Arbiter: wel schade in Groningen na beving

De schade aan een woning in Groningen is waarschijnlijk deels een gevolg van de aardbeving bij Garmerwolde op 30 september 2014.

Die beving had een kracht van 2.8 op de Richterschaal en het epicentrum was hemelsbreed 8234 meter van het pand in Groningen. De Arbiter Aardbevingsschade mr. P. Schulting constateert dat er vermoedelijk een relatie is tussen die bodemschok en schade aan het Groninger woonhuis.

Geen hard bewijs

Die constatering is bijzonder omdat er geen hard bewijs is dat de schade een gevolg is van bodembeweging. De Arbiter spreekt over een ‘bewijsvermoeden’.

De bewoner, die het huis uit 1928 in 2012 kocht, meldde eind vorig jaar schade bij het Centrum Veilig Wonen (CVW). Een onderzoek had veertien scheuren in het huis aan het licht gebracht, zowel binnen als buiten. Een deel van die scheuren zou door bevingen zijn veroorzaakt en een deel is daardoor verergerd, aldus de woningeigenaar.

In opdracht van het CVW onderzocht een schade-expert de woning en constateerde dat er geen verband is tussen de gemelde schade en aardbevingen. In plaats daarvan zou het malheur zijn veroorzaakt door ‘zetting, krimp, doorbuiging en corrosie’.

Gedeeltelijk gelijk

Een door de bewoner ingeschakelde contra-expert stelt echter dat een deel van de schade wel degelijk heeft te maken met aardbevingen. Herstel kost volgens hem ruim 8.000 euro.

De bewoner krijgt nu gedeeltelijk gelijk van de Arbiter. Die constateert dat het vaak moeilijk is om vast te stellen of schade al dan niet door een aardbeving is veroorzaakt. ,,Het kan onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn om, indien er sprake is van schade die naar haar aard door een aardbeving veroorzaakt zou kunnen zijn, een bewijsvermoeden te hanteren.’’

Bovendien wijst hij er op dat er zich in de provincie Groningen een groot aantal aardbevingen heeft voorgedaan en nog steeds voordoet. Daarbij is sprake van veel soortgelijke schade als die in de woning van de Groninger.

Overleg

Nu de NAM het vervolgens niet aannemelijk kan maken dat de schade een andere oorzaak heeft, vindt de Arbiter het gerechtvaardigd af te wijken van de regel ‘wie stelt, bewijst’. Bij dit rechtsprincipe geldt dat wie iets beweert, dat ook moet onderbouwen met bewijs.

Voor een deel van de schade hoeft de NAM de woningeigenaar overigens niet schadeloos te stellen, omdat de man bij het ontstaan van die schade nog geen eigenaar was van het huis.

Gevolg van de uitkomst is dat de woningbezitter nu met de NAM moet overleggen over de kosten van het herstel. Lukt het de partijen niet het hierover eens te worden, dan kunnen ze weer naar de Arbiter stappen.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.