aan tal van musicals meegedaan. ,,Dat zijn dingen waar ik trots op ben en waar ik hard voor heb moeten werken.’’

Klaas herinnert zich goed het moment waarop hij uit zijn geboortestreek vertrok. Vanuit zijn zolderraampje keek hij uit over Ter Apel. Hij had net naar zijn favoriete tv-programma Toppop gekeken. Hij zong voor een onzichtbaar publiek zijn versie van een liedje dat hij net gehoord had. ,,Volgens mij ben ik echt heel goed’’, dacht hij stiekem. ,,Gaat mijn talent hier in Ter Apel niet verloren? Wat doe ik hier nog?’’

Wijn op tafel? ‘Oh, shit...’

Klaas was 17 toen hij besloot te vertrekken. Hij stapte op de trein naar Den Helder om in de zorg te werken. Zijn vader bracht hem naar het station en drukte hem de hand, zoals hij dat de jaren erna steevast zou doen. Het duurde niet lang voordat Klaas in Noord-Holland een nieuwe vriendengroep had. Hij zag hoe zij gingen samenwonen. Hij hunkerde er zelf ook naar, maar wilde niet toegeven aan zijn homoseksualiteit.

Hij ontmoette een vrouw met wie hij vier jaar samenwoonde. ,,Dan kwam ik thuis en stond er een fles wijn op tafel. ‘Oh shit, ik moet vanavond weer’, dacht ik.’’ Zij was smoorverliefd, had het over kinderen krijgen. ,,Ik vond het vreselijk, maar op een gegeven moment moest ik zeggen dat ik jongens leuker vond.’’ Hij was 27.

Hij treinde naar huis, vol zenuwen. Hoe zouden zijn ouders reageren? Het hele weekend hikte hij ertegenaan. Pas op zondagavond, toen ze voor de buis zaten, kwam het hoge woord eruit. ,,Ach kind, dat wist ik toch allang’’, zei zijn moeder. Vader stond op, pakte de riem van de hond: ,,Mijn kinderen kunnen ook nooit eens normaal doen.’’ Met die woorden trok hij de deur achter zich dicht. Een halfjaar lang gaf hij Klaas geen hand meer. ,,Het was toch een soort schande.’’

Terug in Noord-Holland werd hij met open armen ontvangen in het COC, de club voor homoseksuelen. Daar ontfermde een barman zich over hem, praatte met hem en liet hem kennismaken met de gayscene. Het duurde niet lang of Klaas had zijn eerste vriend, daarna volgden er meer. Eindelijk kon hij leven zoals hij wilde, goede dingen kwamen op zijn pad. Hij werd ‘gescout’ door een zanglerares toen hij op straat stond te zingen: ,,Je hebt een prachtige stem’’, zei ze, ,,maar je gebruikt ’m helemaal verkeerd.’’ Hij volgde aan het conservatorium de zangopleiding en rolde de muziek- en musicalwereld in.

Trots op zijn zoon

Daar was Klaas succesvol. Hij werkte vaak zes dagen in de week, soms zeven als hij ook zangles gaf. Stond op de planken in Carré en draaide mee met de beste zangers van Nederland. De competitie vond hij hard.

Thuis legde hij de problemen bij. Toen collega’s van zijn vader lachten om de geaardheid van Klaas, nam zijn vader het voor hem op.

Nadat hij de voorstelling Annie, the musical 344 keer had opgevoerd, begon hij te twijfelen. Hij miste de spanning van alleen op het podium staan, dat het om zíjn prestatie ging, om hem. ,,Waarom zing ik eigenlijk nooit in het Gronings?’’ vroeg hij zich af op zijn veertigste.

Hij probeerde het; uitverkochte theaters en een lange discografie waren het resultaat. ,,Mijn vader hield alles bij, hoe vaak ik optrad en op RTV Noord te horen was. Als ik optrad, zag ik hem vaak in het publiek zitten, altijd met een traan.’’

Hij heeft als kind nooit een blanco vel kunnen zijn dat hij zelf inkleurde: de kaders waren al gezet toen hij werd geboren, legt hij uit. Dat is volgens hem nu bij veel mensen nog het geval. Bij ouders die bepaalde verwachtingen van hun kinderen hebben. En ook bij kinderen zelf, die denken dat zij moeten zijn zoals hun ouders. Er is te weinig aandacht voor mensen die anders zijn, ze mogen bovendien niet opvallen, zegt Klaas. ,,Je mag niet uit de pas lopen. De ergste vorm van discriminatie voor iedereen die anders is, is dat je het er niet openlijk over kunt hebben.’’

menu