Amateurarcheoloog Aldwin Wals met zijn metaaldetector op de akker.

Amateurarcheoloog Aldwin Wals zoekt in Noord-Groningen met metaaldetector naar mooie spullen en vond het gouden geheim van Loppersum

Amateurarcheoloog Aldwin Wals met zijn metaaldetector op de akker.

Amateurarcheoloog Aldwin Wals (48) uit Noord-Groningen meldde honderden vondsten aan bij de PAN : vingerhoedjes, mantelspelden, gespen en …. een goudschat.

De schijf van de metaaldetector zwiept ritmisch van links naar rechts over de akker. Bleekgele stoppels van vers geoogste tarwe steken uit de kleigrond. Krijtwitte wolkslierten drijven in een harde, blauwe lucht. Aldwin Wals (48) luistert aandachtig naar de nerveuze piepjes die de schijf naar zijn koptelefoon stuurt. Hij negeert ze, hij wacht op ‘die mooie piep’. Een piep die misschien een gouden munt oplevert. Of het lipje van een colablikje.

De schijf scheert enkele centimeters boven de grond, alsof een onzichtbaar krachtveld voorkomt dat de detector de aarde raakt. Aldwins rechterarm die de een kilo zware detector vasthoudt, is zichtbaar gespierder dan zijn linker. Zijn ogen speuren de grond af. Da’s niks, een steen. Maar dat dan? Zijn hand schiet naar beneden, raapt een scherfje op en hij bestudeert het enkele seconden. Kogelpotaardewerk, middeleeuws. Met een gebaar die routine verraadt, stopt hij het in de tas die aan zijn riem hangt.

Amateurarcheologen zijn terughoudend over vindplekken

Zoals bijna alle amateurarcheologen die met een metaaldetector zoeken, is hij uiterst terughoudend met wie hij zijn ‘vindplekken’ deelt. Op concurrenten zit hij niet te wachten. Hij kijkt even naar de zon die hoog aan de hemel staat. Een vogel of het geluid van een trekker verbreekt af en toe de stilte. Verder is hij helemaal alleen. Hij geniet, vooral als hij na zijn werk – hij is kok in een verzorgingshuis – er nog even snel met zijn detector op uittrekt en meemaakt hoe de zon van geel naar roodoranje kleurt en langzaam wegzakt.

Hij struint liever over akkers dan over weilanden, hij wil de grond zien. De kok leeft het ritme van de boeren. Hij weet wanneer zij hun gewassen oogsten, zoals nu. De aardappels zijn gerooid, de tarwe is er weer af. In het najaar gaan de bieten eruit. Als het land weer zichtbaar is en nat van een regenbui, legt hij zijn metaaldetector in de kofferbak.

Hij heeft een goede verstandhouding met de boer die eigenaar is van de grond, een oude wierde die licht glooiend op de klei rust. De landbouwer heeft een zwakke plek voor geschiedenis en vindt het prachtig wanneer Wals weer iets onvoorstelbaar ouds uit zijn akker schraapt. Het is een verslaving. ,,Een voorwerp vasthouden waarvan je weet dat het honderden jaren geleden voor het laatst door een mens is aangeraakt, is een ongelooflijk gevoel.’’

Het verschil tussen een mooie en een nerveuze piep

De verslaving begon in de moestuin van zijn opa. ,,Af en toe vond je dan iets: een gespje of zo. Een vriendje van me had een metaaldetector en samen trokken we dan de velden in. Je had nog geen internet, dus ik begon boeken over archeologie en geschiedenis te lezen. Hoe zag het landschap er vroeger uit? Welke gebieden zijn archeologisch waardevol? Hoe weet je wat je hebt gevonden?’’

Hij vindt veel rotzooi: dopjes, blikjes, stukjes lood. Hij maakt een wegwuifgebaar. ,,Man, ik vind me toch een troep! Vooral in het begin want dan weet je nog niet zo goed hoe je een bepaald geluid van de detector moet interpreteren. Maar je leert al snel wat een mooie piep is. Toch levert ook dat niet altijd wat op hoor.’’

Het goud was toen het best bewaarde geheim van Loppersum

Zo hoorde hij tijdens een zoektocht de ene na de andere mooie piep. ,,Maar ik vond echt niks. Zelfs geen stukje lood of zo. Ik snapte er helemaal niks van, want dat ding bleef maar piepen. En toen snapte ik het. Ik had nieuwe laarzen gekocht en daar zaten stalen neuzen in. Tja.’’

Rijk wordt je er niet van

Hij bezit inmiddels een omvangrijke collectie die vele eeuwen beslaat. Rijwielbelastingplaatjes uit de jaren 30 liggen in een van de lades van de archiefkast die nog lichtjes naar kamfer ruikt om de vlinderverzameling, een hobby van de vorige eigenaar, tegen motten te beschermen. Keurige ronde loden balletjes die in een vorige eeuw uit de loop van een pistool of jachtgeweer schoten. Een ander bolletje, dat nauwelijks van de kogels is te onderscheiden, zat ooit vast aan een visnet en diende als verzwaring. Een steen met drie merkwaardige gaatjes was een mal voor het gieten van knopen. Soms zag hij meteen wat hij uit de grond haalde. Soms had hij hulp nodig. Zoeken naar vraagtekens, zo noemt hij het.

,,Ik doe het niet voor het geld.’’ Hij zegt het zorgvuldig en met nadruk. ,,Je hebt mensen die er ’s nachts op uit gaan en zonder toestemming van de grondeigenaar gaan zoeken. Doe ik niet. Dit doe je niet voor het geld. Veel mensen denken dat je hier behoorlijk mee verdient. Is absoluut niet zo. En als ik iets waardevols vind en verkoop, dan gaat de helft naar de eigenaar van het land. Maar dat gebeurt praktisch nooit. En als je in opdracht werkt, krijg je in principe niks. Zo zijn de regels.’’

En da’s niet altijd fijn.

Het geheim van Loppersum

Vier jaar geleden helpt hij bij een archeologisch onderzoek tijdens rioleringswerkzaamheden in Loppersum. ,,MUG Ingenieursbureau vroeg of ik mee wilde helpen. Het was maandagochtend 5 september. We waren bezig in de Burgemeester van der Munnikstraat. Het was schafttijd en de rioolwerkers zaten te eten zodat de archeoloog en ik rustig de tijd hadden om de plaats waar zojuist de oude rioolbuis was verwijderd te inspecteren. Ik haalde mijn detector even over een stuk grond en ik hoorde een mooie piep.’’ Hij pakt zijn schep. ,,Voor ik het wist had ik een gouden munt in mijn hand. Daarna vond ik er nog een.’’

loading  

Een deel van de opgegraven grond ligt dan al in een vrachtwagen, om later bij een boer te worden gestort. Hij kijkt naar de vrachtwagen waar de grond voor het depot in ligt. Ook de belangstelling van de archeoloog is gewekt. Een munt zegt niet zoveel, die kan iemand gewoon hebben verloren. Maar twee? Wie weet liggen er daar nog meer.

Wals: ,,Ik wist waar de grond werd gestort. Ik reed achter de wagen aan en ik ging op zoek. Na een paar uur had ik negentien gouden munten.’’ Ze besluiten hun vondst stil te houden en verder te zoeken. ,,Goud doet rare dingen met mensen. Laat ik het daar op houden.’’

Drie dagen lang scant, zoekt en graaft hij in de gestorte grond. Ook het onderzoek in het centrum gaat gewoon door. Inwoners kijken vanachter de hekken met opgetrokken wenkbrauwen toe. ,,Ze vroegen voor de grap of we al goud hadden gevonden. Of we wel wisten dat Loppersum een armlastige gemeente was.’’ Hij grijnst. ,,Maar we hielden onze mond. Het goud was toen het best bewaarde geheim van Loppersum.’’

49 goudguldens

Dan wordt de vondst na enkele weken officieel naar buiten gebracht. De muntschat telt 49 goudguldens uit de zestiende eeuw. De oudste is tussen 1470 en 1480 geslagen. Ze komen uit Duitse deelstaten en steden, zoals Keulen, Hamburg, Neurenberg, Brandenburg en Bonn en zijn uitgegeven uit naam van verschillende keizers, onder wie Karel V, Rudolph II en Maximiliaan II. Veel munten dragen de beeltenis van een heilige.

loading  

Ook wordt er nabij de munten een penning met de beeltenis van een Tudor roos gevonden, het symbool van het gelijknamige koningshuis in Engeland. Officieren droegen deze penningen als een militaire onderscheiding. Maar eh, wat deden Engelse officieren in de zestiende eeuw in Groningen? Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) probeerde het Staatse leger tijdens het Schansenbeleg van Groningen (1588 – 1594) de Spaansgezinde stad in te nemen (uiteindelijk lukte dit in 1594 met de Reductie van Groningen). Engelse troepen maakten deel uit van het Staatse leger.

Archeologen vermoeden dat er in de zestiende eeuw aan de Lagestraat in Loppersum een huis van een welvarende handelaar stond die gerst naar Duitsland verscheepte en daar bier kocht om in Nederland te verkopen. De schat werd na 1592 verborgen, wellicht uit angst voor plunderingen door Staatse troepen. Een Engelse militair verloor mogelijk hierbij zijn Tudor penning.

loading  

Wals: ,,Dit was de vondst van mijn leven. Dat durf ik rustig te zeggen. De kans is groot dat ik zoiets nooit meer vind.’’ De munten vertegenwoordigen een lief sommetje. ,,Maar nee, daar kreeg ik helemaal niks van. Ik werkte in opdracht. Maar dat vind ik helemaal niet erg hoor. Bovendien zou ik die munten niet graag in huis hebben.’’

Overigens: van de 49 goudguldens bleken er later twee vals te zijn. ,,Valsemunterij uit de 15de en 16de eeuw dus.’’

Hij wandelt verder over de akker. Een schril geluid als van een eend die helium inademde, klinkt in zijn koptelefoon. Hij houdt stil. Dit is een mooie piep. Hij slaat met zijn detector een kruis over de grond om de positie beter te bepalen. Hebbes. Met zijn laars maakt hij een kuiltje dat hij met een schep wat uitdiept. Hij pakt zijn rode pointer die het formaat van een zaklantaarn heeft en begint in de grond te porren. De pointer protesteert met licht gekraak dat Wals precies vertelt waar het metaal ligt. En dan ligt er een minuscuul muntje in zijn handpalm. ,,Een middeleeuwse penning! Mooi toch?’’

menu