Evert Galama (105) overleefde als kind de Spaanse griep. Nu maakt hij de coronacrisis mee.

Evert Galama (105) verloor zijn moeder aan de Spaanse griep, nu nog herinnert hij zich het geluid van de scharnieren van haar doodskist

Evert Galama (105) overleefde als kind de Spaanse griep. Nu maakt hij de coronacrisis mee. Foto: Marnix Schmidt

Als kind overleefde de nu 105-jarige Evert Galama de Spaanse griep. Zijn moeder Jetske overleed aan het virus dat kort na de Eerste Wereldoorlog wereldwijd tientallen miljoenen slachtoffers eiste. Na een lang leven, dat hem als KLM-steward overal bracht, maakt de oud-inwoner van het Friese dorp Dedgum nu ook de coronapandemie mee. ,,Ik houd me maar rustig. Op mijn leeftijd heeft een mens geen haast meer.’’

Evert Galama wandelt opvallend kwiek naar de huiskamer van zijn twee-onder-een-kapwoning in Bunnik, waar een spreuk op een wandbord aan de muur in het oog springt.

‘Age is a matter of mind,

If you don’t mind,

it does not matter’

105 jaar oud is hij nu. Hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen? ,,Je moet niet overal een probleem van maken’’, zegt de hoogbejaarde monter. ,,Problemen zijn er zo ook wel.’’

Hij heeft nog maar één oog en het gehoor is ,,heel slecht’’, maar verder heeft hij geen klagen. Met een loep en een felle lamp erbij kan hij de krant nog lezen. Tot zijn honderdste reed hij zelf in de auto naar zijn familie in Tjerkwerd, met fietsen stopte hij iets eerder. Anderhalf uur aan een stuk wandelen is nog altijd geen probleem. ,,De heup, de knieën; alles is nog goed. Ik red me wel.’’

Galama gaat zitten en trekt zijn mondkapje recht. ,,Dat gelazer met dat ding’’, moppert hij goedmoedig tegen zijn huishoudster Erica die, ook met een mondkapje op, thee komt brengen. Hij lacht naar de verslaggever die, eveneens gemaskerd, op ruim twee meter afstand heeft plaatsgenomen. ,,Het gaat een beetje anders dan anders, is het niet?’’

Het is ook al wat. Een kloof van ruim een eeuw gaapt er tussen de vorige en de huidige wereldpandemie en hij maakte ze allebei mee, de eerste aan den lijve. Als 6-jarige lag Evert Galama in februari 1922 ziek in de bedstee op de boerderij van zijn grootouders aan de Himdyk, bij Tjerkwerd. Hij had longontsteking. Zijn moeder lag thuis ziek in bed.

,, Mem is datzelfde jaar gestorven, waarschijnlijk aan de Spaanse griep’’, zegt Galama. Het virus woedde wereldwijd vooral in de jaren 1918 en 1919, maar eiste ook in 1920 nog slachtoffers en vermoedelijk ook nog erna. Een vijfde van de toenmalige wereldbevolking raakte besmet, in totaal een half miljard mensen. De meest voorzichtige schattingen komen op 20 tot 40 miljoen doden. ,,Helemaal zeker ben ik er niet van, maar we denken dat het ook bij mij een staartje van de Spaanse griep is geweest.’’

loading

Hij herinnert zich niet meer hoe hij zich voelde, ook niet wat hij dacht, wie er bij hem was. Hij was te jong. Wel dat een stel zwijgzame mannen uit het dorp op een koude, natte winterdag de kist met het stoffelijk overschot van zijn moeder naar hem toe brachten. Ze kwamen ermee aangelopen door de drassige weilanden en zetten de kist naast de bedstee neer. Zo kon hij afscheid van haar nemen. Bijna een eeuw later kan Evert Galama zich nog steeds heel scherp het geluid herinneren van de scharnieren die werden losgeschroefd, het deksel dat omhoog ging.

Vliegtuig

Evert Hugo Galama kwam op 3 september 1915 ter wereld op een boerderij aan de Krabbedijk in Dedgum, als tweede kind van Ysbrand Hayes Galama en diens eerste vrouw Jetske Wybenga. Broer Haye was een jaar ouder. Na Evert volgden Gatske (1916), Martha (1918), Michiel (1919) en Hugo (1921). De jongste kwam exact een jaar voordat mem Jetske op 37-jarige leeftijd stierf.

Zijn meest tastbare herinnering aan zijn moeder moet van vóór 1920 dateren. Hij was een jaar of vier toen hij voor het eerst in zijn leven een vliegtuig zag. Het toestel vloog boven de boerderij, het was een wonder. Evert rende naar binnen om zijn moeder te halen. ,,Ik had zoiets natuurlijk nog nooit gezien, dus ik riep naar haar: ‘Mem, er is zo’n raar vreemd ding daarboven, kom gauw mee’.’’ Toen ze buiten waren, keken ze samen naar de lucht. Daar was niets meer te zien. ,,Het was alweer weg. Ze heeft niets gezien.’’

Thuis waren ze katholiek. Dedgum, Tjerkwerd, Blauwhuis; het waren katholieke enclaves in een protestantse omgeving. Op zondag gingen ze naar de kerk. Nu, een eeuw nadien, zou hij dat nog steeds doen als er geen coronacrisis zou zijn. Maar om nu te zeggen dat hij gelooft in een leven na de dood?

,,Ik weet het niet. Er is nog nooit iemand teruggekomen. Toch denk ik wel dat er iets moet zijn. Waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe? Dat vraag ik me dan af. Al die sterren, waar komen ze vandaan?’’ Lachend: ,,Maar ik hoef nog geen antwoord, ik wil hier nog graag even blijven. Ik vind het leven nog heel mooi. Mijn broers en zusters zijn ook heel oud geworden. We hebben vast sterke genen.’’

De jonge Evert wilde boer worden, net als zijn vader. Het was zijn lust en zijn leven. Ze molken een 35-tal koeien. Vader Galama was een vooruitstrevend man die het avontuur niet uit de weg ging. Hij beschikte als een van de eersten over een melkmachine, een Alfa Laval. Daarmee konden vijftien koeien tegelijk worden gemolken. Hij hield tuigpaarden, reed op een motor en schafte al in 1923 een auto aan, een Oldsmobile.

Evert Galama komt energiek overeind en haalt een fotoalbum uit het dressoir. We zien vijf jonge kinderen, trots poserend op, in en voor de auto van hun heit . Uiterst rechts, bij het gespaakte voorwiel, staat Evert: pet op het lachende jongenshoofd, de kousen tot ver over de knieën. Op een andere foto is de melkmachine te zien. ,,Dat scheelde weer een arbeider. Heit was wel modern, misschien iets té.’’

loading  

Hechte band

Ysbrand Galama hertrouwde in het najaar van 1923. Met zijn tweede vrouw, Anna, kwamen er nog eens vier kinderen bij. Het gezin verhuisde naar een andere boerderij in Tjerkwerd. In februari en augustus van dit jaar was Evert Galama daar nog op visite. De boerderij wordt vandaag de dag nog altijd door een Galama bewoond.

De band met zijn geboortestreek is dan ook hecht en onverbreekbaar; Evert Galama’s vader ligt begraven op het kerkhof van Blauwhuis, net als Everts eerste moeder, zijn tweede moeder en zijn in 2016 op 95-jarige leeftijd overleden echtgenote Liesbeth. Als het zijn tijd is - ,,Ik ga niet dood, ik vind het hier nog heel mooi’’ – komt ook hij er te liggen. Net als vele andere Galama’s.

En dat terwijl hij al in 1932, op zijn 17de, Noord-Nederland voorgoed de rug toekeerde. Het waren de crisisjaren. De vette jaren, van melkmachines en luxe auto’s, waren voorbij.

,,Ik heb nog een aantal jaren met mijn vader op de boerderij gewerkt. Toen zei zijn vader ineens: ‘Ik houd ermee op’. Hij kon hier niks verdienen, de melk kostte geloof ik twee centen per liter.’’ De koeien kregen bovendien mond-en-klauwzeer, tot tweemaal toe. Er was niet tegenop te boeren. ,,Het was een klap. Maar er waren in die tijd veel meer die boer-af werden. Het was overal slecht.’’

Ysbrand Galama verkocht de boerderij en nam zijn gezin mee naar Utrecht, waar hij vertegenwoordiger kon worden voor een meelfabriek. Niemand protesteerde tegen de verhuizing, ook Evert niet. Waarom zou hij? In Friesland was nauwelijks werk, in de grote stad kon hij als leerling bij een smid aan de slag. De man had eigenlijk niemand nodig, maar een opgeschoten knaap moest iets omhanden hebben. Evert Galama verdiende er een gulden in de week. ,,Dat was niks voor mij.’’

Hij hield het een jaar vol. Zijn vader was inmiddels hotelier geworden in Montfoort. Evert kon in een hotel in Rotterdam aan de slag en verkaste daarna naar Venlo. ,,Hotel Wilhelmina. Met mijn vader op de fiets er naar toe. Hij is daarna doorgefietst naar familie in Posterholt, onder Roermond. Zo ging dat toen.’’

Na ruim vijf jaar ervaring in het hotelwezen te hebben opgedaan, besloot Evert Galama een opleiding te volgen aan de hotelvakschool in Den Haag. Niet dat hij zo graag zelf hotelhouder wilde worden trouwens: ,,Ik wist helemaal niet wat ik wilde. Er moest geld worden verdiend en verder niks.’’

Receptionist

Ergens lonkte het avontuur. ,,Ik wou er wel eens uit.’’ Op een dag, het was nog voor de oorlog, vertrok hij naar Engeland. Het was een soort uitwisselingsproject. Galama kon in Londen ervaring opdoen als hotelreceptionist. Hij glimlacht. ,,Ik was daar vaak vrij. Ik heb een fiets gekocht en heb de hele stad en omgeving bekeken. Schitterend.’’

Hij ontmoette er zijn latere echtgenote Liesbeth, een meisje uit Barneveld dat in Londen de verpleegstersopleiding volgde. Haar vader had haar aangemoedigd om naar het buitenland te gaan; in Nederland bleef het maar crisis.

Na een maand of tien was het afgelopen met de idylle. De Tweede Wereldoorlog brak uit. ,,Toen ben ik teruggegaan’’, zegt Galama laconiek. ,,Heit was al ziek. Hij rookte te veel en er waren in die tijd nog geen dokters die waarschuwden. Zelf heb ik in mijn hele leven geen sigaret aangeraakt.’’

Hij verliet Engeland niet enkel vanwege de gezondheid van zijn vader, die in juni 1940 op 51-jarige leeftijd zou overlijden. Hij wist: als hij zou zijn gebleven, zou het Engelse leger hem hebben ingelijfd. ,,Daar had ik geen zin in. Nee, dat was niks voor mij. Daar zag ik niks in.’’ Na een stilte: ,,Ik keek gisteren een film op tv. Het ging erover hoe de Duitsers in Rusland vochten. Vreselijk, vreselijk, wat daar allemaal is gebeurd.’’

De bezettingsjaren bracht hij door als kelner in hotels in Venlo, Maastricht en Valkenburg. Bang om te worden opgepakt en tewerkgesteld in Duitsland was hij niet. ,,Zo lang ik in een hotel werkte, kon mij niets gebeuren.’’

Na de oorlog – hij woonde inmiddels weer in Utrecht – wilde Galama aanmonsteren als hofmeester op een passagierschip. Hij bedacht zich en meldde zich op advies van zijn broer aan bij de KLM. De nationale luchtvaartmaatschappij zocht stewards, net wat voor hem.

Hij fietste naar Schiphol, maar daar moest hij niet zijn. Het kantoor zat in Amsterdam. Er volgde een kort sollicitatiegesprek met twee mannen en dat was dat. Na drie proefvluchten maakte hij op 29 januari 1946 zijn eerste officiële vlucht. De reis ging naar Kopenhagen. Galama trok die dag een pak van zichzelf aan. ,,KLM-uniformen waren er nog niet.’’

loading  

Versleten

Aanvankelijk waren het korte vluchten naar Europese steden. Nog tijdens de zogenoemde politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) vloog Galama voor het eerst naar overzeese gebieden, Batavia – nu Jakarta - in dit geval. ,,We mochten niet over India en Pakistan vliegen. Zo hingen we zestien uren boven de Indische Oceaan, zonder radiocontact.’’

De avonturier werd er niet warm of koud van. Hij nam het leven zoals het kwam. Twintig jaar aaneen bracht zijn beroep hem op alle plekken in de wereld. Soms bleef hij een week in New York, Sydney of op de Filipijnen. Eenmaal vertoefde hij een halfjaar in India. Zo zag je nog eens wat. In 1965, op zijn vijftigste, werd hij met pensioen gestuurd. De KLM oordeelde dat werknemers, ook piloten, op die leeftijd versleten waren. Met een grijns: ,,Nou, het was niet half zo zwaar als het boerenwerk, dat zal ik u wel vertellen.’’

Evert Galama, inmiddels getrouwd met zijn Liesbeth en vader van drie zoons en een dochter, werkte sindsdien in de facilitaire dienst van enkele ziekenhuizen en sloot zijn werkzame leven op zijn 67ste af als directeur van een luxe bejaardencentrum in Utrecht. Vier jaar geleden overleed zijn echtgenote op 95-jarige leeftijd.

En nu leven we in coronatijd. Sinds de ellende in maart van dit jaar begon, probeert de hoogbejaarde Evert Galama zijn dagen zo goed als het kan door te komen. ,,Ik heb er niet zoveel last van’’, zegt hij. ,,Mij mankeert niks en ik houd me natuurlijk wel aan de regels. De meeste tijd breng ik hier in huis door. En als ik ergens naar toe wil, halen mijn kinderen me wel op.’’

Een zoon, Ysbrand, woont in Litouwen en handelt van daaruit in houten huizen. Een dochter, Sietske, woont in Libanon. Ze werkt als docent Engels aan de Universiteit van Beiroet. Het avonturiersbloed hebben ze van geen vreemde. Galama’s andere twee zoons wonen in de buurt. ,,Ik zou graag nog eens bij mijn dochter willen kijken. Maar ja..’’

Leefbaarheid

Hij hoopt dat er gauw een oplossing komt voor corona en dat de mensheid weer terug kan naar ‘normaal’. Met de economie zal het uiteindelijk wel weer in orde komen, verwacht hij. Meer zorgen maakt Evert Galama zich over de leefbaarheid van de planeet op de langere termijn. Al die dieren, al die miljarden mensen op elkaar gepropt… ooit moet het haast wel een keer goed mis gaan.

,,De wereld is veranderd’’, weet de eeuweling. ,,Je ziet geen bloemen meer in het weiland, alles is tegenwoordig groen. Dat moet anders. Ik zie nu elektrische auto’s, een goeie zaak. Ik hoop nog mee te maken dat het helemaal gewoon is.’’

Ach, zegt de oude man dan. Deze hele crisis is het naarst voor jonge mensen. Neem zijn kleindochter. Ze is getrouwd met een Fransman en is nu boerin in Bretagne. Daarnaast is ze vertegenwoordigster in rubberen koeienmatten. Die importeert ze vanuit Canada naar Oost-Europa. Ze reist de hele wereld over. ,,Maar ze kan op dit moment geen kant uit en dat raakt me.’’

Hij roert de suiker door zijn thee. ,,Voor zover het kan, volg ik alles nog. Dat de koning nu net in deze tijd met vakantie naar Griekenland vliegt. Ik kan er niet bij dat zo’n man zelf niet in de gaten heeft dat hij dat op dit moment niet moet doen. Een raar en vreemd spul .’’

menu