Amin Nabute wil graag dat er meer gepraat wordt met elkaar. De vluchteling uit Eritrea moest in Nederland alles vragen. Een luisterend oor vond hij op weinig plekken.

Amin Nabute uit Eritrea moest alles vragen om Nederland te leren kennen. Nu helpt hij in Groningen de veelal getraumatiseerde vluchtelingen integreren

Amin Nabute wil graag dat er meer gepraat wordt met elkaar. De vluchteling uit Eritrea moest in Nederland alles vragen. Een luisterend oor vond hij op weinig plekken. Foto: Siese Veenstra

In de stroeve coronasamenleving waarin afstand de norm is, steekt discriminatie gemakkelijk de kop op. Want onbekend maakt onbemind. Vandaar een serie portretten van Groningers en Drenten die een stap extra moeten doen om de wereld bij te benen. Vandaag deel 7: Amin Nabute uit Eritrea, die alles moest vragen.

Hoe oud hij is? Nabute moet er even over nadenken. ,,In Eritrea vieren wij onze verjaardag niet. Alleen het eerste jaar en als je geluk hebt het tweede.’’ Hier doet hij het anders. Iedereen mag zijn verjaardag vergeten, maar de derde verjaardag van zijn oudste dochter vierde hij wel. ,,Ik ben altijd voor de helft in Eritrea. Maar dit is haar land.’’

Hij leeft in zijn hoofd in twee werelden. Aan de ene kant bouwt hij in Nederland een leven op, aan de andere is hij altijd bezig met zijn geboorteland en legt hij geld opzij voor als een familielid Eritrea besluit te ontvluchten. Hoeveel geld dat is, wil hij niet zeggen. Hij vindt het te persoonlijk. ,,Wij maken ons zorgen over onze familie. Zij moeten op een gegeven moment ook vluchten.’’

De weg is gevaarlijk. Militairen kunnen je oppakken en gevangen zetten, al voor je het land uit bent. Op zee kun je verdrinken. Anderen belanden in de handen van slavenhandelaren. Ze worden verkracht. Daarna vermoord voor hun organen.

Met geld kun je er soms voor zorgen dat iemand veilig is, legt hij uit. ,,Iedereen doet er wat aan, dat is een soort verplichting.’’

Leren tandenpoetsen

Nabute doet zijn verhaal in een kantoortje van zijn werkgever Helios Solutions in Groningen. Van daaruit helpt hij de veelal getraumatiseerde vluchtelingen integreren in Nederland. Het bedrijf geeft onder meer advies over opvoeden in twee culturen. Eritrea is moeilijk te vergelijken met Nederland. Zo heeft lang niet iedereen een koelkast, stromend water of licht.

Soms zijn het simpele, haast kinderlijke zaken die hij moet uitleggen. ,,Van leren tandenpoetsen tot de waterstand doorgeven. Het leven is hier heel anders dan in Eritrea.’’

Eén onderwerp heeft altijd de overhand als zijn landgenoten hem vragen stellen. ‘Waar vind ik werk?’

Vals paspoort

In 2011 vloog hij vanuit Athene met een vals paspoort naar Nederland. Het was zijn zoveelste poging om Griekenland te verlaten, waar hij anderhalf jaar hutjemutje met dertien mensen in een eenkamerappartement woonde. ,,In een slaapkamer sliepen vier mensen, de rest lag overal.’’

Opeens was dat voorbij. Hij liep Schiphol uit, Amsterdam in. Na drie jaar vluchten kon hij asiel aanvragen.

Voor Nabute was het moeilijk om Griekenland te verlaten. Hij heeft met verschillende valse paspoorten geprobeerd verder te reizen. Zweden, Finland, Italië; iedere keer mislukte het. Waarom de laatste vlucht van Athene naar Amsterdam wel lukte? ,,Dat is geluk, je weet niet van tevoren wanneer het zal lukken.’’

Bij de geheime dienst

Ongeveer 10 procent van de asielaanvragen in Nederland in 2018 en 2019 kwam van vluchtelingen uit Eritrea. Respectievelijk zo’n 4000 en 2500 mensen. Inwoners van het land willen weg omdat het er onveilig is, vertelt Nabute. Wie kritiek heeft op het regime, wacht gevangenschap en marteling. Maar volgzame inwoners zijn volgens hem evenmin veilig. De willekeur regeert. ,,Je bent er niet van jezelf. Toekomst, dromen, een mening: je kunt het allemaal vergeten.’’

Nabute geeft een voorbeeld. Hij haalde zijn staatsexamen voor het hoger onderwijs niet. Volgens hem slaagt er van de duizenden examenkandidaten slechts een handjevol. Ook dat is het regime. De staat bepaalt wie wat doet. Zo moest Nabute bij de geheime dienst werken. Dat wilde hij niet: ,,Ik deed helemaal niets.’’

Hij kreeg het aan de stok met zijn baas en wist: het is een kwestie van tijd voordat ze me ’s nachts uit huis halen en vastzetten. Ogen en oren van de geheime dienst waren overal; zelfs zijn moeder vertelde hij niet dat hij ging vluchten. ,,Het was de grootste beslissing die ik ooit nam.’’

Hij liep 322 kilometer naar Soedan. Vandaar vloog hij naar Saudi-Arabië en Turkije. Smokkelaars verkochten hem er een plek op een opblaasboot. ,,Die was voor acht mensen gemaakt, we zaten er met 28 op.’’

De smokkelaars wezen naar een eilandje in de verte: die kant moesten de vluchtelingen op. Halverwege bleek het bootje te zwaar beladen, alle bagage moest overboord. ,,Ik had niets meer.’’

Het nieuwe, vreemde Nederland

Nabute huurt nu een appartement in de wijk Selwerd in Groningen. Hij heeft werk. Zijn tweede dochtertje is twee maanden geleden geboren en hij denkt erover te gaan samenwonen met zijn vriendin. Ze komt ook uit Eritrea. Ze leerden elkaar kennen toen een bekende Nabute belde en aan hem vroeg of hij haar wilde laten kennismaken met de stad Groningen. Ze kende er niemand.

De onbekendheid doorbreken is een rode lijn bij veel vluchtelingen, ziet Nabute. Ook bij hemzelf. Aangekomen in Nederland hopte hij van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum, vooral in het zuiden van Nederland. Hij moest soms lang wachten op duidelijkheid, de onwetendheid vond hij stressvol en slopend. Met zijn vader, die in Groningen woonde, had hij telefonisch contact. Die kon hem soms wat uitleggen. Nabute lacht. Zo voorkwam zijn vader op het nippertje dat Nabute aftershave opdronk; de etiketten waarom allemaal in het Nederlands. ,,Ik moest alles vragen.’’

Nederland erkent Eritrea als een onveilig land. Daarom kreeg Nabute binnen enkele maanden een verblijfsvergunning en belandde hij via het oude azc in Oude Pekela uiteindelijk in de stad. Makkelijk vond hij het niet. ,,Niemand begroette mij. Dat vond ik eenzaam.’’

Oordopjes

Waar in Eritrea en Soedan mensen elkaar op straat toeriepen, werd hij hier geconfronteerd met oordopjes. Op straat keken mensen verrast op als Nabute iets vroeg. ,,Ze waren er niet klaar voor om met mij te praten. Voor mij voelde dat hard. Ik vond het moeilijk, terwijl ik dacht: dit is mijn land, dit land beschermt mij en gaat mij helpen.’’

Daarom bleef hij vragen. Een lichtpuntje was als zijn vader vrij was van zijn werk. Met hem had hij het dan over politiek of hij keek naar Nederlandse films. ,,Om gewoon bezig te zijn met Nederland. Hoe lachen de mensen, hoe praten ze? Wat vinden ze belangrijk?’’

Waar hij naar uitkeek was de donderdagmiddag. Dan ging hij naar het Taalcafé van Humanitas. ,,Ik bereidde het altijd erg goed voor. Het was de enige plek waar ik in contact kon komen met mensen. Zij kwamen om met mij te praten. Mannen, vrouwen. Jonge mensen, oude mensen. Zo mooi.’’ Hij is dankbaar voor die gesprekken, hij leerde er veel en het doorbrak zijn eenzaamheid.

Tijdens zijn inburgering moest hij telkens zelf op zoek naar hoe Nederland werkt, blikt hij terug. Terwijl de taal erg lastig is. Nabute ziet die worsteling terug bij andere vluchtelingen. ,,Veel Jongeren en kinderen hebben daardoor verkeerde informatie.’’ Zolang zij die maar aan elkaar herhalen, wordt dat vanzelf ‘waarheid’, ziet Nabute.

Als voorbeeld noemt hij hoe moeders bemoeienis vrezen van instanties. ,,Vrouwen denken dat de kinderbescherming hun kind afpakt als zij iets fout doen.’’ Zij vragen dan niet of laat om hulp.

‘Praat met elkaar’

Nabute merkt weleens dat vluchtelingen zich negatief uitlaten over Nederlanders. ,,Dan zeggen ze dat Nederlanders racistisch zijn. Ik zeg dan dat ze dat helemaal niet kunnen weten, omdat ze die Nederlanders helemaal niet gesproken hebben, niet kennen.’’ Volgens hem is het gebrek aan contact tussen verschillenden bevolkingsgroepen het probleem. ,,Daardoor belanden mensen in een isolement. We moeten meer met elkaar praten.’’

En wat nou als mensen wel racistisch zijn en discrimineren? ,,Dan ga je naar de volgende mensen’’, zegt Nabute.

Aan de situatie in Eritrea denkt hij weinig te kunnen veranderen. En hij is te lang weggeweest, zijn leven daar is verdwenen. Voor een derde keer een nieuw leven opbouwen ziet hij niet zitten. ,,Het is te moeilijk. En als het je goed gaat en je gewend bent aan Nederland, waarom zou je dan teruggaan? Nederland is nu mijn land en dat van mijn dochters.’’


De serie ‘Bekend maakt bemind’ maken we samen met het Discriminatie Meldpunt Groningen en CMO STAMM in Drenthe en is een afgeleide van het Groningse project ‘Verhalen van Nu’. Meer informatie over discriminatie of zelf melding maken: www.discriminatie.nl

menu