Australische architect thuis in Groningen

De beroemde Australische architect Feiko Bouman herontdekte zijn geboortestad door Groningstalige popmuziek. Vandaag presenteert hij in Groningen zijn autobiografie.

Waar en wanneer ter wereld ook – altijd is Feiko Bouman (Groningen, 1944) te herkennen aan zijn bos haar. Het rossige heeft plaatsgemaakt voor wit en hoewel wat dunner groeit het nog immer alle kanten op. Onstuimig als Bouman zelf.

In puin

Vandaag ziet zijn boek Omgekeerde wereld - wanordelijke kroniek van een architect het levenslicht. Daarin verhaalt de beroemde architect uit Australië op luchtige en onderhoudende wijze over het pad dat hij bewandeld heeft.

Zijn eerste voetstappen liggen in Groningen, om precies te zijn aan de Brugstraat waar hij tot zijn zevende woonde. Hij herinnert zich de kleuterschool aan de Agricolastraat, het huis van zijn oma aan de Popkenstraat, de kwekerij van zijn opa achter de Zuiderbegraafplaats en de zondagse fietstochtjes naar Norg, waar zijn tante een vakantiehuisje had.

Zijn ouders besluiten na twee wereldoorlogen en een crisis het geluk elders te zoeken, ook omdat Groningen zeven jaar na de oorlog nog steeds in puin ligt. Ze verkiezen, temperatuurtechnisch, Australië boven Canada en in 1952 stappen ze met hun drie kinderen op een schip om zes weken later te arriveren in Sydney. Aan boord leert Feiko zwemmen in een zoutwaterbad.

Taal in modern jasje

Hij zwemt nog steeds, liefst dagelijks. Het hoort voor hem bij Australië, waar zijn ouders vlak bij het strand een huis laten bouwen. Bouman raakt verknocht aan de zee, voelt zich op en top Australiër en Groningen is al gauw iets uit een ver verleden.

Dat blijft decennia zo, jaren waarin Bouman zich ontwikkelt tot een architect van naam. Hij ontwerpt een museum dat bekend staat als The Opera House of the outback en dat geopend wordt door de Engelse koningin Elizabeth. Even gemakkelijk creëert hij bibliotheken en appartementen, allen te herkennen aan Boumans organische stijl.

Groningen bezoekt hij alleen om familieleden te zien. Tijdens zo’n bezoek, een jaar of zes geleden, spitst hij ineens zijn oren als hij via de radio Groningstalige popmuziek hoort. ,,Dat deed me denken aan de taal die ik mijn ouders hoorde spreken, in een modern jasje.’’ Bouman blijkt weg te zijn van Harry Niehof, Bert Hadders en Edwin Jongedijk. Hun muziek schalt ook thuis in Australië geregeld uit zijn speakers.

Groningen bruisend

De muziek maakt hem nieuwsgierig naar de stad van zijn vroegste jeugd die hij ineens met andere ogen gaat bekijken. ,,Ik vond Groningen interessant en bruisend. Het is er niet te groot, niet te klein, de straatjes in de binnenstad bleek ik nog te kennen uit mijn kindertijd. Ik ging naar de cafés en belandde in café Marleen waar ik de Groningstalige muzikanten trof.’’

Groningen wordt zijn tweede thuis. Elk jaar verblijft hij er met zijn vrouw Pamela enkele weken. Hij wandelt er, fietst er, heeft er zijn vrienden en zijn favoriete cafés. En hij schrijft er aan zijn memoires.

Die beslaan zijn Groningse roots, zijn leven als succesvol architect in Australië en zijn hernieuwde kennismaking met Groningen. Vandaag om 16.00 uur presenteert hij de Nederlandse versie (vertaling Harry Niehof en Herman Grimme) van zijn boek in café De Beurs. En later, thuis in Australië, volgt de Engelse versie.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.