Anne Rutgers: ,,Je weet dat je elke dag mensen te eten krijgt, maar je weet nooit hoeveel mensen en wat ze eten.''

Vroeger had ieder dorp zijn eigen bakker. Nu sluiten steeds meer familiebedrijven de deuren: 'Ik mág nog twee maanden, zo zie ik het. Niet: ik móet'

Anne Rutgers: ,,Je weet dat je elke dag mensen te eten krijgt, maar je weet nooit hoeveel mensen en wat ze eten.'' Foto: Marjorie Noë

Elk dorp had vroeger een of meerdere bakkers, maar steeds meer familiebedrijven sluiten de deuren. Ook Baflo verliest zijn laatste ambachtelijke bakker.

,,Rare tijd om te stoppen’’, mijmert Anne Rutgers (61), terwijl hij voor een van de ovens in zijn bakkerij zit. ,,Winkels willen in deze coronatijd koste wat kost openblijven. Wij gaan dicht. Vrijwillig.’’

(Tekst loopt door onder foto)

loading

Anne Rutgers is een pezig man. Geen wonder, want als hij werkt gunt hij zich geen tijd om te eten. ,,Ik hou van productie draaien, dus als ik werk ga ik maar door en door. Ik leef dan op cola. Ik heb het planningsschema in mijn hoofd en weet tot op de minuut hoe laat het is. Ik hoef nooit op de klok te kijken.’’

Winkel Baflo sluit met Pasen

Maar er komt een eind aan. Zijn winkel in Winsum gaat komende maandag dicht. De bakkerij en winkel in Baflo op 3 april, met Pasen. ,,De machines zijn af. Ik heb last van mijn schouders en nek, en op mijn leeftijd duurt het langer om te herstellen’’, zegt hij.

Zijn vrouw Wiesje (59) heeft last van haar benen en geen van hun drie kinderen heeft de ambitie de bakkerij over te nemen. Anne: ,,Ik ben ook geen goed voorbeeld voor ze. Altijd maar werken, nooit vrij en geen sociaal leven.’’

Levenswerk van Tjaco en Sien

Het blijft een grote stap, want zijn ouders Tjaco (89) en Sien (85) legden in de jaren 70 de basis voor de bakkerij. Hun levenswerk. Anne kwam er in dienst en nam in 1996 het roer over.

Bijna elke nacht om half 2 gaat bij Anne thuis de wekker en pas rond het middaguur is hij weer thuis. ,,Ik ben niet een man van sociale contacten of praatjes met de klant’’, typeert hij zichzelf. ,,Ik ben van de organisatie in de bakkerij. Ik wil dat we in een keer door kunnen werken.’’ Als dat lukt, heeft hij een goede dag.

Werken, slapen, werken, slapen

Als hij ’s middags thuiskomt, eet hij warm, praat met Wiesje en duikt in bed. Dat korte ontmoetingsmoment gaat steeds meer knellen. Wiesje: ,,Het is werken, slapen, werken, slapen. Je kunt nooit weg. Alles staat in het teken van de bakkerij.’’

Zijn vader Tjaco genoot met volle teugen van zijn vak. Hij kan er uren over praten, maar kent ook de schaduwkanten. ,,Het is geen mooi leven. Ik ben blij dat Anne stopt. Hij is eraan toe.’’

Nog nooit een broodje verkocht

Tjaco werkte bij bakkers in Groningen en nam in 1978 de bakkerij in Baflo over van zijn oom Piet. Zijn vrouw Sien zat er − met vier kinderen − niet op te wachten. Sien: ,,We hadden het mooi voor elkaar. En wat wist ik van het vak? Ik had nog nooit een broodje verkocht.’’

Ze besloten het tien jaar te doen, maar vergroeiden ermee. ,,We hebben er zo’n voldoening van gehad. Onze mooiste jaren liggen hier.’’ Kroon op het werk was het Nederlands kampioenschap banketbakken dat Tjaco in 1975 won.

Liefde voor het vak

Zijn ouders hadden het smoordruk. ,,Ze hadden echt liefde voor het vak.’’ Hij had dat minder, maar door het bedrijf van zijn ouders over te nemen, kon hij eigen baas worden. Dat sprak hem weer aan.

Anne Rutgers begint ’s nachts rond 2 uur en drie uur later komen zijn twee collega’s. Eerst zijn de ‘gewone’ broden aan de beurt, daarna de bolletjes en de meergranen. Woensdag is roggebrooddag. Een grote bak met roggebrood-in-wording staat in de bakkerij. ‘Roggebrood van Rutgers’ is een begrip in de wijde regio. Wat is het geheim?

Roggebrood van Rutgers

,,Er is geen geheim’’, zegt Anne. ,,Er zit niks bijzonders in, maar het is wel puur natuur. De smaak hangt waarschijnlijk samen met hoe lang we het in de oven doen. Roggebrood heeft tijd nodig en krijgt die tijd.’’ Met een lach: ,,En ik gooi er een hele hoop liefde in. Het is mooi dat het zoveel waardering oogst.’’

(Tekst loopt door onder foto)

loading

Brood bakken is plannen, zegt hij. ,,Ik zeg altijd: Je weet dat je elke dag mensen te eten krijgt, maar je weet nooit hoeveel mensen en wat ze eten.’’ Hoeveel ervaring ook, elke dag is weer een gok. ,,Als het gaat regenen weet je al: je houdt brood over.’’ Rutgers doet dat in de diepvries en verkoopt het de volgende dag met korting. ,,Sommige mensen azen daarop.’’

(Tekst loopt door onder foto)


loading

Op zaterdag een topavond

Het mooiste van zijn werk vindt hij dat hij nooit hoeft na te denken wat hij moet doen. Elke dag hetzelfde. ,,Alleen op zaterdagavond. Dat is voor mij een topavond. Je hoeft niks.’’

Je zou denken dat hij straks alleen nog maar topavonden heeft, maar dat ziet hij anders. ,,Als ik stop zijn alle avonden hetzelfde en heb je geen topavond meer.’’

Anne bouwde voort op de investeringen van zijn ouders. Zij breidden de bakkerij uit, zorgden voor nieuwe producten. Sien: ,,Oom Piet verkocht alleen slagroom- en vruchtentaarten. Wij hadden kwark- en bananengebakjes. We maakten onze eigen bonbons. Onze klanten kwamen overal vandaan.’’ Omdat een op de drie uit Winsum kwam, openden ze daar in 1990 een winkel.

Verheugen op vrije tijd

Nu zit het er bijna op. De twee bakkers in dienst en het winkelpersoneel − sommigen werken er meer dan dertig jaar − hebben bijna allemaal een nieuwe baan gevonden.

Vooral Wiesje verheugt zich op de vrije tijd. ,,Ik bedoel het niet negatief, maar ik heb het gehad. Ik zit altijd alleen thuis. We kunnen nooit echt op vakantie. Alleen op zondag kunnen we wat. Ik verheug me op de zomer, de tuin en onze kleinkinderen.’’

Geen tijd voor hobby’s

Anne: ,,We gaan een week per jaar op vakantie. Dan lees ik een boek. Aan het eind van die vakantie sla ik hem dicht tot de volgende vakantie.’’ Hij mist geen sociaal leven, zegt hij. Hij weet niet wat het is. ,,Als ik nu thuiskom, ben ik moe. Ik ga naar bed en slaap direct. Ik heb geen tijd voor hobby’s.’’

Ik mag en niet: ik moet

Komt hij ooit nog weer in het reguliere dag-nachtritme? Anne haalt zijn versleten schouders op. Zijn vader Tjaco: ,,Het went vanzelf. Ik slaap nu wel eens tot 8 uur ’s ochtends.’’ Anne: ,,Ik zit er nog niet op te wachten dat ik stop. Ik mág nog twee maanden, zo zie ik het. Niet: ik móet.’’

Volg Dagblad van het Noorden ook op Instagram!

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
menu